Broekschijters

E ddy Merckx heeft gesproken. En wanneer de grootste renner aller tijden spreekt kniel ik neder in gepaste eerbied. Wat zei de voormalige kannibaal? Hij schamperde: „Allemaal broekschijters.”

België verkeert in een staat van euforie. Een nieuwe ronderenner is opgestaan. Thomas De Gendt beklom zondagmiddag het derde treetje van het Giro-podium. Maar het gaat natuurlijk vooral om de onverschrokkenheid waarmee de telg van Vacansoleil zichzelf zaterdagmiddag naar de top van de Stelvio hees. Het was een onderneming die bij de weemoedige Belgen de indolente escapades van de grote Merckx in herinnering riep.

Merckx: „Thomas De Gendt was de enige die durfde koersen. De anderen hadden vooral schrik. Schrik van mekaar, schrik van de bergen”.

Het zij Eddy Merckx vergeven dat hij het solide rijden van Ryder Hesjedal over het hoofd zag. Die reed drie weken lang rond alsof hij voor niks en niemendal schrik had. Op de Stelvio nam hij de gepaste maatregelen om in de slottijdrit het roze te grijpen.

En de broekschijters? Ach, zij konden niet beter. Basso, Scarponi, Cunego, Rodriguez, hoe grauw kleurden hun gezichten toen Thomas De Gendt in zijn hemelse solo virtueel de een na de ander passeerde in het klassement. Op waren ze. Dit was het wielrennen zoals de sadistische bedenkers van deze sport het ooit bedoeld hadden. Ook in een Nederlandse huiskamer sloeg de euforie toe.

Op de Belgische televisie refereerde José De Cauwer aan de Tour van vorig jaar: De Gendt, zwaar gevallen in het begin. Op een been gekoerst, op anderhalf been gekoerst; op het laatst had hij er ineens drie! Fenomenaal recuperatievermogen!

José De Cauwer en Renaat Schotte hielden het niet meer. Beschouwend commentaar sloeg over in fantastisch gespeculeer. Ik deinde mee met hen en met het jongetje tussen de sneeuwmuren. Het gevoel iets ontzagwekkends mee te maken, liet me niet los.

Toen hij een week geleden de top tien binnensloop was Thomas De Gendt stellig in zijn commentaar: „De jacht op de doping. Verder moet je het niet zoeken. Anders had ik ook nooit een plaats bij de top tien kunnen ambiëren in een grote ronde.”

Iets is er veranderd, zoveel is duidelijk. Een uitgewoonde wielrenner aan het einde van een lange ronde was tot voor kort taboe. Wielrennen wordt er niet gezonder op. De Gendt: „Ik vraag me echter af of de mensen het niet liever zo hebben. Dat, uiteraard, is een kwestie van smaak.

Als hij beide voeten op de grond houdt, en nog een paar kilootjes overboord gooit, is De Gendt een potentiële Tourwinnaar, stelt Eddy de Grote. Maar in godsnaam zonder ontwrichtend turbo-dieet, piep ik in grote angst. Tot mijn geruststelling las ik gisteren in Het Laatste Nieuws dat Thomas ter afkoeling eerst een week frieten gaat eten.