Agressiever met hulp van Spaanse broers

Drie Nederlandse tennissers worden sinds kort begeleid door twee broers uit Barcelona. De Spaanse trainers proberen de spelers vooral harder te maken.

Redacteur Tennis

Parijs. Spaanse trainers in Nederlandse dienst betekent nog niet direct Nederlandse tennissers met Spaanse gravelkwaliteiten. „We zijn geen tovenaars”, zegt Mario Munoz. De Spanjaard is de coach van de Nederlandse tennisster Arantxa Rus, die gisteren de tweede ronde bereikte op Roland Garros.

Zijn broer Joaquin Munoz, sinds eind vorig jaar trainer van de Nederlandse tennissers Igor Sijsling en Thomas Schoorel, sprak zondag soortgelijke woorden na de uitschakeling van Sijsling in vijf sets. „Je kunt niet alles in één dag veranderen. Ik ben trots dat Igor vecht. Maar soms stokt het op belangrijke momenten.” 

We mogen – zo lijkt de boodschap – geen wonderen verwachten van de twee Spaanse trainers die op dit moment drie van de zes beste Nederlandse tennissers begeleiden. Maar als er via hun trainingsmethoden ook maar een vleugje van de rijke Spaanse graveltraditie afstraalt op het Nederlandse tennis, is daar al veel mee gewonnen.

Volgens Arantxa Rus, die gisteren won na opgave van haar Amerikaanse tegenstander Jamie Hampton bij de stand 6-4 en 4-3, zit haar nieuwe Spaanse coach „er fel bovenop”. Toch lijken de twee sympathieke dertigers in weinig op bijvoorbeeld de barse Toni Nadal, de meedogenloze trainer die met Spartaanse trainingsmethoden zijn neef Rafael Nadal vormde tot een krachtmens op de tennisbaan.

De broers Munoz uit Barcelona zijn de rust zelve – ook tijdens trainingen. „Relaxed”, noemt Sijsling zijn coach. „Ik denk eerder dat Joaquin de stereotype Spaanse trainer is, de trainer van Nadal is een uitzondering.”

Nadals oom Toni liet vroeger zijn speler in de brandende zon van Mallorca trainen, terwijl de andere helft van de baan in de schaduw lag. „Dat moet ik niet proberen bij Aranxta. Dan zet ze me aan de kant”, grapt Mario Munoz, die een verbintenis voor vijftien weken is aangegaan met Rus.

De coaching van vrouwen is een delicaat spel, zegt hij. „Elke speler is anders. En vrouwen zijn – net als in het echte leven – speciaal”, zegt hij lachend. „Bij een man kun je nog weleens schreeuwen of schelden, maar dat werkt niet bij vrouwen.”

Rus staat bekend als een ijskonijn, en dat vindt Mario Munoz een goede eigenschap. „Ze houdt een pokerface, zodat de tegenstander niets merkt van haar nervositeit. En ze is heel stil. Op de baan zal ze nooit schreeuwen.” Maar haar uiterlijke kalmte heeft een keerzijde. Het ontbreekt Rus nog weleens aan „spirit”, „agressie” en „intensiteit”, zegt haar trainer. „Daar hamer ik elke dag weer op bij haar: vecht voor elk punt, elke slag.”

Joaquin Munoz begint niet over zijn eigen spelers Schoorel en Sijsling als hem wordt gevraagd of de Nederlandse talenten genoeg over hebben voor hun sport. „Als je kijkt naar Robin Haase, dat is een fantastische professional.”

Beide coaches benadrukken dat Nederlandse trainers tactisch zeker niet onderdoen voor de Spaanse collega’s. „Misschien zijn ze zelfs wel beter”, zegt Mario. Het is vooral de beleving en de mentale en fysieke hardheid die ze op de Nederlandse talenten hopen over te brengen.

Joaquin: „De meeste tennissers spelen maar vijf weken per jaar hun beste spel. Daarom moet je als speler de mentaliteit krijgen om gewoon naar de tennisbaan te gaan en te zeggen: ik ga mijn werk doen en winnen in de vorm die ik op dat moment heb. De Nederlandse spelers zijn technisch heel goed, maar ze moeten hier”, wijzend op zijn hoofd, „nog een stap maken.”

De vergelijking trekken met de onbetwiste gravelspecialist Nadal lijkt potsierlijk, „maar we kunnen daar allemaal van leren”, vindt Joaquin Munoz. „Hij is vijf, zes keer zo sterk als een normaal mens – zowel mentaal als fysiek.”

Broer Mario Munoz weet uit eigen ervaring wat er gebeurt als je je niet volledig toewijdt. Op zijn vijftiende was hij Spaans kampioen onder de zestien jaar. „Ik dacht dat ik er helemaal was”, mijmert de voormalig nummer 319 van de wereld. „Maar ik was nog niets.”

Rus speelt morgen in de tweede ronde tegen de Française Virginie Razzano, die gisteravond stuntte tegen de Amerikaanse Serena Williams. Mario Munoz hoopt met de lessen van een teleurstellende profcarrière de 21-jarige Rus op weg te helpen in haar loopbaan.

„Maar ik kan niet toveren”, zegt hij nog maar eens.