'Achterom kijken geeft verdriet'

De Franse striptekenaar Cyril Pedrosa gaat in zijn album Portugal op zoek naar zijn roots. Hij houdt niet van mooi tekenen. „Ik wil niet opgesloten zitten in één stijl.”

- Les droits d'utilisation publicitaire ou d'éditions sont protégés, contacter l'auteur - www.lebedinsky.com - Tel : +33607660257 © Christophe Lebedinsky

Als Cyril Pedrosa plaatsneemt om te gaan signeren, achterin de kleine expositieruimte in de Haarlemse stripwinkel Silvester, staat er meteen een rij. Ook al is het zaterdag, tien uur in de ochtend. De faam van Portugal, zijn vers in het Nederlands verschenen graphic novel heeft de liefhebbers al bereikt. Op het belangrijkste stripfestival van het jaar, in januari in Angoulême, kreeg Portugal de publieksprijs voor album van het jaar.

De 39-jarige Fransman was er zeer verguld mee. „Ik heb pas één succesvol boek gemaakt, Drie Schimmen, en dat is een sprookje met een intense dramatische lijn. Portugal is heel anders en de uitgever en ik vroegen ons af of het zijn weg naar de lezer zou vinden. Emotioneel gezien heeft het een kalme golfslag, waarin het gaat om details. Het is niet erg catchy.”

In Portugal bevindt hoofdpersoon Simon, een Franse striptekenaar, zich in een onbestemde fase. Hij heeft geen zin om te werken, verbreekt de verhouding met zijn vriendin en hangt wat rond. Bij een bezoek aan een stripfestival in Portugal wekt het land maar half zijn interesse. Pas bij een familiefeest van enkele dagen rond de bruiloft van een nicht wordt hij op het spoor gezet van zijn vroeg overleden opa, die ooit emigreerde uit Portugal. Hij besluit zijn familie daar te gaan zoeken.

„Mijn doel was om een antwoord te krijgen op de vraag hoe belangrijk het is om verbonden te zijn met je persoonlijke geschiedenis en achtergrond”, zegt Pedrosa. „Zelf ben ik ook een kleinkind van immigranten. Ik wilde proeven wat emigranten gemeen hebben.”

De lijn tussen Simon en Pedrosa is dun. „Hij lijk erg op mij, maar de feiten van zijn leven zijn anders. Ik heb vrouw en kinderen, lijd niet aan een creatieve impasse en tijdens het tekenen van dit boek was ik maar een klein beetje depressief.”

Net als de hoofdpersoon bezocht Pedrosa op een dag Portugal. Als kind was hij er wel geweest, maar als volwassene ontdekte hij hoeveel hij van het land hield. Dat was een grote verrassing. „Het voelde als thuis, alleen al door de taal. Ik hoorde er de stem van mijn oma. Net als bij Proust waren het kleine dingen die me terug slingerden naar mijn kindertijd.”

In het boek zwijgt de familie over opa. Pedrosa: „Het verhaal van de emigratie van mijn grootouders is geen familiegeheim. Het is alleen niet iets waar we over praten. Er heerste stilte. Die stilte wilde ik vangen.”

Jean, de vader van Simon in de strip, heeft zijn zoon nooit iets verteld. En als Simon ernaar vraagt, moet zijn vader bekennen dat hij weinig weet over zijn eigen vader. „Jean heeft al genoeg moeite met zijn eigen leven. Eigenlijk is hij nog een kind. Hij is 52, maar bang om de dingen te doen die hij wil doen. Hij voelt zich nog de zoon, en dan is het moeilijk een vader te zijn.”

Simon is als zijn vader. Zelfs als hij verlangens koestert, herkent hij ze niet. „Simon kan zelfs niet zeggen of hij verliefd is of niet. Hij voelt wel iets, maar hij er heeft geen woorden voor.”

Portugal biedt Simon richting. „In zijn familie is het in zekere zin een verboden land. Je wordt niet geacht terug te keren naar het land van herkomst. Dat is achterom kijken. Slagen in het leven is vooruit kijken. Achterom kijken geeft te veel verdriet.” Voor Simon is het genoeg te kunnen zeggen dat zijn wortels in Portugal liggen, zegt Pedrosa. „Hij voelt voor het eerst in zijn leven verbondenheid met iets, en daarom blijft hij.”

Pedrosa’s stijl van tekenen is extreem los. „De hoofdpersoon verplaatst zich voortdurend en ik probeerde dat te imiteren in mijn manier van tekenen. Ik wilde niet opgesloten zitten in één stijl.”

Het verbazingwekkende is dat Pedrosa het boek in één keer op papier zette en zichzelf geen correcties toestond. Slechts één pagina, die onbegrijpelijk was geworden, deed hij over. „Ik had geen behoefte aan mooitekenarij. Ik wilde expressief tekenen. Het moest eruit zien als een schetsboek, spontaan getekend. Om dat te bereiken, moest ik fouten en mislukkingen toestaan. Als je dat niet doet, word je bang om te tekenen. Het was als jazz spelen.”

Werkt zo’n aanpak niet alleen als je erg goed kan tekenen? Pedrosa wijst de suggestie koeltjes af. „Het lukt als je voldoende zelfvertrouwen hebt.” Hij pakt er een tekening bij waarop Simon dronken is. „Daar heb ik echt een zooitje van gemaakt. Dat had ik bijna overgedaan, maar ik heb er vrede mee dat ik sommige stukken heb vernacheld.”

De pagina’s wisselen voortdurend van karakter doordat Pedrosa ze drenkt in steeds andere tinten aquarelverf. „De kleuren helpen mij het verhaal te vertellen. Niet dat elke kleur zijn eigen emotionele code heeft. Het is als dansen, je maakt bewegingen intuïtief. Allen het egale groen zet ik in om de lezer te herinneren aan een eerdere situatie. Dat zijn de momenten dat Simon nostalgisch is.”

Maar ook het aquareleren ging wel eens mis. Pedrosa wijst op drie pagina’s in felrood. „De eerste kleur was een smeerboel, dus ik had een steviger kleur nodig. Dat werd rood. Het was fun, omdat je het niet kan plannen. Dat is interessant. Ongelukken en fouten zijn prachtig.”

Cyril Pedrosa: ‘Portugal.’ Uitgeverij Silvester, 262 pag. € 39,95.Expositie t/m 19 aug, stripboekwinkel Silvester te Haarlem.