Zo staat het in het Lenteakkoord

De Nederlandse arbeidsmarkt kent internationaal bezien een lage werkloosheid en een hoge arbeidsparticipatie. Qua arbeidsmobiliteit schiet de Nederlandse arbeidsmarkt echter tekort, zeker voor oudere werknemers. Werkgevers zijn steeds vaker huiverig om werknemers aan te nemen of een contract voor onbepaald tijd aan te bieden vanwege het niveau van ontslagbescherming. Daar komt bij dat er sprake is van onvoldoende activering en omscholing bij ontslag. Tot slot is het ontslagsysteem onnodig complex en daarmee kostbaar.

De plannen bevatten drie hoofdelementen:

1. Ten eerste gaan werkgevers betalen voor (maximaal) de eerste 6 maanden WW. Werkgevers betalen één maand WW per dienstjaar met een minimum van drie maanden voor contracten voor onbepaalde tijd, tot een maximum van zes maanden. (...)

2. Ten tweede komt er één eenduidig ontslagstelsel met lagere ontslagvergoedingen (van een kwart maandsalaris per gewerkt dienstjaar met een maximum van 6 maanden).

3. En tot slot komt er een individueel recht op scholing bij ontslag, gefinancierd uit de ontslagvergoedingen.

De maatregelen dragen bij aan het verkleinen van de verschillen tussen de positie op de arbeidsmarkt van werknemers met een vast contract en werknemers zonder vast contract.