Werken voor een fooi

Monique de Bruijn verbaasde zich er in een ingezonden brief over dat ze haar complete maandsalaris kwijt is aan kinderopvang (Opinie, 23 mei). Ik ben het volmondig met haar eens. De overheid houdt onvoldoende rekening met stellen met een groot inkomensverschil tussen beide partners.

Twee dagen later suggereerde Tineke van Bergen dat er met een goed verdienende partner toch genoeg overblijft voor het gezin (Opinie, 25 mei). Toch is het bijzonder demotiverend voor een minst verdienende partner om het eigen salaris gedegradeerd te zien tot een soort fooi. In mijngeval blijft er bij de komst van ons derde kind zo’n 200 euro per maand over van mijn inkomen, bereken daarbij nog de afschaffing van de reiskostenvergoeding en mijn baan kost mij bijna geld. De stap om te stoppen met werken wordt zo voor de minst verdienende partner wel erg gemakkelijk. Want zeg nu eerlijk: als je zo weinig overhoudt, dan moet je wel heel erg veel van je werk houden om daar al die tijd en moeite in te stoppen.

De kinderopvangtoeslag was toch bedoeld om arbeidsparticipatie van iedereen te bevorderen? Nu houdt de overheid dus bewust een groep buiten de arbeidsmarkt.

Als je partner een goed inkomen heeft en je kinderen wil, kan je je maar beter voorbereiden op een mooi leven achter het aanrecht.

Margriet BonnetLansingerland