Wereldleiders blijven Annan ondersteunen

Nieuwsanalyse

De wereld reageert met afschuw op het bloedbad in het Syrische Houla, waar 108 mensen werden vermoord. Maar het blijft bij woorden.

Wanneer een conflict in anderhalf jaar meer dan 10.000 levens heeft gekost, worden slachtpartijen gaandeweg statistieken. Maar de naam Houla lijkt voorbestemd om geschiedenis te schrijven. Tussen vrijdagmiddag en zaterdagochtend werden in Houla, op 20 kilometer van de Syrische stad Homs, zeker 108 burgers gedood onder wie 49 kinderen van wie 32 jonger dan tien jaar, en 34 vrouwen.

De internationale gemeenschap veroordeelde het bloedbad scherp – zelfs bondgenoot Rusland had harde woorden voor president Bashar al-Assad – maar de wereldleiders houden zich voorlopig bij het vredesplan van VN-gezant Kofi Annan. Die is nu in Damascus in een poging zijn vredesmissie te redden. Annan zei dat hij van de Syrische regering een krachtig signaal verwacht dat „het haar ernst is om deze crisis vreedzaam op te lossen”, maar voegde eraan toe dat „deze boodschap niet alleen voor de regering is bedoeld maar voor iedereen met een wapen”.

Dat het bloedbad heeft plaatsgehad, wordt door niemand ontkend; Annans VN-waarnemers hebben de lijken geteld. Alleen over wie verantwoordelijk is, lopen de standpunten uiteen. Volgens ooggetuigen vielen de eerste slachtoffers door beschietingen van het leger, mogelijk uitgelokt door strijders van het Vrije Syrische Leger. Maar de meeste slachtoffers werden van dichtbij gedood door gewapende mannen in uniform die achteraf de huizen binnendrongen.

De mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch verzamelde getuigenissen van drie overlevenden. Die legden de schuld bij het regeringskamp, maar ze konden niet zeggen of de daders behoorden tot het leger, of de ‘shabiha’, de pro-regeringsmilities. 62 slachtoffers zouden tot één familie behoren, de Abdel Razzaks.

„Ik was thuis met mijn drie kleinzoons, drie kleindochters, mijn schoonzus, dochter, schoondochter en nicht”, vertelde een vrouw van de familie aan Human Rights Watch. „Ik was in een andere kamer toen de mannen binnenkwamen. Drie minuten later hoorde ik mijn familieleden schreeuwen. De kinderen huilden. Ik verstopte me. Toen de soldaten vertrokken waren heb ik gekeken: al mijn familieleden waren dood.”

De VN-Veiligheidsraad sprak een scherpe veroordeling uit tegen het Syrische leger voor het beschieten van woonbuurten, maar het veroordeelde het bloedbad dat erop volgde zonder te zeggen wie er schuld aan had. Het officiële Syrische persagentschap SANA verspreidde dezelfde gruwelijke beelden als de activisten, maar legde de schuld bij „met Al-Qaeda verbonden terroristische groeperingen”. Die zouden eerst het ziekenhuis in Houla, en vervolgens huizen in de buurt zijn binnengevallen. Ook Syriës VN-ambassadeur stelde dat „gewapende terreurgroepen” verantwoordelijk waren. Volgens Bashar Ja’afari kan het „geen toeval zijn” dat het bloedbad plaatshad vlak voor het bezoek van Annan.

Frankrijk en Groot-Brittannië gingen het verst in het veroordelen van het Syrische regime, maar onder invloed van Rusland werd de veroordeling door de Veiligheidsraad toch afgezwakt. Of Rusland van toon is veranderd, is een kwestie van interpretatie. Minister van Buitenlandse Zaken Sergej Lavrov zei maandag wel dat „beide partijen een hand hebben gehad in de dood van onschuldige burgers”, maar hij zei ook dat „de regering de zwaarste verantwoordelijkheid draagt”. Maar tegelijk legden de Russische staatsmedia Houla uit als provocatie, bedoeld om Assad in een kwaad daglicht te plaatsen.

Voorlopig beperkt de internationale gemeenschap zich tot het ondersteunen van Annans vredesplan. ‘Houla’ maakt dat er niet makkelijker op. Het Vrije Syrische Leger zei dat het staakt-het-vuren nu van de baan is. En de burgers beginnen zich steeds meer tegen de VN-waarnemers te keren. Toen die zaterdag met uren vertraging in Houla kwamen, dumpten bewoners twee lijken op de motorkap van hun voertuig.

Commentaar: pagina 2