Wegkijken is de wet

Een tijd denk je dat de ambitie van Arnon Grunbergs nieuwe roman, De man zonder ziekte, niet verder reikt dan de vakantiekoffer. Tot je een glimp van de bunker te zien krijgt.

Verwarring in Bagdad. ‘U bent de architect’, vraagt een van zijn beveiligers aan Samarendra Ambani. Nee, corrigeert de hoofdpersoon (held is het woord niet) van De man zonder ziekte. ‘Niet dé architect. Eén architect.’

Samarendra, die zijn naam aan zijn Indiase vader dankt, is een ambitieuze Zwitserse architect, die een van de drie finalisten meent te zijn in de strijd om het ontwerp van een nieuw operagebouw in Bagdad. Opdrachtgever is het World Wide Design Consortium, waar een zekere Hamid Shakir Mahmoud de touwtjes in handen heeft: een rijke balling die iets wil teruggeven aan zijn vaderland: ‘Als wij Puccini naar Bagdad hebben gebracht, weten we zeker dat het nieuwe Midden-Oosten meer is dan een droom.’

Samarendra verwacht een mooie ontvangst in Bagdad: ‘Voor zover hij uit de krant had begrepen was het ergste daar nu wel achter de rug.’ Hij is vervuld van idealen, die overigens volledig architectonisch van aard zijn: ‘moeiteloos verplaatste hij zich in al zijn opdrachtgevers’. Hij leeft voor zijn ontwerpen en voor de verzorging van zijn gehandicapte zuster Aida. Zijn vriendin Nina komt op de derde plaats, soms denkt hij dat hij niet genoeg van haar houdt: ‘Zoals een sjaal zoek is, zo is Sams hartstocht soms zoek.’

U kunt de hele recensie hier lezen.