Verkeerd begrepen

Illustratie Roland Blokhuizen

Een van de meest surrealistische werelden die zich in mijn geheugen heeft weten te verankeren, bestaat uit beelden die voortkomen uit verkeerd begrepen kinderliedjes. Ik verklaar mij nader.

In een van de eerste rijmpjes die ik op de kleuterschool leerde, kreeg een visje dreigend te horen: ‘’k Zal u pakken als ik kan, en u bakken in de pan, njamme-njam, visjes bij de boterham.’ (Vlaanderen, 1978) In mijn versie was het echter: ‘’k zal u pakken als een kam’, waarbij ik mij een vistechniek voorstelde waarbij de vis vanuit de zee op het droge werd gekamd. De visser in kwestie gebruikte zijn vingers daartoe als de tanden van een kam.

Een ander voorbeeld – alweer één waarin een weerloos dier wordt opgejaagd, besef ik nu – put uit het lied In het bos daar staat een huisje. Daarin komt een haasje aangelopen, dat op de deur van het huis in kwestie klopt en zingt: ‘Help mij, help mij uit de nood, of de jager schiet mij dood.’ Nog steeds is het eerste beeld dat bij me opkomt dat van een op zijn achterpoten staande haas, opgesloten in een zeer grote, doch voor een haas vrij krappe walnotendop. Door een kier tussen beide helften van de dop, smeekt hij ons, de bewoners van het huis, om hulp: ‘Help mij uit de noot!’ We nemen hem vaag waar, zijn bange ogen en lange tanden glinsteren in de donkere binnenkant. Als het een minuscule haas in een notendop van gangbaar formaat was geweest, hadden we hem wellicht niet opgemerkt.

Dat het verkeerd verstaan van songteksten een populair tijdverdrijf is geworden, wijst erop dat heel wat mensen er plezier in scheppen wanneer de wereld door een zin of woord drastisch wordt hertekend. Het is goed dat de persoon die de uitroep ‘Peter heeft het overleefd!’ in Wee rule heeft ontdekt, dit met anderen heeft gedeeld. We zijn blij voor Peter. Hetzelfde voor ‘Waar is toch dat zebrahondje voor?’ in de Lambada. Het bestaan van een zebrahondje en de vraag of we het ergens voor kunnen gebruiken, geeft ons het gevoel dat er in dit ondermaanse ook andere wetten heersen dan die van kommer en kwel. Dat op zich schept een gevoel van vrijheid.

Het belang van absurdistisch amusement mag niet worden onderschat, noch het inzicht dat ons leven armer zou zijn zonder vergissingen.