U weet het nog niet, maar u woont in Japan

Vraag het de denktanks, de instituten of topbeleggers als Larry Fink en ze zeggen vrijwel allemaal: het kan lang, heel lang duren, deze recessie. Waarom? De eurocrisis is voorlopig niet opgelost en kan alsnog exploderen. Maar die crisis is eigenlijk een neveneffect van de kredietcrisis. En die kredietcrisis heeft weer zijn oorzaak in een monetair beleid dat te soepel was, een steeds grotere vrijheid en deregulering van de financiële sector, die te keer ging als een krankzinnige professor in een futuristisch lab.

Het resultaat was in wezen een gigantische verlenging van de balans van de westerse economie, alsof het een bedrijf was dat zichzelf al overnemend vol laadde met schulden. Steeds meer bezit, steeds meer schulden. Tot de waarde van bezittingen terugliep, terwijl de schuld niet weg ging. Want schuld verdwijnt nooit uit zichzelf.

Het vervolg komt er uiteindelijk linksom of rechtsom op neer dat de schulden voor een deel verhuizen naar de gemeenschap: de overheid. De balansverlenging vindt dan plaats bij de autoriteiten. Staatsschulden zijn enorm gestegen en de balansen van centrale banken in de Verenigde Staten en Europa zijn inmiddels een factor drie tot vier groter dan zij waren.

We zitten in wat de Taiwanese econoom Richard Koo doopte tot een ‘balansrecessie’. Koo kan het weten: hij woont in Japan, bestudeerde de recessie van de jaren negentig daar. Die recessie lijkt steeds meer op wat ons nu in Europa en de VS overkomt.

Koo geeft in een paper dat hij vorige maand schreef voor het Institute for New Economic Thinking (INET) ook een verklaring voor het ogenschijnlijke raadsel dat de overheidstekorten in de VS en het Verenigd Koninkrijk hoog zijn en de staatsschuld oploopt, maar dat de rentes op staatsobligaties dat helemaal niet reflecteren: die dalen juist in plaats van te stijgen. Net als in Japan.

Het afbouwen van schulden door bedrijven en het publiek veroorzaakt een spaarimpuls, die zijn weg vindt naar beleggingen in overheidsschuld. Er is geen alternatief: door het ultrasoepele monetaire beleid is de rente op spaargeld nóg lager. En aangezien niemand een valutarisico wil lopen blijft het overtollige spaargeld in eigen land, duwt daar de koersen van staatsleningen omhoog en hun effectieve rente omlaag.

Dat is in Europa ook het geval, zegt Koo. Maar hier hebben spaarders een keus: omdat er geen valutarisico is in het eurogebied, komt het overtollige Spaanse spaargeld niet terecht in leningen van de Spaanse overheid, maar gaat het liever naar het veilige Duitsland (of Nederland). En Duitsers kijken wel link uit hun geld in Spaans schuldpapier te steken.

Zo verhuist dus al het spaargeld naar het noorden. Terwijl Spanje en Italië (en zelfs Griekenland) in wezen het rentedrukkende voordeel van hun eigen spaaropleving had kunnen hebben, zoals de VS en het VK dat wel genieten. Gevolg: de rente in het zuiden is veel hoger dan hij had hoeven zijn, en die in het noorden veel te laag.

De diagnose is verfrissend, de oplossing lastiger. Koo’s idee komt neer op een nationale verplichting in de eurozone tot het investeren in de eigen staatsschuld. Dat is juridisch en praktisch zeer lastig. Het alternatief zou juist de hele andere kant op gaan: zorgen dat er niet meer zoiets is als een nationale markt voor overheidsschuld, waardoor Spanjaarden en Duitsers, Nederlanders en Italianen hun geld steken in één en dezelfde categorie staatsschuld.

Maar ja: dat zijn dus die vermaledijde eurobonds. En voordat die er komen moet de crisis nog erger worden. Veel erger.

Maarten Schinkel