Spaanse truc valt slecht

Om Bankia te redden zou Spanje op een omstreden manier aan ECB-geld willen komen. De markten reageerden heftig.

Correspondent Spanje

Madrid. Spanje is gisteren onder grote druk gekomen op de financiële markten nu het de Europese Centrale Bank (ECB) mogelijk wil laten opdraaien voor de redding van Bankia. Vrijdag vroeg deze wankelende Spaanse bank de regering om een kapitaalinjectie van 19 miljard euro.

De overheid zou echter grote moeite hebben dit onverwacht hoge bedrag op te halen op de financiële markten, waar Spanje al maanden sterk gewantrouwd wordt. De regering, zo berichtte kwaliteitskrant El País zondag, zou daarom overwegen via een omweg ECB-hulp in te schakelen. In Noord-Europa en bij de ECB zelf zou dit zeer slecht vallen.

Het idee zou zijn dat Spanje nieuwe staatsschuld uitgeeft en deze ruilt tegen nieuwe aandelen Bankia. Niet zoals gebruikelijk via een openbare veiling, maar via een directe transactie met Bankia. Onderhands, buiten de markten om. De bank gebruikt het nieuwe schuldpapier daarna als onderpand voor kortlopende leningen van de ECB en maakt er zo geld van.

De reactie van de markten op dit reddingsplan was gisteren heftig. Het aandeel Bankia, dat vrijdag op de Madrileense beurs nog uit de handel was genomen, kelderde meteen na opening. Het verschil tussen de Spaanse en Duitse tienjaarsrente steeg zo scherp dat Spanje in de risicozone van Griekenland, Ierland en Portugal zit.

Premier Rajoy zag zich ’s ochtends gedwongen uitleg te geven – zijn eerste solo-persconferentie sinds zijn aantreden in 2011. In een optreden op het kantoor van zijn regeringspartij PP, en opmerkelijk genoeg niet vanuit het presidentiële Moncloa-paleis, zei hij weinig nieuws. Hij zei dat de oplossing van de eurocrisis zowel in handen van Spanje als van Europa ligt. Hij sloot uit dat Spanje een beroep zal doen op het euronoodfonds.

Over Bankia zei hij dat de miljarden voor het bedrijf niet zullen meetellen in het toch al hoge begrotingstekort. Dit voedt de speculatie dat de regering Bankia inderdaad wil herkapitaliseren door de bankbalans vol te pompen met staatsobligaties.

De constructie zou even ingenieus als omstreden zijn. Spanje trekt ermee de conclusie dat het als euroland de geldpers zelf niet kan aanzetten, maar dat het via een omweg de ECB hier wel toe kan dwingen. Madrid kiest zo de confrontatie met Noord-Europa, waar veel landen fel tegen een actievere rol van de ECB zijn.

Dat Rajoy deze ramkoers mogelijk inzet, is niet geheel verrassend. Vorige week pleitte hij in een opmerkelijke noodkreet al voor een sterkere rol van de ECB. Zijn centrum-rechtse regeringspartij PP trekt bovendien al langer een andere les uit de eurocrisis dan in Noord-Europa gangbaar is. Die conclusie luidt dat niet alleen zuidelijke schuldenstaten te veel uitgegeven hebben, maar dat Noord-Europese spaarlanden hun dit geld ook te roekeloos hebben uitgeleend én daarvan zelf profiteerden.

Álvaro Nadal, de belangrijkste economisch adviseur van Rajoy, legde vorig jaar op een PP-congres dan ook expliciet de schuld voor de crisis bij Duitsland. Duitse pensioenfondsen en banken, zei hij, leenden voor het uitbreken van de kredietcrisis volop aan Spaanse banken. Die bliezen met dat goedkope krediet een enorme vastgoedzeepbel op. Het stelde Spanjaarden in staat in de goede jaren volop te consumeren. Hierdoor werden in geen Europees land zoveel luxe Duitse auto’s gekocht als in Spanje, bracht Nadal fijntjes in herinnering.