Column

Sharia4Holland

Kort nadat ik hem zondag aan de telefoon had, werd hij opgepakt door de politie. Abu Qasim, woordvoerder van Sharia4Holland, had mij een voorstel gedaan voor een tijd en plek om elkaar te ontmoeten. „Morgen, drie uur? Centrum van Utrecht? Ergens waar ze geen alcohol schenken. De Vroom & Dreesmann?”

Iemand die het kalifaat in Nederland wil stichten en Vroom & Dreesmann als ontmoetingsplek voorstelt – het was van een geruststellende kneuterigheid. Ook zoals hij afscheid nam. Ik: „Groeten!” Hij: „Hoi!”

Vrijdag had hij een persconferentie belegd bij het Nationaal Monument in Amsterdam. Daar had hij gezegd dat Wilders lering moet trekken „uit het geval van Theo van Gogh”. Was dat een dreigement? In ieder geval werd hij gisteren weer vrijgelaten, met een dagvaarding. Sindsdien neemt hij zijn telefoon niet meer op.

Sharia4Holland heeft nog een andere woordvoerder, de Belgische Abu Imran. Die was als een kind zo blij met de provocatie op de Dam en de arrestatie als gevolg: „Zeg eerlijk: is dit niet een geweldige pr-stunt van ons? U bent van de media, u kunt hier eerlijk over oordelen; is dit niet pr op zijn best?”

Hij jubelde door, over hoe hij platgebeld wordt door media uit het buitenland. „Japan, Zuid-Korea, Duitsland en nog veel meer.”

Als hij niet tierde over de „verachtelijke democratie” of op mijn vragen reageerde met „u probeert mij te bespotten! U probeert mij te denigreren”, dan hield hij een onnavolgbaar verhaal over zijn organisatie die vreedzaam van aard is, tot op zekere hoogte. „Stel u gaat een bar binnen vol Hells Angels en u maakt ze uit voor blanke psychopaten – dan kunt u toch niet verwachten dat ze u met rust laten?”

Moslims als Hells Angels. Die had ik nog niet gehoord.

De Marokkaanse filmmaker Nabil Ayouch, die nu in Cannes de gevierde man is met zijn film God’s Horses (over de bomaanslagen in Casablanca in 2003), vertelde vorige week donderdag in deze krant dat de ontvankelijkheid voor radicalisering verschillende oorzaken heeft. Armoede. Een gebrek aan cultuur en educatie.

Aan Abu Imrans radicaliteit leek vooral mediageilheid ten grondslag te liggen. Nadat hij trots vertelde dat hij ooit debatteerde met Filip Dewinter, zei hij: „Onze mediastrategie werkt. Kijk maar: ik heb u niet gebeld, u belt mij.”

Ondertussen keek ik op Wilders’ Twitteraccount. Hij had helemaal niet gereageerd op Sharia4Holland. Was hij ze ook al zat?

Abu Imran: „Onze organisatie is groot. Onze boodschap wordt door velen gedeeld.”

Hoe groot? Wie zijn die velen? „Waarom wilt u dat weten, u bent toch niet van de AIVD?”

Hij had niet eens gevraagd van welk medium ik ben. Hij had de telefoon opgenomen en was meteen van wal gestoken. Hij had geprovoceerd en ging nu media-aandacht oogsten. Toen ik het gesprek afrondde, zei hij nog: „U heeft mijn telefoonnummer. U kunt mij altijd bellen als u uw carrière een boost wilt geven. Ik kan u zo aan een shockerende quote helpen.”