‘Rwanda steunt muiterij in Congo’

Een opstand van muitende militairen in het oosten van Congo wordt gevoed met rekruten en steun uit buurland Rwanda. Dat staat in een intern rapport van de Verenigde Naties dat in handen is van The New York Times.

Het rapport, dat deze maand uitkwam, citeert elf overgelopen rebellen die zeggen dat ze Rwandezen zijn. Ze zouden getraind zijn in Rwanda onder het voorwendsel dat ze het leger in zouden gaan. In plaats daarvan zijn ze de grens over gestuurd om mee te vechten met de muitende rebellen.

Rwanda ontkent de „valse en gevaarlijke” aantijgingen. De Rwandese minister van Buitenlandse Zaken, Louise Mushikiwabo, zei tegen de BBC: „De VN-missie in Congo liegt. Ze hebben niets geverifieerd. Ze herhalen geruchten die wij, de Rwandese regering, al weken horen”.

De muiterij begon in april, nadat het Internationaal Strafhof de druk opvoerde om de Congolese generaal Bosco Ntaganda uit te leveren. Hij wordt gezocht wegens oorlogsmisdaden. Sommige leiders van de groep muiters zijn voormalige Tutsi-rebellen die volgens het VN-rapport banden hebben met Rwanda. Ze werden in 2009 in het Congolese leger geïntegreerd na een vredesakkoord. Tienduizenden mensen zijn op de vlucht geslagen voor de gevechten tussen het leger en de muiters.

Rwanda speelt een cruciale rol bij de stabiliteit in Oost-Congo, dat al decennia geplaagd wordt door milities die strijden om controle over de lucratieve mijnen. De spanning begon na de genocide in Rwanda in 1994, toen naar schatting 800.000 Tutsi’s omgebracht werden door extremistische Hutu’s. Veel verdachten van de massamoord vluchtten naar Congo waar ze een rebellengroep opzetten die de Tutsi-regering in Rwanda omver wilde werpen. Rwanda heeft Tutsi-milities in Congo gesteund in de strijd tegen de rebellen.