Opstand in Syrië mondt uit in bloedbad

De wereld reageert met afschuw op het bloedbad in het Syrische Houla, waar 108 mensen op gruwelijke wijze zijn vermoord.

Correspondent Noord-Afrika

BEIROET. Wanneer een conflict in anderhalf jaar meer dan tienduizend doden heeft gekost, worden slachtpartijen gaandeweg statistieken. Maar de naam Houla lijkt voorbestemd om de geschiedenis in te gaan als een van de gruwelijkste wapenfeiten van de Syrische oorlog. Dat het bloedbad heeft plaatsgevonden, wordt door niemand ontkend. Alleen over wie verantwoordelijk is, lopen de standpunten uiteen.

Tussen vrijdagnamiddag en zaterdagochtend werden in Houla, een regio op 20 kilometer van de stad Homs, minstens 108 burgers gedood. Volgens ooggetuigen en overlevenden vielen de eerste slachtoffers door granaatbeschietingen van het Syrische leger, mogelijk uitgelokt door strijders van het Vrije Syrische Leger. Maar het gros van de slachtoffers lijkt van heel dichtbij te zijn gedood door gewapende mannen in militair uniform die de huizen binnendrongen.

Waarnemers van de Verenigde Naties, die zaterdag toegang kregen tot de wijk, telden 32 kinderen jonger dan tien jaar onder de doden. De Veiligheidsraad sprak zondag een scherpe veroordeling uit tegen het Syrische leger voor het schieten in woonwijken, maar het veroordeelde het bloedbad dat erop volgde zonder te zeggen wie er schuld aan had.

Mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW) verzamelde getuigenissen van drie overlevenden. Alle drie legden ze de schuld bij het regeringskamp, maar ze konden niet zeggen of de daders behoorden tot het reguliere leger, of tot de ‘shabiha’, de pro-regeringsmilities. Liefst 62 slachtoffers zouden tot dezelfde familie behoren, de Abdel Razzaks.

„Ik was thuis met mijn drie kleinzoons, drie kleindochters, mijn schoonzus, dochter, schoondochter en nicht”, vertelde een bejaarde vrouw van de familie aan HRW. „Ik was alleen in een andere kamer toen de mannen het huis binnenkwamen. Drie minuten later hoorde ik mijn familieleden schreeuwen. De kinderen huilden. Ik heb mij verstopt. Toen de soldaten zijn vertrokken heb ik in de kamer gekeken. Al mijn familieleden waren dood: ze waren in het hoofd en in het lichaam geschoten. Ik ben weggerend, ik was in shocktoestand.”

Het Syrische persagentschap Sana verspreidde zaterdag dezelfde gruwelijke beelden van het bloedbad als de Syrische activisten, maar het legde de schuld wel bij „aan Al Qaeda gelieerde terroristische groeperingen”.

Ook de Syrische ambassadeur bij de VN, Bashar Ja’afari, stelde dat „gewapende terreurgroepen” verantwoordelijk waren. Volgens Ja’afari kan het „geen toeval zijn” dat het bloedbad plaatsvond vlak voor een gepland bezoek van VN-gezant Kofi Annan.

Hoewel Frankrijk, Groot-Brittannië en Duitsland de schuld voor het bloedbad bij het regime legden, bleef Annan gisteren in Damascus voorzichtig. Hij zei van de Syrische regering een krachtig signaal te verwachten dat „het haar ernst is om de crisis vreedzaam op te lossen”, maar voegde eraan toe dat „deze boodschap niet alleen voor de regering is bedoeld maar voor iedereen met een wapen”.

Rusland, Syrië’s voornaamste bondgenoot in de Veiligheidsraad, had voor zijn doen harde woorden voor Damascus. „Dit is duidelijk een situatie waarin beide partijen een hand hebben gehad in de dood van onschuldige burgers”, zei minister van Buitenlandse Zaken Sergei Lavrov. Maar tegelijk legden alle Russische staatsmedia het bloedbad in Houla uit als een provocatie, bedoeld om de Syrische president in een kwaad daglicht te plaatsen.

Annan is in Damascus in een poging om zijn vredesplan te redden. Maar het bloedbad van Houla, en de tientallen doden die volgens de oppositie gisteren in de stad Hama zijn gevallen, maken dat er niet makkelijker op. Het Vrije Syrische Leger heeft al gezegd dat het staakt-het-vuren nu van de baan is. En ook de burgerbevolking in opstandig gebied begint zich tegen de VN-waarnemers te keren. Toen die zaterdag met uren vertraging in Houla aankwamen, dumpten de bewoners twee van de lijken op de motorkap van hun voertuig.