Jones is bedeesd en bedwelmend

Norah Jones. Gehoord 28/5, Carré Amsterdam.

Op het podium is Norah Jones een anti-diva met een mooi exotisch, ongestileerd uiterlijk. Altijd wat ongemakkelijk onder alle aandacht is ze een bedeesde entertainer. Al is ze zich met de jaren minder zenuwachtig op het podium gaan gedragen.

Gisteravond in Carré had ze spaarzame lachjes en een dankwoordje in het Nederlands. Frivoler werd het niet. Liever concentreerde ze zich op de muziek: op diverse gitaren of toetsen, geflankeerd door vijf musici van wie de leadgitarist en de zingende drummer het meest opvielen.

Jones en haar band gaven een keurig, behoorlijk kreukvrij concert, waarin de Amerikaanse haar nieuwe liedjes nagenoeg in de volgorde als op de cd Little Broken Hearts, uitvoerde. Gracieus legde ze haar lichthese stem over de vooral dienende instrumentatie. Haar stijl is met de hulp van producer Danger Mouse bekoorlijk opgetild en verbreed richting droompop in een broeierige, Italiaanse filmmuziekstijl.

Het venijn zit ’m nu ook in Jones’ teksten, die ze zong met een uitgestreken gezicht. Ze rekende resoluut af met haar ex en was ronduit vilein als bedrogen vrouw in Miriam: „Miriam, such a pretty name. And I’ll keep saying it, until you die.” Tussendoor was er plek voor materiaal dat haar succes markeert: mooie soloversies van Don’t Know Why en de Hank Williams-cover Cold Cold Heart. Uit Black van het heerlijke Danger Mouse/Luppi-album Rome bleek echter maar weer: eigenlijk zijn Jones’ gastbijdrages spannender dan haar eigen werk. Wat klonk ze bedwelmend en mysterieus. Met anderen krijgt Norah Jones iets eigenwijs en grofkorreligs. Zoveel werd al duidelijk op de duetten-cd Featuring van vorig jaar.