In de schaduw van Madelief en Polleke

Aanplakbiljetten van Guus Kuijer in Stockholm

‘Het was alsof ik naar het schavot liep,’ zucht Guus Kuijer. De Nederlandse kinderboekenschrijver kreeg gisteravond in het Concertgebouw van Stockholm de Astrid Lindgren Memorial Award (ALMA), de grootste prijs ter wereld voor jeugdliteratuur, ter waarde van ruim 560.000 euro.

Nu, met een glas champagne in de hand en het officiële gedeelte achter de rug, kan Kuijer de festiviteiten waarderen. De ruim duizend genodigden hadden een ogenschijnlijk gelaten laureaat op het podium zien staan, die op z’n hoogst beduusd was door de gigantische oorkonde die de Zweedse kroonprinses Victoria hem uitreikte. Maar bij de geestelijk vader van Madelief en Polleke overheersten ondertussen de zenuwen: ‘Ik had nog nooit voor zo veel mensen gestaan.’

Misschien had hij liever Madelief gestuurd. ‘Kuijer heeft liever dat de aandacht naar zijn literatuur gaat, niet naar hemzelf,’ merkte Larry Lampert, de voorzitter van de ALMA-jury, de afgelopen week. Hij memoreerde maandagmiddag hoe Kuijer grote ogen opzette toen die een week eerder de stad binnengereden werd. Aankondigingen van ‘zijn’ award week hingen door heel Stockholm, Kuijer zag plots overal zijn eigen portret.  Toen hij vertrok uit Nederland twitterde hij nog een stelling die hij zelf zo goed mogelijk naleeft: ‘Wanneer een schrijver te veel in beeld komt staat hij zijn personages in de weg.’ Interviews en optredens vermijdt hij doorgaans, maar in Zweden ontkwam hij niet aan de schijnwerpers. ‘Ik heb het gevoel dat hij zich dat aan de prijs verplicht voelde,’ aldus Lampert.

‘Deze prijs is voor de Zweden méér dan een kleine Nobelprijs,’ constateerde Pieter Steinz, directeur van het Nederlands Letterenfonds. ‘Voor
het buitenland is dit nog geen vergelijkbaar historisch instituut, maar op de ambassade wordt al over Kuijer gesproken als de eerste Nederlandse Nobelprijswinnaar.’ Jeugdboeken hebben een speciale plek in de harten van de Zweden: als je drie Zweedse fenomenen moet noemen die wereldwijd beroemd zijn, zijn dat de Nobelprijs, ABBA en Astrid Lindgrens Pippi Langkous. Om de schepster van Pippi
te eren stelde de Zweedse overheid tien jaar geleden de ALMA in, voor uitmuntende schrijvers, illustratoren en culturele instellingen, die bovendien werken ‘in de geest van Astrid Lindgren’.

De prijs heeft daarmee ook een politiek tintje: Lindgren had een felle afkeer van dogmatisme en koos onvoorwaardelijk voor het perspectief
van het kind. Haar Pippi – beresterk en anarchistisch in al haar doen en laten – was bij verschijning controversieel, maar werd in Zweden een icoon, een rolmodel voor sterke, onafhankelijke vrouwen. Van regels en conventies trekt Pippi zich niets aan, maar ze is daarmee juist een kind van wie je over het leven kunt leren. Lindgren was solidair met kinderen en nam hen serieus, en die gedachte leeft voort in Zweden. Daarbij hoort literatuur die kinderen serieus neemt en die serieus genomen wordt. ‘Lief Zweden,’ sprak Kuijer maandagavond in zijn dankwoord, ‘jij bent het enige land ter wereld dat bewijst te begrijpen hoe belangrijk goede kinderboeken zijn. Natuurlijk heeft Astrid Lindgren je dat geleerd, maar welk land is wijs genoeg om te luisteren naar de lessen van zijn schrijvers?’ De Zweedse tak van McDonald’s geeft jaarlijks een maandlang geen plastic speeltjes cadeau bij het kindermenu, maar een (sterk gesubsidieerd) prentenboek.

‘Ik ken u als een schrijver met veel gevoel voor de medemens,’ zegt de hoofdpersoon van Het boek van alle dingen (2004) tegen ‘de wereldberoemde kinderboekenschrijver’ Guus Kuijer. Zijn boeken belichamen de idealen van Astrid Lindgren, vindt Larry Lampert: ‘Eind jaren zeventig las ik Krassen in het tafelblad. Vrouwen worden zo krachtig neergezet en Madelief is zo’n sterk personage dat ze de rol vervult die bij ons was weggelegd voor Pippi. Zijn meesterwerk is naar mijn mening Het boek van alle dingen: serieus, maar ook kinderlijk relativerend.’ Kuijer verdedigde de afgelopen week het belang van kunst met argumenten die van Lindgren hadden kunnen zijn. ‘Je leert hoe je je een beeld kunt vormen van de wereld en welke plaats je daarin zou kunnen innemen om van betekenis te worden voor anderen,’ zei hij in zijn lezing, die een vooraanstaande Zweedse krant gisteren over vier pagina’s afdrukte.

De 69-jarige Kuijer las pas als volwassen schrijver een boek van Astrid Lindgren –  vooral De gebroeders Leeuwenhart en Ronja de roversdochter vond hij ‘erg mooie boeken’. Een vergelijking tussen hemzelf en Lindgren blijft wat ongemakkelijk, vertelde hij op de receptie na de uitreiking, al is het maar omdat de gevolgen van de roem hem niet aanstaan. ‘Astrid Lindgren heeft hier de status van een soort heilige en ik kan me voorstellen dat ze daar niet gelukkig van werd. Ik geef zelf liever geen interviews en kom niet met m’n kop op tv, omdat ik nog in Amsterdam over straat wil kunnen.’ Terwijl steeds meer hoge heren uit de Zweedse kinderboekenwereld aanschoven om met hem op de foto te gaan, zag Kuijer ernaar uit om weer thuis te gaan schrijven. Zodat de schijnwerpers zich weer richten op waar ze volgens hem horen: op Polleke, op Madelief.

Thomas de Veen