Meerdere landen willen af van Syrische ambassadeur - ‘ernstige bezorgdheid’

Critici van het Vredesplan van VN-gezant Kofi Annan vinden dat het plan te weinig uithaalt omdat het bloedvergieten in Syrië doorgaat. Afgelopen vrijdag vond er extreem geweld plaats in Houla, 20 km ten noorden van de stad Holma. Daarbij vielen meer dan 100 doden, de meeste van hen werden geëxecuteerd. Foto AFP

De Franse president Francois Hollande wil de Syrische ambassadeur uit Frankrijk weg hebben. Daarnaast wil hij begin juli een nieuwe ontmoeting met de ‘Vrienden van Syrië’. Ook Duitsland, Groot-Brittannië, Australië, Italië, Spanje en Canada willen af van hun ambassadeurs. De Syrische Nationale Raad, de belangrijkste oppositiegroep, is “verheugd” over de uitwijzing van diplomaten, meldt AFP.

De internationale verontwaardiging over het extreme geweld in Syrië groeit. Syrië-gezant Kofi Annan zei de Syrische president vandaag tijdens een ontmoeting dat “grote stappen” nodig zijn om het zus-puntenplan tot laten slagen. Geweld moet worden gestopt en gearresteerde mensen moeten worden vrijgelaten, staat in een verklaring vrijgegeven door de woordvoerder van Annan. Annan heeft de “ernstige bezorgdheid” van de internationale gemeenschap over het geweld in Syrië overgebracht, “in het bijzonder omtrent de recente gebeurtenissen in Houla”.

Assad heeft zei juist tijdens de ontmoeting tegen Annan dat zijn vredesplan alleen kan slagen als andere landen ophouden met het financieren, bewapenen en op andere manieren ondersteunen van “terroristische groepen”. Dat heeft de Syrische staatstelevisie vanmiddag gemeld.

De diplomatieke druk komt een paar dagen na het bloedbad in Houla, waar meer dan honderd burgers zijn gedood, waarvan minstens 32 kinderen. In Houla, een cluster van vier dorpen en kleine steden ten noorden van de stad Homs, braken vrijdag gevechten uit tussen Syrische troepen en rebellen van de oppositie nadat een activist bij een demonstratie tegen het regime van president Assad werd gedood.

Meeste slachtoffers geëxecuteerd - onduidelijkheid over daders

De Verenigde Naties verklaarden vandaag dat minder dan twintig van de doden door artilleriebeschietingen en tanks zijn gedood. Het grootste gedeelte van de slachtoffers is thuis van dichtbij neergeschoten, zegt Rupert Colville, VN-waarnemer voor de Rechten van de Mens. Overlevenden hebben onderzoekers van de VN verteld dat de meeste slachtoffers vielen tijdens twee afzonderlijke rondes van executies uitgevoerd door aanhangers van de regering.

Eerder nog zeiden VN-waarnemers dat artilleriebeschietingen en tanks de oorzaak waren van het geweld. Dat was een reden om de Syrische regering van het geweld te beschuldigen, omdat rebellen voor zover bekend niet over tanks beschikken. De internationale gemeenschap veroordeelt het bloedbad in Houla hard, maar over de schuld aan het geweld bestaat geen eensgezindheid, schrijft correspondent Gert van Langendonck vandaag in NRC-Handelsblad:

“Dat het bloedbad heeft plaatsgehad, wordt door niemand ontkend; Annans VN-waarnemers hebben de lijken geteld. Alleen over wie verantwoordelijk is, lopen de standpunten uiteen. Volgens ooggetuigen vielen de eerste slachtoffers door beschietingen van het leger, mogelijk uitgelokt door strijders van het Vrije Syrische Leger. Maar de meeste slachtoffers werden van dichtbij gedood door gewapende mannen in uniform die achteraf de huizen binnendrongen.”

Ook bondgenoot Rusland veroordeelde het bloedbad in Houla, maar weigert de schuld volledig bij het regime te leggen.