Groepsdruk

U bent op weg naar een concert. Op de hoek van een straat komt u een groep mensen tegen, die allemaal naar de hemel staan te kijken. Zonder erbij na te denken kijkt u ook omhoog. Waarom? Social proof, groepsdruk, ook wel minder scherp omschreven als kuddegedrag. Midden in het concert, na een prachtig uitgevoerde passage, begint iemand te klappen en plotseling klapt de hele zaal. U ook. Waarom? Social proof. Na het concert staat u bij de garderobe om uw jas op te halen. U ziet dat mensen voor u een geldstuk op een schoteltje leggen, hoewel de garderobe officieel in de prijs is inbegrepen. Wat doet u? U legt ook een fooi neer. Social proof betekent: ik gedraag me goed als ik me net als de anderen gedraag. Anders gezegd: hoe meer mensen achter een idee staan, des te juister het idee – wat natuurlijk absurd is.

Groepsdruk is het kwaad achter luchtbellen en paniek op de beurs. Je vindt kuddegedrag in de kledingmode, bij managementtechnieken, in vrijetijdsgedrag, in de religie en bij diëten. Kuddegedrag kan hele culturen lamlegge; denk aan de collectieve zelfmoord van sektes.

Het eenvoudige experiment dat Solomon Asch voor het eerst in 1950 uitvoerde, laat zien hoe groepsdruk het gezonde verstand vervormt. Een proefpersoon krijgt lijnen van verschillende lengtes voorgelegd. De proefpersoon moet aangeven of ze langer, even lang of korter zijn dan een referentielijn. Zolang de persoon alleen in de kamer zit, schat hij alle lijnen juist in, want het is werkelijk een eenvoudige opgave. Dan komen er zeven anderen binnen, allemaal toneelspelers, maar de proefpersoon weet dat niet. De een na de ander geeft een fout antwoord, bijvoorbeeld ‘korter’ hoewel de lijn duidelijk langer dan de referentielijn is. Dan komt de proefpersoon aan de beurt. In 30 procent van de gevallen geeft hij hetzelfde foute antwoord als de personen voor hem – uit pure groepsdruk.

Waarom zitten we zo in elkaar? In ons evolutionaire verleden heeft dit gedrag zich als een goede overlevingsstrategie bewezen. Stel dat u vijftigduizend jaar geleden met uw jagers- en verzamelaarsvrienden onderweg bent op de Serengetivlakte en uw makkers rennen opeens weg. Wat doet u dan? Blijft u staan en krabt u zich achter de oren om te bedenken of wat u ziet werkelijk een leeuw is of eerder een ongevaarlijk dier dat er alleen uitziet als een leeuw? Nee, u spurt achter uw vrienden aan, zo snel u kunt. Erover nadenken doet u daarna wel – als u in veiligheid bent. Wie anders handelde, is uit de genenpool verdwenen. Dit gedragspatroon zit zo diep in ons verankerd, dat we het nu nog volgen, ook al levert het geen enkel voordeel meer op. Er schiet me maar één zinvol geval van groepsdruk te binnen. Stel dat u kaarten hebt voor een voetbalwedstrijd in een onbekende stad en u weet niet waar het stadion is. Dan is het zinvol om achter mensen aan te lopen die eruitzien als voetbalfans.

Comedy’s en talkshows maken gebruik van groepsdruk door op strategische momenten gelach op te nemen, wat de toeschouwers er aantoonbaar toe aanzet zelf ook te lachen. Een van de indrukwekkendste staaltjes van social proof is „Wollt ihr den totalen Krieg?”, de rede van Joseph Goebbels uit 1943. Er is een video van op YouTube. Waarschijnlijk had geen mens met een dergelijk absurd voorstel ingestemd, als hem er in zijn eentje en anoniem naar was gevraagd.

Wees altijd wantrouwig als een bedrijf beweert dat zijn product het ‘meest wordt verkocht’. Een absurd argument, want waarom zou een product beter zijn alleen omdat het het vaakst wordt verkocht? De schrijver Somerset Maugham zegt het zo: „Als vijftig miljoen mensen iets doms beweren, wordt het daarom nog geen waarheid.”

De Zwitserse schrijver Rolf Dobelli schrijft wekelijks over denkfouten. Binnenkort verschijnt bij De Bezige Bij van zijn hand De kunst van het heldere denken. 52 denkfouten die u beter aan anderen kunt overlaten