Gemiddeld een zeven halen om over te gaan

Het valt leerlingen niet aan te rekenen dat ze zesjes halen. Laat een gemiddelde zeven de norm worden, bepleiten Michiel Westenberg en Jan van Driel.

Voor ruim tweehonderdduizend scholieren zit het eindexamen er weer bijna op. Iedereen is blij, maar op de eindlijst prijkt gemiddeld een zes. Bij het eindexamen voor havo en vwo lag het gemiddelde eindexamencijfer in 2011 voor Nederlands, Engels en wiskunde tussen de 6,0 en 6,3. In het vmbo ligt dit niet anders.

Die vermaledijde zesjescultuur wordt middelbare scholieren sinds jaar en dag verweten. Kunnen ze niet beter? Willen ze niet? Is het de puberteit? Zijn hun hersenen onvolgroeid?

De zesjescultuur heeft maar één oorzaak: ze zit ingebakken in ons systeem. Ooit hebben we met elkaar afgesproken dat een zes voldoende is voor een proefwerk, voor bevordering en voor het eindexamen. Een hoger cijfer is meegenomen, maar niet noodzakelijk. Zelfs een 5,5 is al ‘voldoende’. Een onvoldoende op het eindrapport is geen ramp. Op de zes als minimumnorm zijn lessen, toetsen, bevorderingsnormen, normering van de eindexamencijfers en last but not least de financiering afgestemd. De leerlingen passen zich aan en doen braaf wat er wordt verwacht. Het zijn net gewone mensen.

Zeuren over een zesjescultuur onder scholieren is blaming the victim. We zouden er snel een einde aan moeten maken. Met de zes als norm verspillen we het talent van leerlingen, vergooien we de energie van leraren en zakken we als kenniseconomie steeds verder weg. De buitenlandse concurrentie zit niet stil.

Het kan anders, snel en doeltreffend, zonder dure en tijdrovende stelselwijziging. De natuurlijke ambitie van leerlingen moet het uitgangspunt worden van de lesstof en de bevorderingsnormen. In iedere scholier schuilt een acht of een negen. Het is leuk om ergens goed in te zijn en hiervoor te worden beloond met een mooi cijfer. De combinatie van persoonlijke belangstelling en het ontvangen van waardering is de motor achter elke inspanning. Dit geeft zelfvertrouwen.

Dit brengen we in de praktijk door leerlingen gemiddeld een zeven te laten halen om over te gaan naar de volgende klas. Voor elk vak is een zes nog steeds voldoende, maar voor bevordering naar de volgende klas moet de leerling gemiddeld een zeven halen. Deze duidelijke norm krikt het gemiddelde niveau in één klap op en moedigt leerlingen aan om hogere cijfers te halen voor enkele vakken. De hogere cijfers compenseren immers de lagere cijfers.

Leerlingen moeten uitzoeken voor welke vakken ze een bijzondere aanleg en interesse hebben. Dit is spannend en niet eenvoudig. Toch moeten we hen hierdoorheen loodsen. De middelbare school moet in het teken staan van de ontdekking en ontwikkeling van het eigen talent. De uitkomst ervan is van groot belang voor een goede profiel- en studiekeuze.

De school kan deze zoektocht naar het eigen talent ondersteunen door ervan uit te gaan dat iedere leerling in staat is om te excelleren in sommige vakken, bij aanvang nadrukkelijk het vertrouwen uit te spreken in elke nieuwe leerling en steun te bieden aan leerlingen die hulp nodig hebben om hun doel te bereiken, zoals ‘bijles’ door ouderejaarsleerlingen. Deze benadering past bij de talrijke initiatieven die zijn gericht op talentontwikkeling en bevordering van excellentie, het accent op opbrengstgericht werken en de toegenomen aandacht voor de professionalisering van leraren.

De verbeteringen zullen pas effect sorteren als leraren en leerlingen een gezamenlijk doel nastreven. Nu ligt de verantwoordelijkheid voor studiesucces primair bij de school. Als leerlingen niet meewerken, moet de leraar aan hen trekken. Dit is fnuikend voor de motivatie van de leraar, die uiteindelijk – net als de leerling – genoegen neemt met een zes. Als er hogere eisen worden gesteld, is de leerling meer ontvankelijk voor wat de leraar te bieden heeft.

Het vergt moed van scholen om een positief uitgangspunt te kiezen voor de inrichting van het onderwijs. Twee scholengroepen, in Spijkenisse (Penta College CSG) en Rotterdam (Wolfert van Borselen), overwegen dit model van talentontwikkeling in 2013 in te voeren. Het gemiddelde niveau zal omhoog springen. Leerlingen en leraren zullen met meer plezier naar school gaan. Het is immers leuk om ergens goed in te zijn en motiverend om een leerling bij te staan in dit streven.

Michiel Westenberg is hoogleraar ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit Leiden. Jan van Driel is hoogleraar didactiek van de natuurwetenschappen aan het Interfacultair Centrum voor Lerarenopleiding, Onderwijsontwikkeling en Nascholing (ICLON) van de Universiteit Leiden.