Een kleine filosofie van DWDD

Filosoof, schrijver en tv-maker Stine Jensen schrijft elke dinsdag over media, populaire cultuur en hypes.

DWDD is er even tussen uit, tijd voor een kleine filosofie van het populaire programma.

De wereld draait door is een mix van bijna alles: politiek en economie (Buitenhof light), sport allerlei, cultuur allerlei (mini-opera, pop, literatuur, fotografie), wetenschap (Robbert Dijkgraaf), oude en nieuwe media.

Thomas de Zengotita stelt in Meditated. How the Media Shape the World Around You (2005) dat ‘de mix’ bij uitstek een succesformule is in tijden waarin we te druk zijn om alles te kunnen volgen. Wij ademen media in en uit, zijn permanent ‘mediadronken’. In zijn boek werkt hij de vijf belangrijkste eigentijdse mediaobsessies uit: 1. In een wereld vol leugens is het pure kind bij uitstek het culturele media-icoon, omdat het nog niet hyperbewust is van zichzelf en derhalve authentiek spreekt en handelt.

2. De media delen de wereld op in schurken en helden.

3. Media hebben een fixatie op het persoonlijke.

4. Media zijn vlot en snel, want we zijn ‘druk, druk, druk’.

5. In tijden van informatiestress adoreren wij de wondere wereld van natuur, die geheel buiten de mediatechnologie om zijn gangetje gaat.

DWDD past hier naadloos in. Om te beginnen voelt de redactie onze dronken mediapsyche goed aan. Ik schat dat 80 procent van DWDD over media gaat, in die zin dat het refereert aan programma’s, nieuws, films, tv, krant; via mediafragmenten wordt de week afgerond. Het wonderkind duikt met regelmaat op: denk aan de pianospelende broers Jussen. Als een kind niet beschikbaar is, speelt een tafeldame of -heer het naïeve, spontane,emotionele kind. De nostalgische tv-heldencultuur zegeviert in de vorm van gasten (Sonja Barend, Mies Bouwman, Willem Duys) of fragmenten uit de oude doos. De liefde voor de natuur zien we terug in de natuurkunde-fetisj over de oerknal en de voorliefde voor voortplantingsvraagstukken.

Ik kijk bijna altijd naar DWDD. Ik vind het meestal vlot, leuk, de ideale mix van alles. Toch is er soms ook een weeïge nasmaak. Komt dat door het hoge incestueuze gehalte van steeds diezelfde mensen waardoor je als kijker af ten toe buitenstaander voelt van de bijzondere DWDD-sapiens? Komt het omdat je de kijkcijferwetten van de televisie plotseling als pijnlijk ervaart als iemand níet zo lekker past in het uitgedachte vlotte rollenspel – zoals het 11-jarige ‘wonderkind’ dat de eurocrisis zou hebben opgelost maar tot zichtbaar ongemak van de presentator geniaal noch tv-geniek bleek?

Thomas De Zengotita wijst erop dat we geen onderscheid meer maken tussen ‘realiteit’ en ‘representatie’ maar dat mediabeelden de werkelijkheid zijn waarin we leven. Er is dus niet een DWDD-bril die je opzet waardoor je naar de werkelijkheid kijkt, DWDD wordt het referentiepunt zélf van waaruit je de wereld beschouwt. Daarom moeten we kritisch blijven en ons afvragen: wat blijft buiten beeld? Wie of wat is er niet vlot, spontaan, stellig of mediageniek genoeg voor de DWDD-bril op de werkelijkheid?

Na alle felicitaties van DWDD voor DWDD (Bij welk hoogtepunt moet ik beginnen? vroeg hoofdredacteur Dieuwke Wynia zaterdag in Volkskrant Magazine) kan DWDD University Thomas De Zengotita uitnodigen voor een stevig mediacollege, met als titel: The Bubble or: How DWDD Shapes the World Around You?’