Een fietstrapper vinden in de Walmart, moet lukken

Veel mensen die ik voorafgaand aan onze fietsreis door de Verenigde Staten sprak, kwamen ongevraagd met adviezen. En als je met je vriendin van Miami naar San Francisco (8.500 kilometer) gaat fietsen, kun je natuurlijk wel wat voorkennis gebruiken. Gaandeweg ontdekte ik dat hoe minder vaak de mensen in de VS waren geweest, hoe meer ze me over het land konden melden. ‘Neem reserve-onderdelen voor je fiets mee, want Amerikanen fietsen niet!’ luidde een terugkerend en nogal nadrukkelijk advies.

Als ik op een verlaten traject in Louisiana mijn eerste serieuze fietspech krijg – een vermorzelde trapper – heb ik dan ook spijt dat ik niet daar dit advies heb geluisterd. Reserve-trappers heb ik namelijk niet bij me.

Als ik echter een paar kilometer verder een heuvel afrol, lijkt het geluk met me: rechts doemt een enorme Walmart op. De Walmart, de koningin onder de Amerikaanse supermarkten. Aantal werknemers: 2,1 miljoen. Dat is evenveel als de complete beroepsbevolking van Nieuw Zeeland. Daar moet ik toch een fietstrappertje kunnen vinden? Verwachtingsvol loop ik naar binnen.

Op goed geluk wandel ik een paar paden door. Een fietsenafdeling is nergens te bekennen. Sterker nog, na een paar minuten kom ik terecht op de afdeling ‘Auto Electronics’. Via schappen vol met autoradio’s, radar detectors en ander autospeelgoed spoed ik mij een ander pad in, en nog één, en dan blijkt dat ik de wondere wereld der ‘Baby Bedrooms’ binnen ben getreden. Zoetroze wiegjes, verschoningstafels en ledikantjes. Snel sla ik rechtsaf. Weer fout. Er maakt zich een verontrustende gedachte van mij meester. Die luidt: zal ik de afdeling ‘Fietsen en handige onderdelen voor fietstoeristen’ in deze loods wel zonder navigatiehulpmiddelen kunnen bereiken? En zo ja, binnen welke tijd?

Ik loop nog wat foute paden door en al snel wordt mijn aanvankelijke enthousiasme vervangen door een zekere geïrriteerdheid over het spoorzoeken. Toch ga ik door en via ‘Jagen en Vissen’ verzeil ik op de afdeling ‘Damesondergoed’. Ik weet ook niet hoe ik dat voor elkaar krijg. Niet echt een afdeling waar je tussen de lingerie een rij trappers of handige bandenplaksetjes verwacht.

Dan valt mijn oog op een bordje: ‘Wij zijn aan het verbouwen. Sorry voor de overlast’. Ze zijn aan het verbouwen! piep ik inwendig. Dus daarom zijn zo’n beetje alle producten die de wereld kent op loopafstand om me heen verzameld, maar kan ik toch niet vinden wat ik nodig heb.

Snel verder. Ineens bevind ik me in een kapperszaak, met bijbehorende sterke ammoniakgeur. „You need a haircut?” vraagt een meisje. „Nee, nee”, zeg ik met een raar hoog stemmetje.

Uiteindelijk schiet een vriendelijke jongeman me te hulp. Waarschijnlijk ziet hij op mijn gezicht de radeloze uitdrukking van een Walmart-maagd, die niet weet hoe het echte supermarktleven in elkaar zit. Hij gaat me voor naar een heuse fietsenafdeling, die tijdelijk naar een uithoek van de winkel blijkt te zijn verplaatst. Ik ben gered.

Voorzichtig monteer ik even later buiten – onder de bewonderende blikken van een aantal toeschouwers – mijn nieuwe trapper. Dankzij Amerika’s bekendste supermarkt, waar een complete ‘Fietsen’-afdeling is. Toch bijzonder, in een land waar niemand fietst. Volgens de kenners dan hè.

REisboek

Gijs Middelkoop: Amerikanen fietsen niet... Van Miami naar San Francisco door het land van de auto

Elmar BV, 232 blz€17,95