Een dagje Parijs, dat was 't dan

Twaalf dagen na de ingreep aan haar knie speelde Michaëlla Krajicek op Roland Garros. Na één partij was het voorbij.

Redacteur Tennis

Parijs. Vijf dagen is dus te kort om je voor te bereiden op een grandslamtoernooi, moest Michaëlla Krajicek gistermiddag toegeven. Zo graag wilde ze naar de Olympische Spelen dat ze direct haar koffers pakte toen haar arts vorige week zei dat het wel kon zo, met die knie. Het graveltoernooi Roland Garros bleek toch ineens haalbaar en dat was voor haar een kans om zich te plaatsen voor de Spelen. Daarvoor moest alles wijken.

Welgeteld twaalf dagen na een operatie aan het kraakbeen in haar rechterknie stond Krajicek gistermiddag tegenover de Kroatische Petra Martic. Een medisch wonder, had ze het zelf al genoemd.

Het leek wel een publiciteitsstunt, of een gevalletje van startgeld (18.000 euro) ophalen en wegwezen. Niks daarvan, zei Krajicek gisteren in het kleinste perskamertje in stadion Phillippe Chatrier – haar knie ingepakt in ijs. „Dan had ik wel met 4-0 opgegeven. En dat doe ik niet. Alleen als ik flauwval of mijn meniscus scheur.” Beide heeft ze al eens meegemaakt.

Nee, ze werd gedreven door die drang om er koste wat kost bij te zijn op de Spelen. Maar door die ambitie kan nu een streep. Martic (nummer 50 van de wereld) was gisteren te sterk: 6-2 en 7-5. Aan haar positie op de wereldranglijst kan Krajicek nu niets meer doen. Haar huidige plek (73) is te laag om in aanmerking te komen voor Londen.

Alleen een wildcard kan haar nu nog op de Spelen brengen. Maar de kans lijkt klein dat sportkoepel NOC*NSF zich daarvoor hard wil maken bij het Internationaal Olympisch Comité. Haar broer Richard, voormalig Wimbledonkampioen, kent de technisch directeur van NOC*NSF, Maurits Hendriks, goed. „Hij zal wel even gaan bellen.”

Toegegeven, Misa knokte gisteren wel. Maar alleen voor zover dat mogelijk was. Dat betekende dus: niet naar het net rennen om dropshots te halen, niet springen bij een hoog opstuitende diepe bal diep in de tweede set en niet soepel over de baseline draven om de gevarieerde spinballen van Martic te counteren. Bij dat soort explosieve acties was er „twijfel”, gaf Krajicek toe.

Ze had geen pijn gehad tijdens de wedstrijd, was „redelijk aan het genieten” en was vooral „heel blij” dat ze hier überhaupt was. De vier matchpoints die ze tegen Martic wegwerkte toonden haar mentale kracht, maar de brace om haar knie was een constante herinnering aan de kwetsbaarheid van het gewricht. Collega-spelers waren verbaasd dat ze al weer zo snel ter been was, zei ze.

Tijdens een eerste training op het gravel in Parijs, zaterdag, had ze al zonder remmingen kunnen bewegen. Uiterst ontspannen sloeg ze een balletje heen en weer met haar hitting partner Katerina Bohmova, voormalig nummer 107 van de wereld en een goede vriendin. Er werd gelachen en gekletst. In niets leek dat tafereel op de intensiteit bij bijvoorbeeld Robin Haase, die zichzelf even daarvoor verrot schold in een trainingspotje tegen de Slowaak Lukas Lacko.

De carrière van de 23-jarige Krajicek verloopt veel grilliger dan die van Haase, Nederlands beste tennisser bij de mannen. In 2007 stond ze ineens in de kwartfinale op Wimbledon, maar tussen de US Open van 2008 en die van 2011 ontbrak ze bij twaalf grandslamtoernooien op rij. Het ging mis toen de voormalige nummer dertig van de wereld verliefd werd op haar fitnesstrainer Allistair McCaw en zich afsloot voor haar familie.

In Praag, haar tweede thuis, gooide ze vorig jaar het roer om met een nieuwe liefde en een nieuwe trainer. „Zo kan het niet langer, zei ik tegen mezelf”, sprak ze in februari in NRC Handelsblad over het moment waarop ze zich realiseerde dat ze verkeerd bezig was.

Maar kort daarop liep ook de samenwerking met de nieuwe trainer Eric van Harpen spaak. Die zei in een reactie in de Volkskrant dat „Misa niet zoveel voor tennis over heeft als ik”.

Die uitlatingen noemde Krajicek gisteren „niet professioneel”. Maar of het klopte wat hij had gezegd? Ze lachte, zoals altijd. „Of het nu waar is of niet. Ik ben het er natuurlijk niet mee eens.” In het gevecht met haar tegenstander en haar lichaam toonde ze gisteren in ieder geval wilskracht.