Doorwerken na het pensioen

Ongeveer 14 procent van de Nederlanders wil ook na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd betaald werk blijven verrichten. Dat bleek in 2011 bij de jaarlijkse Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden. Minister Kamp (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, VVD) wil het deze werknemers gemakkelijker en voor werkgevers aantrekkelijker maken om deze wens in vervulling te doen gaan.

Kamp bouwt hiermee voort op zijn eigen plannen en die van zijn voorgangers. Toenmalig minister Donner (CDA) en zijn staatssecretaris Aboutaleb (PvdA) spraken al in 2008 met hun notitie Men is zo oud als men zich voelt een volkswijsheid na en kondigden aan dat zij belemmeringen zouden opruimen die er bij het doorwerken na het 65ste jaar bestaan. Voor het getal 65 mag overigens straks 66, 67 of nog hoger worden ingevuld, naarmate de pensioengerechtigde leeftijd gaat stijgen.

De meeste cao’s kennen een automatisch ontslag als de werknemer de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Wie dan toch wil doorwerken, moet een nieuw arbeidscontract sluiten. De werknemer van 65 jaar en ouder raakt bovendien zijn werknemersverzekeringen (werkloosheid, arbeidsongeschiktheid) kwijt en het recht om ten minste het minimumloon te verdienen. Dat laatste krijgt de werknemer nu wel, als het voorstel van minister Kamp tot wet wordt gepromoveerd. De werkgever ontheft hij omgekeerd van de verplichting om de werknemer van boven de 65 bij ziekte twee jaar door te betalen; hij beperkt dat tot zes weken.

Ook regelt Kamp nu wettelijk dat een arbeidscontract automatisch eindigt wanneer de werknemer de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Dat is verstandig, want het zou te ver gaan als de wens van de gepensioneerde werknemer om te blijven werken een recht wordt. Alleen als werkgever en werknemer het er samen over eens zijn, hoort doorwerken een optie te zijn.

Intussen is de vraag of de doorwerkende 65-plusser niet een te grote concurrent op de arbeidsmarkt wordt voor zijn jongere collega’s. Dat is zeker een reëel risico. Want ook bij verplichte betaling van het minimumloon blijft de gepensioneerde werknemer een relatief goedkope kracht die, omdat hij geen AOW-premie meer hoeft te betalen, bovendien zelf netto meer overhoudt. Doorwerken na de pensioenleeftijd kan in de toekomst helpen bij het tegengaan van de krapte op de arbeidsmarkt die een gevolg van de vergrijzing zal zijn. Maar vooralsnog moet het consigne zijn dat 65- (of 66- of 67-) plussers jongere werknemers niet horen te verdringen. Een 51-jarige werkloze heeft meer recht op een baan dan een gepensioneerde man of vrouw.