De oudere vliegt er straks makkelijker uit

Een van de omstreden voorstellen in het Lenteakkoord betreft de ontslagvergoeding. Die gaat dramatisch omlaag. Arbeidsdeskundigen voorspellen dat de gevolgen voor oudere werknemers enorm zullen zijn. Deel 1 van een korte serie over de praktische gevolgen van het Lenteakkoord.

Willie Hofman. Foto Sake Elzinga

De vakbondsveteraan uit Groningen en de arbeidsrechtadvocaat uit Amsterdam zijn het over één ding eens. Het voorstel in het Lenteakkoord voor versoepeling van het ontslagrecht is slecht voor de oudere werknemer.

„Een 55-plusser moet zijn toch al uitgeklede ontslagvergoeding straks gebruiken om aan ander werk te komen”, zegt arbeidsrechtadvocaat Paul Boontje. En die vergoeding gaat fors omlaag. Nu krijgt iemand met 25 dienstjaren maximaal 25 maandsalarissen mee. Straks is het maximum 6 maandsalarissen.

Voor veel ouderen is die ontslagvergoeding een dam, zegt vakbondsbestuurder Masja Zwart van FNV Bondgenoten, die voorkomt dat ze in de bijstand terechtkomen of hun eigen huis moeten verkopen.

Masja Zwart is als vakbondsbestuurder betrokken bij tal van reorganisaties en ontslagprocedures in Groningen, waar de werkeloosheid hoog is. „De ontslagvergoeding moet straks worden ingezet voor de begeleiding naar werk. Maar dat werk is er veelal niet voor die categorie werknemers. De enigen die er rijk van worden, zijn de outplacementsbureaus. Die gaan een hausse aan opdrachten krijgen, maar kunnen voor de oudere werknemers niet leveren. Alleen zullen ze dat pas achteraf vertellen.”

Werkgevers die nu personeel willen ontslaan, moeten vooraf toestemming vragen aan het UWV, de uitvoerder van sociale verzekeringen. Ze moeten zich aan een aantal regels houden, omdat ze anders geen ontslagvergunning krijgen. Die toetsing vooraf wordt in het Lenteakkoord geschrapt. In plaats daarvan krijgt een ontslagen werknemer het recht om een ontslagaanzegging in een interne procedure aan te vechten. Achteraf kan hij dan naar de rechter stappen met het argument dat het ontslag ‘kennelijk onredelijk’ was.

„Natuurlijk kan personeel de redelijkheid laten toetsen door de kantonrechter”, zegt Zwart. „Maar dat zijn juridische procedures waar makkelijk een jaar of langer overheen kan gaan. Zie dan maar eens terug te keren naar je oude baan.” Dat zal zelfs moeilijk zijn, denkt Zwart, als de rechter oordeelt dat de werkgever er bij een reorganisatie ten onrechte geen rekening mee heeft gehouden dat de pijn gelijk moet worden verdeeld over verschillende leeftijdsgroepen. „In de praktijk is dat niet meer terug te draaien.”

Het voorstel in het Lenteakkoord betekent het einde van het bestaande ontslagstelsel, zegt ook arbeidsrechtadvocaat Paul Boontje. „Er wordt straks niet meer vooraf getoetst of er sprake is van een valide ontslagmotief en of het ontslag redelijk is. Dat kan achteraf alleen nog maar via de rechter. Het zal in de praktijk leiden tot een golf aan rechtszaken, met als gevolg veel rechtsonzekerheid én rechtsongelijkheid. Terwijl we nu een uitgebalanceerd systeem hebben waarbij óf de kantonrechter, of het UWV vooraf toetst of een ontslag redelijk is. Dat gaat snel, binnen zes weken is duidelijk of er een ontslagvergunning verleend wordt of niet. ”

Grote groepen oudere werknemers komen in een inkomensgat terecht als de ontslagvergoeding gemaximeerd wordt, zegt Zwart. „Dat gebeurt als de kantonrechter niet vrij kan oordelen over de ontslagvergoeding. En dat inkomensgat kan niet worden gerepareerd, want er is geen werk voor ouderen. Voor die groep wordt de ontslagbescherming hetzelfde als die van uitzendkrachten. Ze gaan eruit zodra de werkgever ze niet meer nodig heeft. En werkgevers hebben ook geen enkele prikkel meer om in deze groep te investeren. Dit gaat een aanslag betekenen op de koopkracht van oudere werknemers. En het levert ook geen bijdrage aan de werkgelegenheid.”

Het blijft altijd mogelijk om bij een individueel ontslag een vergoeding af te spreken die hoger is dan het maximum dat nu wordt voorgesteld, zeggen arbeidsrechtadvocaten. Werkgevers en werknemers kunnen een bedrag afspreken als ontslagvergoeding én een bedrag bovenop het wettelijke maximum, dat ze dan bijvoorbeeld bonus noemen. Maar zo’n afspraak moeten werkgever en werknemer individueel regelen.

„Met maximering van de ontslagvergoeding en het schrappen van de toetsing vooraf, wordt het overleg tussen bonden en werkgevers ondergraven”, zegt Zwart. „Werkgevers gaan niet meer bieden dan wettelijk hoeft. Alleen in bedrijven of bedrijfstakken waar de bonden goed vertegenwoordigd zijn, valt er dan nog wat te onderhandelen. Daar kunnen bonden door mobilisatie van de achterban nog druk uitoefenen.”

Maar dat is in veel branches niet meer het geval. Zwart: „Het zal met deze plannen steeds moeilijker worden om een goed sociaal plan af te sluiten. Of om de voorstellen zoals die er nu liggen te repareren. Dat lukt alleen als de kiezer zich realiseert wat deze plannen in de praktijk betekenen en zich daarover in september in het stemhokje uitspreekt.”

Het is volgens arbeidsrechtdeskundigen ook maar de vraag of een nieuw kabinet de bestaande ontslagbescherming zonder meer zo ingrijpend mag wijzigen. Het vergt in ieder geval aanpassing van het Burgerlijk Wetboek, waarin de huidige ontslagprocedures geregeld zijn. En het is niet duidelijk of een eenzijdig opgelegde maximering van de ontslagvergoeding stand houdt bij de Hoge Raad en het Europees Hof van Justitie. Hetzelfde geldt voor de vraag of de bevoegdheden van de kantonrechter bij het vaststellen van de ontslagvergoeding aan banden mogen worden gelegd.