Burgers wijten crisis aan EU

De economische crisis heeft het vertrouwen van Europese burgers in de Europese Unie ernstig geschaad. De Duitsers vormen een uitzondering. Ze zijn optimistisch en ze worden door andere Europeanen bewonderd, zo blijkt uit een gisteren verschenen onderzoek van de Amerikaanse opiniepeiler Pew.

In zes van de acht onderzochte landen zegt een meerderheid van ondervraagden dat ‘Europa’ de economie heeft verzwakt: in Griekenland (70 procent), Frankrijk (63), het Verenigd Koninkrijk (61), Italië (61), Tsjechië (59) en Spanje (50). In Duitsland en Polen gaat het om een minderheid van 39 respectievelijk 29 procent.

Sinds 2009 is het percentage burgers dat het EU-lidmaatschap beschouwt als ‘iets goeds’ fors gedaald. Alleen in Duitsland en Spanje ligt het nog boven de 50 procent. In Spanje kelderde het getal van 67 naar 54 procent. In Duitsland steeg het juist, naar bijna twee derde.

Europeanen zijn ambivalent over de euro. Veel Zuid-Europeanen beschouwen de munt als ‘iets slechts’ maar nergens is een meerderheid te vinden voor afschaffing ervan.

De gegevens laten zien hoe de schuldencrisis is uitgemond in een „regelrechte publieke vertrouwenscrisis”, zeggen Pew-onderzoekers.

De Duitsers zijn op vrijwel alle terreinen het meest optimistisch, bijvoorbeeld over de eigen politici en de over de vrije markt.

In andere landen worden de Duitsers gezien als ‘het hardst werkend’ en ‘het minst corrupt’. Ze hebben overal een ‘gunstig’ imago – behalve in Griekenland. Een grote meerderheid van de Grieken (78 procent) heeft een ‘ongunstig’ beeld van de Duitsers. De Grieken zelf kampen met een snel dalende populariteit. Slechts een minderheid in Europa denkt positief over de Grieken.

In elk van de acht landen ondervroeg Pew tussen half maart en half april 9.108 mensen.