Bruce de Baas redt Pinkpop

Voor elk wat wils en voor iedereen te weinig. Zonder een magistrale Bruce Springsteen was dit een tamme aflevering van Pinkpop geweest. Andere redders waren The Cure, het weer en het massale The Kyteman Orchestra, dat zondag voor een verademing zorgde.

Nederland, Landgraaf, 26-05-2012. Robert Smith tijdens het concert van the Cure op Pinkpop 2012. Foto: Andreas Terlaak Andreas Terlaak

Wat had Pinkpop gemoeten zonder Bruce Springsteen? The Boss kwam, zag en overwon op een festival dat drie dagen lang stuurloos was geweest, met een programma dat voor elk wat wils bood en daarom voor niemand bevredigend was.

De oubollige hardrock van Mastodon op één podium met de zalvende meisjesmuziek van Keane, of de kleuterrap van Gers Pardoel als voorprogramma van de vuilnisbakkenblues van Seasick Steve. Bij minder mooi weer zou het wringende publieksstromen teweeg hebben gebracht, van muziekliefhebbers op zoek naar een beetje lijn in het programma. Nu de zon uitbundig bleef schijnen daalde er een sfeer van landerigheid over Landgraaf.

Het gebrek aan sterke publiekstrekkers was aan het bezoekersaantal te merken; 37.000 op zaterdag, met The Cure als nostalgisch lokkertje, en 43.000 op de zwakke zondag die met de postmoderne hardrock van Soundgarden en Linkin Park minstens tien jaar achterliep.

Alleen Pinkstermaandag raakte uitverkocht met 61.000 man die vooral voor Springsteen kwamen. Voor liefhebbers van hippere popmuziek was er niet veel te vinden tussen brave nieuwkomers als Bombay Bicycle Club en Hungry Kids of Hungary. Een jong publiek zou nog niet dood gevonden willen worden bij de veredelde kleinkunst met lelijke schraapstem van Herbert Grönemeyer of de quasi-Ierse kitschmuziek van Racoon.

Dance was er van Paul Kalkbrenner en van de rappende dubsteppers Chase and Status, maar hun beats bij daglicht sloegen dood tussen de huisvrouwvriendelijke klanken van singer-songwriters Jonathan Jeremiah en James Morrison.

The Hives brachten hun Scandinavische garagerock in stijve rokkostuums en voerden vooral hun bekende trucje op. Zanger Howlin’ Pelle Almqvist pochte tot vervelens toe over zijn vele kwaliteiten, op kruipafstand van het festival binnen het festival dat een Amerikaans whiskeymerk op Pinkpop mocht inrichten. Weggepropt tussen al die opdringerige promotie deelde het Limburgse drinkwaterbedrijf gratis water uit.

Te midden van de volstrekte willekeur van een bij elkaar gegrabbeld programma kwam het concert van The Kyteman Orchestra zondag als een verademing. 53 zangers en muzikanten brachten een uitdagende rockopera, overdonderend als een Carmina Burana van de popmuziek maar soms ook ingetogen met een zachte trompet of cello. Het publiek moest er duidelijk aan wennen, maar omarmde het ten slotte van harte. Ook het funky feestorkest Chef’s Special hield met een prikkelend geluid de naam van de Nederlandse popmuziek hoog.

Met The Cure en The Specials als geesten uit het newwavetijdperk eerde Pinkpop niet alleen de hits die deze publieksfavorieten in stelling konden brengen, maar ook de eigen historie van het festival. Beiden stonden in een grijs verleden in (toen nog) Geleen op het podium.

The Specials klonken wat roestiger dan twee jaar geleden op Lowlands, wellicht omdat gangmaker Neville Staple er dit keer niet bij was en zanger Terry Hall er moeite mee had zich zijn eigen nummer Enjoy yourself ter harte te nemen.

Vrolijkheid en melancholie vloeiden samen bij Mumford & Sons die eindelijk hun tweede album voltooid hebben en die enkele nummers in première lieten gaan. Hun folkrock brengt verrassend veel mensen in beweging, met een kaal instrumentarium dat nog altijd overwegend akoestisch is en muziek die het vooral moet hebben van fraaie samenzang en stemmige melodieën. Marcus Mumford en zijn mannen werden aan de zijkant van het podium aangemoedigd door Bruce Springsteen, die hen later bij zijn eigen optreden op het podium haalde.

Springsteen redde Pinkpop met een geïnspireerde show. De glimlach was niet van de lippen van The Boss te branden terwijl hij de serieuze onderwerpen van zijn laatste album Wrecking Ball aansneed. Het lied over de economische crisis Death to my home town werd met accordeon, banjo en fluit een verheffende folksong, waarna hij de soulballade My city in ruins aangreep voor een roerende ode aan hen die er niet meer zijn. „I can hear them in your voices”, eerde hij het publiek dat fanatiek meezong. Een voltallige blazerssectie verving de vorig jaar overleden saxofonist Clarence Clemons, die er drie jaar geleden nog wel bij was.

Op de speciaal aangelegde loopplank kwam Bruce regelmatig dichtbij het publiek om mensen een high five te geven, om een schilderij aan te nemen of om zich de woorden in te laten fluisteren toen hij zijn tekst kwijt was.

Een jongetje werd op het podium getild voor een aandoenlijk Waiting on a sunny day en Springsteen haalde zijn oude vriend Garland Jeffreys erbij voor de rockklassieker 96 Tears. Jake Clemons, neef van Clarence, kreeg ovaties bij zijn saxsolo’s en Springsteen liet overtuigend zien dat niets of niemand zijn muziek aan banden kan leggen. Hij klonk beter dan ooit. Organisator Jan Smeets mocht de handen dichtknijpen dat het lot van een tam en onevenwichtig Pinkpop in twee uur werd gekeerd.

Jan Vollaard

Pinkpop 2012. Gehoord: 26, 27 en 28/5, Landgraaf.