Afzien op de vulkaan en dan winnen

Onbekende maar erg gedreven renners presteren vaker in grote wielerrondes. Zoals de Canadees Ryder Hesjedal, die verrassend de Giro d’Italia op zijn naam schreef.

Redacteur Wielrennen

Rotterdam. Eenzaam ploetert wielrenner Ryder Hesjedal omhoog door het maanlandschap van de vulkaan Haleakala op het eiland Maui, Hawaii. Het is eind december 2008, de Canadees doet op zijn vaste trainingsberg een aanval op het klimrecord van zijn ploegleider Jonathan Vaughters uit 1993.

Veelzeggend filmpje op vimeo.com: knetterende hardrockmuziek op de achtergrond met als tekst „Because I want it”, stroken met een stijgingspercentage tot 18 procent, daar bereikt Hesjedal de top van de loodzware klim, in de ijle lucht op 3.057 meter. Record? Net niet. „Dan probeer ik het nog een keer”, zegt de renner van Garmin gespeeld nonchalant. En een week later liegt de klok niet: 2 uur 32 minuten en 51 seconden, liefst 2.38 minuten onder het record van Vaughters. Omdat hij het wilde. Koste wat het kost.

Zondag won Hesjedal (31) als eerste Canadees in de geschiedenis een grote wielerronde, de 95ste Giro d’Italia. In de slottijdrit van 28,2 kilometer in Milaan boog de kopman van Garmin-Barracuda een achterstand van 31 seconden op rozetruidrager Joaquim Rodriguez om in een voorsprong van 16 tellen. „Ongelofelijk”, stamelde hij emotioneel op het erepodium, met de Canadese vlag en een ijshockeystick in de hand. In 1988 eindigde zijn landgenoot Steve Bauer als vierde in de Tour de France, Hesjedal zelf was in de Tour van 2010 al eens zesde. En nu ‘zomaar ineens’ de eindzege in de Giro. „Ongelofelijk”, bleef hij maar herhalen in zijn fonkelnieuwe maglia rosa.

Zoals ook de nummer drie, de Belg Thomas De Gendt, nog nauwelijks kon geloven wat hij in het laatste weekend van de Giro voor bijzonders had gepresteerd. Met een sensationele solo naar de top van de 2.757 meter hoge Stevio won de pas 25-jarige renner van de Nederlandse ploeg Vacansoleil-DCM zaterdag de laatste bergrit. In de afsluitende tijdrit klom hij ten koste van de Italiaan Michele Scarponi achter Hesjedal en Rodriguez naar een plek op het podium van een grote ronde, als eerste Belg sinds Johan Bruyneel, die in 1995 derde werd in de Vuelta. „Surrealistisch”, zo omschreef De Gendt voor de Belgische televisie zijn gevoel.

Ongelofelijk en surrealistisch? Vrijwel niemand had Hesjedal of De Gendt vooraf getipt voor het Giropodium, in tegenstelling tot de ervaren Spanjaard Rodriguez, onlangs nog winnaar van de Waalse Pijl. Hesjedal behaalde met de eindoverwinning in de Giro pas zijn vierde individuele zege in acht jaar als profrenner. De Gendt, prof sinds 2009, won al meer wedstrijden. In zijn enige grote ronde tot nu toe, de Tour van vorig jaar, eindigde hij ondanks een ijzersterk slot als 63ste. Maar wie hadden er dan moeten schitteren in deze Giro?

De Italiaanse favorieten ontbraken voor het eerst sinds 1995 op het erepodium. Scarponi – na de diskwalificatie van Alberto Contador in de boeken als winnaar van 2011 – eindigde zonder veel indruk te maken als vierde. Nog één plaats voor Ivan Basso, de Girowinnaar van 2006 en 2010, die zijn ploeg hard liet werken maar zelf in het slotweekend tekort kwam. Damiano Cunego werd met zijn eindzege in 2004 ‘de kleine prins’, maar kwam daarna nooit meer op het podium en eindigde nu als zesde. Internationale toppers als Cadel Evans en Andy Schleck trainen voor de Tour, de geschorste Contador mag pas in de Vuelta weer meedoen, en Frank Schleck viel halverwege de Giro uit met een schouderblessure en ruzie met zijn ploegleider Johan Bruyneel.

Vorig jaar bleek al dat renners met een minder grote naam dankzij een grote gedrevenheid soms hoog kunnen scoren in drieweekse rondes. Zo toonde de Fransman Thomas Voeckler zich met een vierde plaats plotseling klassementsrenner in de Tour. En de vrijwel onbekende Brit Chris Froome, geboren in Kenia, werd zelfs tweede in de Vuelta.

Aan gedrevenheid ontbreekt het ook Girowinnaar Hesjedal al jaren niet. Als mountainbiker en lid van de opleidingsploeg van Rabobank richtte hij zijn ambitie compromisloos op de Spelen van Athene in 2004. Door materiaalpech was de vice-wereldkampioen van het jaar ervoor echter al snel kansloos. Hesjedal koos daarop voor de weg en tekende bij de Discovery-ploeg van Lance Armstrong, die hem zondag op Twitter complimenteerde met de Girozege. „Schitterend als de beste man wint.”

In zijn eerste Giro (2005) bikkelde hij na een zware val twee weken door om zijn ploeggenoot Paolo Savoldelli aan de eindzege te helpen. Vanuit zijn tweede huis in Hawaii zwoegde Hesjedal ettelijke malen de Haleakala op. Hij won een rit in de Vuelta en voelde zich na twee opbouwseizoenen zonder blessures in staat om in 2010 voor het Tourklassement te rijden. Bij zijn zesde plaats viel vooral op hoe sterk hij nog was in de laatste bergrit: hij finishte als vierde op de loodzware Tourmalet.

Ploegleider Vaughters – die eerder renners als Bradley Wiggins, Christian Vandevelde en Tom Danielson in de top van het Tourklassement bracht – gaf Hesjedal dit seizoen net dat beetje extra vertrouwen door hem al vroeg tot kopman in de Giro te benoemen. „Ik win dankzij het team”, zei Hesjedal, die vanaf de eerste dag voorin mee streed. Hij bedankte ook de fans in Canada, waar het wielrennen snel wint aan populariteit. Maar zijn verrassende overwinning dankte hij toch vooral aan die eenzame uren op de Haleakala. „Because I want it.”