Zij verdelen het ziekenhuisgeld

In de ziekenhuiszorg ging vorig jaar 23 miljard euro om. Deze krant vroeg aan tien mensen hoog in het web van ziekenhuizen, verzekeraars en belangenorganisaties wie daarin de meeste invloed hebben.

Het eerste wat opvalt aan de bestuurders van ziekenhuizen, zorgverzekeraars en alle instanties erom heen, is dat ze geen dokter zijn. De meeste zijn econoom, bestuurskundige, politicoloog of jurist. Ze werken vaak al wel lang in de zorg: in ziekenhuisdirecties, op het ministerie van Volksgezondheid of bij een zorgverzekeraar.

Er is ook een groeiende groep oud-bewindslieden die nooit in de zorg hebben gewerkt maar er zijn binnengehaald omdat ze over een Haags netwerk beschikken: Wouter Bos (KPMG), Roger van Boxtel (Menzis), Steven van Eijk (huisartsen), Frank de Grave (Orde van medisch specialisten), André Rouvoet (Zorgverzekeraars Nederland). De meesten zijn boven de vijftig, op een enkeling na. En man.

Ziekenhuiszorg is de grootste post op de begroting voor gezondheidszorg: 23 miljard euro vorig jaar. En die begroting is, met 52 miljard euro, de grootste departementale begroting. De ziekenhuisuitgaven zijn in elf jaar verdubbeld van 11 miljard euro in 2000 tot 23 miljard, aldus het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Wie beslist over de miljarden die het land elk jaar uitgeeft aan ziekenhuiszorg? Of, preciezer, wie hebben er invloed op de beslissingen? Deze krant vroeg tien mensen met belangrijke posities bij zorginstellingen en belangenclubs, wie volgens hen van invloed zijn. Marjanne Sint, directeur van de Isala Ziekenhuizen in Zwolle, deed niet mee omdat ze geen tijd had. De andere negen noemden ieder tien mensen zonder dat ze wisten wie er verder meededen. Dat leverde bijna vijftig namen op.

Zes van de negen respondenten noemden Edith Schippers, demissionair minister van Volksgezondheid. Een minister van gezondheidszorg heeft macht omdat hij (of zij) beleid maakt, onderhandelt met de ziekenhuizen, verzekeraars en artsen over tarieven en budgetten en overlegt over ethische kwesties.

Nog eens tien mensen werden ieder drie keer genoemd als ‘ invloedrijk’. Nog eens zeven mensen twee keer. De rest werd één keer genoemd.

Maar waarom zij? Hoe verwerf je invloed of macht in een circuit met 92 ziekenhuizen, vier grote zorgverzekeraars, machtige artsenorganisaties (Orde van Medisch Specialisten; KNMG en wetenschappelijke verenigingen) en een web van toezichthouders van de overheid (Inspectie, Nederlandse Zorgautoriteit, College van Zorgverzekeringen) en adviescolleges?

Dat doe je, zo blijkt, door leiding te geven aan één van die organisaties, het liefst aan twee achter elkaar. Dat doe je door een netwerk op te bouwen en te onderhouden – op symposia, in advies- en overlegrondes en sinds kort met Twitter. Door vernieuwend of spraakmakend te zijn (sommige artsen en sommige verzekeraars). Veel te spreken op congressen. Of iets moeilijks voor elkaar te krijgen , een omstreden wet aangenomen krijgen bijvoorbeeld, of een noodlijdend ziekenhuis redden.

Vroeger was de ziekenhuisfinanciering eenvoudig geregeld: het Rijk kende ziekenhuizen budgetten toe. Was het geld op, dan stopten de artsen met behandelen. Dan moest de patiënt soms maanden wachten. In 2005 hervormden minister Hans Hogervorst (VVD) en directeur-generaal Martin van Rijn het stelsel radicaal: de overheid zou niet langer bepalen hoeveel zorg de ziekenhuizen gaven, het werd een kwestie van vraag en aanbod. Alle burgers, – oud, jong, ziek, gezond, – zouden voortaan op dezelfde manier verzekerd zijn voor de belangrijkste zorg. Verzekeraars moesten de premies die iedereen verplicht betaalt, efficiënt gaan besteden. Zij zouden ziekenhuizen selecteren, die op hun beurt efficiënter zouden werken. Ziekenhuizen moesten met elkaar concurreren.

Toch zijn de kosten – landelijk – niet gedaald maar gestegen.

Zijn we allemaal zieker geworden? Nee. Er is technisch meer mogelijk, patiënten stellen hogere eisen aan het ziekenhuis en aan hun kwaliteit van leven én tegelijkertijd bieden artsen meer zorg. Ziekenhuizen werken wel efficiënter maar ze doen ook meer want de patiënt is klant geworden. In jargon heet dat een systeem met ‘perverse prikkels’. Stuk voor stuk presenteren ziekenhuizen in hun jaarverslagen trots de ‘omzetgroei’. Ofwel: meer consulten, meer onderzoeken, meer operaties en meer inkomsten.

Sinds de liberalisering spelen ziekenhuizen, overheid en verzekeraars elk jaar een ingewikkeld spel met onderhandelingen over volume en prijs. Vorig jaar spraken ze af dat de kosten dit jaar maar met 2.5 procent mogen stijgen. Lokaal vechten individuele ziekenhuizen dat nu uit met de verzekeraars.

Vier van de elf mensen die zijn aangewezen als heel invloedrijk, vertellen er over op de volgende pagina’s. Ze komen uit verschillende hoeken van de ziekenhuiszorg: een verzekeraar, een ziekenhuisdirecteur én arts, één adviseur en één pensioenfondsbeheerder.

Mannen van 23 miljard pagina 12-13