Zij : ‘Mijn eerste salaris: wauw!’

Lise: „In de periode dat we gingen samenwonen waren we jarig, hadden we een housewarming en was het Kerst en Sinterklaas.”

Maarten: „We hebben daardoor bijna onze hele inboedel gekregen.”

Lise: „Nu gaan we sparen voor nieuwe spullen om alles net wat chiquer te maken. Het plan is om elke maand iets nieuws te kopen.”

Maarten: „Tot nu toe waren dat steeds dingen van rond de 50 euro.”

Lise: „Deze maand wil ik een handdoekenkastje voor de badkamer kopen.”

Maarten: „We moeten ook afwegen wat we hier doen en wat in een volgend huis.”

Lise: „Van mijn eerste salaris heb ik een Gaastra-jas gekocht. En de dvd-box van Gossip Girl. Fijn dat het nu makkelijker is om terrasjes te pakken.”

Maarten: „Ik heb nooit zo rustig aan gedaan met geld. Zeker niet met stappen.”

Lise: „Ik ben veel prijsbewuster dan Maarten. Een potje pesto kan best van een huismerk zijn.”

Maarten: „Ik wil gewoon lekker eten, dan maakt het niet uit wat het kost. Soms hebben we daar wel frictie over. Als er bijvoorbeeld weer zo’n minder lekker huismerk in de kast ligt.”

Lise: „Ik vond het onzin dat Maarten laatst 70 euro had opgezopen in de kroeg. Al moet hij dat zelf weten, het is zijn eigen geld.”

Maarten: „We helpen elkaar wel. Als Lise een nieuw telefoonabonnement wil, help ik omdat ik daar meer verstand van heb.”

Lise: „En Maarten moedigt me aan als ik iets graag wil hebben. Zoals die Gaastra-jas. Ik was daar al heel lang mee bezig.”

Maarten: „Dan zeg ik: doe nou maar.”

Lise: „Ik ben wel altijd heel blij als ik iets gekocht heb. Terwijl Maarten zijn aankopen makkelijk dagen in een tasje op de bank laat liggen.”