Woonde hier de koning van Sparta?

Archeologie

Een 3.500 jaar oud paleis, vlakbij Sparta. Sofia Voutsaki dacht meteen aan de helden van Homerus.

Hoort Ayios Vasilios in het rijtje Pylos, Thebe, Mycene, Tiryns en Athene? Ja, zegt Sofia Voutsaki, hoogleraar Griekse archeologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ze is ervan overtuigd dat wat archeologen in Laconië, twaalf kilometer ten zuiden van Sparta, opgraven maar één ding kan zijn: een Myceens paleis. “Alles wijst erop.”

Voutsaki, die sinds 2010 als specialiste in de Myceense tijd bij de opgraving is betrokken, beseft dat wie in de omgeving van Sparta van een Myceens paleis spreekt, bijna automatisch ook verwijst naar het mythische echtpaar Menelaos, koning van Sparta, en Helena, om wie de al even mythische Trojaanse oorlog is gevoerd. “De resten stammen uit 1500-1400 voor Christus en horen dus tot de Myceense periode, waarvan een echo is terug te vinden in de Ilias en Odyssee van Homerus.”

Een boer vond vier jaar geleden op zijn land bij de heuvel met de gerestaureerde Byzantijnse kerk Ayios Vasilios scherven van Myceens aardewerk. De regionale archeologische dienst kwam erbij voor nader onderzoek en ontdekte drie kleitabletten met Lineair-B, een oude vorm van Grieks. Tabletten die onder meer in Pylos, Thebe en Mycene zijn gevonden blijken de administratie van voedsel, voorwerpen, dieren en mensen te bevatten. “Dergelijke tabletten zijn vrijwel alleen in Myceense paleizen gevonden”, legt Voutsaki uit.

Bij opgravingen vond het projectteam verschillende gebouwen, waarvan een met bijzondere dikke muren. “Het is een gebouw van ongeveer veertig bij dertig meter. Ook zijn er voor de bouw speciaal terrassen aangelegd. Volgens geofysisch onderzoek zit er nog veel meer in de grond”, zegt Voutsaki.

In een ander gebouw kwam een stapel van twintig bronzen zwaarden tevoorschijn. “Tijdens een verwoestende brand, waarvan we de sporen hebben teruggevonden, zijn ze ooit aan elkaar gesmolten. Zo’n wapenvoorraad had niet iedereen; nog een aanwijzing dat het om een paleis gaat.” Het toeval wil dat op een van de gevonden tabletten ook sprake is van zwaarden. Er wordt gesproken van meer dan vijfhonderd exemplaren.

Intussen zijn er nog twee fragmenten van tabletten gevonden. Hoewel het om losse vondsten gaat, horen ze volgens de archeologen bij een paleisadministratie. “Lineair-B-experts die de tabletten hebben bestudeerd, denken dat ook. Een van de fragmenten gaat namelijk over textiel en een ander over geurstoffen, beide behoren tot de belangrijkste handelsgoederen uit die tijd. De organisatie van de productie, distributie en export ervan gebeurde in de Myceense wereld vanuit het paleis.”

Op verschillende plaatsen, vooral op antieke afvalplekken, vonden de archeologen ook ontelbare frescofragmenten. Daarop staan abstracte voorstellingen, zoals spiralen in verschillende kleuren, maar ook figuratieve afbeeldingen: wielen van een strijdwagen, een panterachtig dier, een krijgsman met een helm gemaakt van de slagtanden van een everzwijn, een rechthoekig schild en scheenbeschermers van een geharnaste krijger. “Voorstellingen die bij een paleis horen”, zegt Voutsaki. Bovendien geven de afvalplekken aan dat alles op een gegeven moment opnieuw is gedecoreerd. Een kostbare zaak, die niet voor iedereen was weggelegd.”

Andere bijzondere vondsten die in het gebouw met de zwaarden zijn gedaan: de resten van een feestmaal, dunne ronde goudschijfjes, bronzen vazen, een scarabee, een zwaardpommel van rotskristal, de nek van een kostbare stenen vaas en een rhyton, een plengvaas in de vorm van een gedetailleerd beschilderde stierenkop.

Tot slot wijst Voutsaki op de strategische ligging. “Op een heuvel, in zeer vruchtbaar gebied, bij de noordzuidweg van het binnenland naar de kust, maar ook bij belangrijke oostwest lopende wegen.” Het enige dat volgens Voutsaki nog ontbreekt is de vondst van het ‘megaron’, de karakteristieke rechthoekige troonkamer met haard, die ook in Pylos, Tiryns en Mycene is gevonden.

Voor Adamantia Vasilogamvrou, de leidster van de opgravingen en bij het begin van de opgravingen nog directeur van de archeologische dienst van Laconië, reden om nog een slag om de arm te houden en Ayios Vasilios slechts te beschouwen als ‘een goede kandidaat’ voor de plek waar het Myceense paleis van Sparta heeft gestaan. “Er zijn namelijk drie andere vindplaatsen in de buurt die in aanmerking zouden komen”, zegt Voutsaki: “Pellana, Menelaion en Vafeio-Pailaiopyrgi.” Zelf is ze wel zeker van haar zaak. “In Pellana zijn grote graftombes, maar die zijn niet rijk. De andere twee vindplaatsen zijn wel belangrijk, maar dateren uit een vroegere periode, rond 1550 voor Christus. Bij Ayios Vasilios hebben we ook resten uit die tijd. Waarschijnlijk waren in die tijd meerdere kleinere Myceense machtscentra in Laconië. Het waarschijnlijkste scenario is dat Ayios Vasilios als de belangrijkste is overgebleven. Die ontwikkeling zie je ook bij de andere Myceense paleizen.”

Bezuinigingen

Sinds kort bevindt de opgraving zich in problemen. “Vanwege de economische crisis moet er ook bij het Griekse ministerie van Cultuur flink bezuinigd worden. Daarom zijn Vasilogamvrou, 58 jaar, en veel andere archeologen gedwongen met vervroegd pensioen gegaan. Dat betekent dat de archeologische dienst van Laconië nog maar één archeoloog in vaste dienst heeft.” Voutsaki begrijpt dat er bezuinigingen nodig zijn. “Maar ik begrijp niet dat ze die in Laconië zoeken, waar maar twee archeologen in vaste dienst waren. In Athene zijn tientallen archeologen in dienst.” De opgraving krijgt ook geen overheidsgeld meer en moet op zoek naar alternatieve geldbronnen. “Die hebben we gevonden in The Institute of Aegean Prehistory, een particuliere Amerikaanse stichting, maar omdat meer opgravingen daar nu subsidies hebben aangevraagd krijgen we minder dan we nodig hebben.”

De financiële en personele problemen zouden reden genoeg kunnen zijn om flink de publiciteit te zoeken met de mededeling dat ze het paleis van Menelaos en Helena hebben gevonden. De archeologen zien er echter van af om die claim te gelde te maken, vertelt Voutsaki. “Dat zou te cynisch zijn.” Ze wil wel iets met de mythen rond het paleis van koning Menelaos en vooral Helena doen. “Als je mensen bij Sparta naar personen uit de klassieke oudheid vraagt, noemen ze twee personen: Leonidas en Helena.” Voutsaki is daarom benieuwd naar oude verhalen en mythen uit de omgeving en hoe de lokale bevolking omgaat met het verleden en legenden. “In het naburige dorp woont een Nederlandse antropologe. Met haar wil ik die verhalen onderzoeken.”