Waarnemers Syrië bevestigen dood 32 kinderen bij bloedbad Houla

Leden van het Syrische Vrij leger spreken met een VN-waarnemer in de buurt van Houla. Foto Reuters / Houla News

Waarnemers van de Verenigde Naties hebben vandaag bevestigd dat er bij de aanvallen gisteren op het Syrische stadje Houla 92 doden zijn gevallen, onder wie 32 kinderen. Activisten spraken vanochtend al van minstens negentig doden.

In Houla, een cluster van vier dorpen en kleine steden ten noorden van de stad Homs, braken gisteren gevechten uit tussen Syrische troepen en rebellen van de oppositie nadat een activist bij een demonstratie tegen het regime van president Assad werd gedood.

Naast het grote aantal doden zouden bij de belegering van Houla ook tientallen gewonden zijn gevallen. Activisten omschrijven de gebeurtenissen in Houla als een “bloedbad”. Het leger zou Houla zijn binnengetrokken en complete families hebben vermoord. Ook zouden soldaten standrechtelijke executies hebben uitgevoerd. Op YouTube zijn beelden (pas op, zeer schokkend) opgedoken van de tientallen dode kinderen.

In een verklaring laat het hoofd van de VN-waarnemersmissie, de Noorse generaal Robert Mood, weten het geweld te veroordelen.

“Vanochtend zijn waarnemers en mililtairen van de Verenigde Naties naar Houla gegaan en hebben daar de lichamen van 31 kinderen onder de tien jaar en 60 volwassenen geteld. (…) De waarnemers hebben bevestigd dat er gebruik is gemaakt van raketgranaten. Diegenen die begonnen, diegenen die reageerden en diegenen die deze betreurenswaardige daad van geweld hebben uitgevoerd moeten aansprakelijk worden gesteld.”

Update 21:11 uur:
Ook demissionair minister Rosenthal van Buitenlandse Zaken heeft de aanslag in Houla ten zwaarste veroordeeld, zo meldt het ministerie.

“Onze prioriteit is om snel te achterhalen wie hier verantwoordelijk voor is en de schuldigen van deze daad ter verantwoording roepen. Ik zal hiervoor overleg voeren met mijn EU-collega’s. De waarnemersmissie moet direct alle toegang krijgen tot de stad Houla om hun taken daar te kunnen ontplooien.” - verklaring Rosenthal