Vermarktbaarheidsdrama

Politici beschimpen elkaar gretig, maar buitenstaanders durven daar zelden aan mee te doen. Politici zijn machtig en kunnen terugslaan: de BTW verhogen of nog meer onderzoeksgeld inpikken. Als Rijksmuseum kun je een strafkorting krijgen. Zelfs een ombudsman moet oppassen.

Soms riskeert een buitenstaander toch de politieke toorn, zoals Bernard Wientjes, de wakkere voorzitter van werkgeversvereniging VNO-CNV. Wientjes waagde het om te suggereren dat Nederlandse politici onvoldoende gerekruteerd worden uit de Nederlandse elite. Als één man vielen de Nederlandse politici over Wientjes heen. Hoe kan zo’n man dat beweren? Politici geen elite? Wientjes hoefde niets terug te zeggen, want het CDA organiseerde een lijsttrekkersverkiezing. Zes kandidaten wekenlang op het televisiescherm. Zelfs de altijd milde NRC had er geen goed woord voor over.

Hadden wij in de wetenschap maar mensen als Wientjes die het kind bij de naam noemen. Voor mij ligt een brief, die onze wetenschappelijke elite aan de politieke partijen heeft gestuurd. De bovenbazen van KNAW, NWO, TNO, universiteiten en HBO hebben de krachten gebundeld om de belangen van Nederland-kennisland onder de aandacht te brengen. Zo’n brief namens iedereen is natuurlijk een compromis. Terwijl wij weten dat de president van de KNAW als columnist van deze krant prachtig, puntig proza kan schrijven is hij nu de eerste ondertekenaar van een zouteloze brief geschreven in het moeizame proza van persvoorlichters.

Storender vind ik dat de inhoud van de brief ook zouteloos is. Iedereen weet dat Europa zich alleen door kennisgedreven innovatie uit het stagnatiemoeras kan trekken. Zelfs onze minne politici weten dat kennis geld kost. Het heeft dan wat onnozels om alleen om wat meer geld te vragen voor onderzoek en niet in te gaan op de knullige wijze waarop onze overheid nu onderzoeksgeld verspilt. Waarom zo dociel?

Wie luistert naar de elite van jonge onderzoekers krijgt een andere boodschap: golven van woede en frustratie. Over de disproportionele kortingen op fundamenteel onderzoek die de basis uithollen van Nederland-kennisland. Over de afgedwongen samenwerking met het bedrijfsleven waaraan bakken geld worden verspild en die niet echt bijdraagt aan het ontwikkelen van nieuwe geneesmiddelen, apparaten of gadgets waar de markt op zit te wachten.

Ik zat begin deze maand bij de intreerede van een jonge Nederlandse hoogleraar die opriep tot burgerlijke ongehoorzaamheid. Hij vond het kortzichtig dat in Nederland nu al het onderzoek wordt afgerekend op vermarktbaarheid. Zelfs bij de persoonlijke subsidies voor fundamenteel onderzoek (VENI, VIDI, VICI) moeten de aanvragers een valorisatieparagraaf invullen, waarin ze uitleggen hoe hun onderzoek klemmende maatschappelijke problemen op gaat lossen. Basaal onderzoek levert echter nieuwe kennis waarvan de toepassingen onverwacht en onvoorspelbaar zijn. Je kunt wel fantasierijke toepassingen eisen bij zulk onderzoek, maar dat stimuleert onoprechtheid en dat moeten we in de wetenschap niet willen. Het is tijdverspilling van de onderzoeker die het opschrijft en van de beoordelaar die zulke ‘morgen brengen’-teksten moet lezen.

Mijn collega vond het verwerpelijk dat NWO zich op zo’n primitieve manier voor de innovatiekar laat spannen. Hij riep daarom zijn collega’s in de subsidiebeoordelingscommissies op om hier niet aan mee te werken. Wij moeten jonge onderzoekers beoordelen op de kwaliteit en het belang van hun onderzoek, niet of zij daar een handige toepassingsdraai aan weten te geven.

Ik ben het daar mee eens. Het is onnozel om te denken dat fundamentele kennis één op één in vermarktbare toepassing kan worden omgezet. Het is nog onnozeler om te denken dat kennisgedreven industrie op termijn kan overleven zonder actieve, lokale, fundamentele kennisgeneratie en topopleidingen. Het is daarom kortzichtig om ons fundamentele onderzoek af te bouwen in ruil voor de kans op kortetermijngewin.

Dit is de boodschap die de KNAW met kracht en overtuiging bij de politieke partijen uit moet dragen. Het is dom om onderzoekers die fraai en productief basaal onderzoek doen aan de leiband van de toepassingen te leggen. Als ze al niet weglopen – onderzoekers zijn bijna even mobiel als voetballers geworden – maakt die leiband dat ze niet de meest kansrijke proeven/projecten doen om werkelijk nieuwe dingen te ontdekken. Het zijn die ontdekkingen die de echte innovatie opleveren. Het ontbreekt de ondernemende universiteit echt niet aan zin in valorisatie. Het wemelt van zieltogende start-up bedrijfjes. Waar het aan schort zijn slimme nieuwe ideeën en goed opgeleide mensen om die bedrijfjes te voeden.

En Wientjes? Die heeft ook werk te doen. Het misbruiken van zoveel Nederlands onderzoeksgeld voor primitief, top-down gestuurd, toegepast onderzoek kan alleen worden omgebogen als ook het bedrijfsleven een langetermijnvisie laat horen. Weg van het idee dat de wetenschap horig gemaakt moet worden aan de commercie. Terug naar wat de captains of industry ons twintig jaar geleden voorhielden: academia moet ontdekken en goede onderzoekers opleiden; dan zorgen wij als industrie dat die onderzoekers nieuwe verkoopbare producten maken, waarmee onze economie concurrerend blijft.