'Vergoed alleen het nodige'

Nederland, Amsterdam, 18-04-2012 Wouter Bos, partner bij KPMG. Hij is verantwoordelijk voor de adviespraktijk voor de publieke sector en de gezondheidszorg. Voormalig minister van Financiën en vicepremier in het kabinet-Balkenende IV. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Roger Cremers - 2012

Wie: Wouter Bos, Partner Zorg bij KPMG

Studeerde: economie en politicologie

Was: manager Shell, leider PvdA, minister van Financiën.

Invloed: groot Haags netwerk. Adviseert ziekenhuizen, verzekeraars, ministerie en patiëntenorganisaties over beleid. Wordt vaak uitgenodigd om te spreken.

Het gebouw van KPMG in Amstelveen is imposant. Op de roltrap in de vide is het een komen en gaan van adviseurs in goede pakken. De bezoeker waant zich in een reclamespotje voor zakelijke dienstverlening. Wat heeft dit met gezondheidszorg te maken? Sinds anderhalf jaar is KPMG een factor in de gezondheidszorg. Toen zette Wouter Bos de zorgtak op.

Ruim 60 adviseurs rapporteren aan Bos. Zij adviseren ziekenhuizen, het ministerie van Volksgezondheid, zorgverzekeraars, belangenclubs van patiënten en farmaceutische bedrijven. Het zijn economen maar ook – nieuw voor KPMG – artsen en gezondheidswetenschappers.

Bos is een bekend gezicht, hij is slim en vertelt goed, zeggen de mensen die hem invloedrijk noemen. Hij was minister van Financiën. Om die reden komt hij overal binnen en wordt naar hem geluisterd. Hij was ook leider van de Partij van de Arbeid.

Hoe kijkt Bos tegen de gezondheidszorg aan? Die barst van de paradoxen, zegt hij. „Ik spreek ziekenhuisdirecteuren die het ene moment hun zorgen uitspreken over de kostenexplosie in de zorg (die premiebetalers betalen) en vervolgens enthousiast vertellen over de recente groei van het aantal patiënten in hun ziekenhuis.” Dat komt, zegt hij, door het not in my backyard -effect: „Iedereen vindt dat de kosten beperkt moeten worden, maar dan wel door de anderen.”

En wat zegt hij tegen zo’n directeur, die ook zijn klant is? „Wij zeggen het eerlijk als we vinden dat betere kwaliteit tegen lagere kosten geleverd kan worden. Dat loopt soms in de miljoenen.”

De zorg is aanbodgestuurd, zegt Bos. Wat de dokter kán bieden, biedt hij. „En kwaliteit wordt in de zorg gemeten door de professionals zelf. Ze kijken of er na een operatie complicaties zijn, restweefsel of terugkommomenten. Terwijl een patiënt wil lopen zonder pijn. Er worden nu patient reported outcome measurements ontwikkeld en die laten de patiënt bepalen of de arts succesvol was. Dat is wennen, het raakt aan de machtsvraag: weet de arts alles beter dan de patiënt?”

Door de ‘markt’ die in 2006 is ingevoerd, zijn ziekenhuizen efficiënter gaan werken maar ze bieden ook meer zorg. Er lijkt zelfs sprake van over-gebruik en overcapaciteit. „Singapore heeft goede en goedkope gezondheidszorg. Een KPMG-compagnon uit Singapore was hier laatst. Hij viel van zijn stoel toen hij hoorde dat in Nederlandse ziekenhuizen de capaciteitsplanning, het aanwezige materiaal – alles – wordt bepaald door de medici en verpleegkundigen. ‘Geen wonder dat de markt zo groeit’, zei hij”.

De heilige graal die iedereen zoekt, zegt Bos, is hóé de kosten in de zorg beperkt kunnen worden. „Dat is nodig om de solidariteit te behouden. Iedereen wil dat de belangrijkste zorg beschikbaar blijft voor iedereen. Eén manier om dat te realiseren is door alleen het nodige te vergoeden.”