Twee masters op zak – nu die droombaan nog

De werkloosheid stijgt en vooral jongeren hebben daar last van. Zelfs met een dubbele master op zak moeten zij het vaak doen met stages en tijdelijk werk onder hun niveau. „Ik zie het somber in.”

Foto’s Merlin Daleman

Je moet studeren wat je leuk vindt. Je kunt alles worden wat je wilt en je moet dus vooral gelukkig zijn in wat je doet. Die boodschap is er bij de twintigers van jongs af aan ingeramd door ouders en school.

Maar dat was vroeger.

De realiteit van nu is anders. Wie een ‘leuke studie’ heeft afgerond, merkt dat hij niet zomaar kan worden wat hij wil. Door de economische crisis is de werkloosheid snel opgelopen. Werkgevers zitten niet altijd meer te springen om vers afgestudeerden.

Uit de cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek afgelopen donderdag publiceerde, blijkt dat de werkloosheid voor het eerst in ruim zes jaar boven de 6 procent uitkomt. Uitgesplitst naar leeftijdscategorieën valt op dat de werkloosheid onder jongeren tussen de 15 en 25 jaar zelfs twee keer zo hoog is: 12,1 procent.

En dat zijn echt niet allemaal kansarme jongeren die hun opleiding niet afmaakten. Ook onder universitair afgestudeerden is de desillusie groot. Na jaren studeren met het idee dat de wereld aan hun voeten ligt, moeten jonge high potentials plotseling vechten voor een baan.

Eind deze maand komt de Vereniging van Universiteiten (VSNU) met de eerste resultaten uit de WO-monitor 2011. Daaruit blijkt een toename van het aantal werkloze afgestudeerden uit het wetenschappelijk onderwijs. Bijna 8 procent geeft één tot anderhalf jaar na afstuderen aan nog werkloos te zijn, ten opzichte van 5 procent twee jaar geleden. Vooral afgestudeerden in taal- en cultuurwetenschappen hebben steeds meer moeite een baan te vinden.

Uit ander onderzoek, onlangs gepubliceerd door Economisch Statistische Berichten, blijkt dat jonge hoger opgeleiden gemiddeld meer last hebben van het huidige economische klimaat dan oudere werknemers. Bij werkloosheid aan het begin van de arbeidscarrière is „sprake van een ontmoedigingseffect”, schrijven onderzoekers Kim Erpelinck en Jan-Maarten van Sonsbeek. „Dit effect zorgt er voor dat afgestudeerden de kans op het vinden van een baan dusdanig klein achten dat ze zich volledig terugtrekken van de arbeidsmarkt.”

Hetzelfde blijkt uit onderzoek dat de internationale arbeidsorganisatie ILO deze week publiceerde. Werkloosheid onder jongeren neemt wereldwijd toe, en met name in Europa is die nog hoger dan officiële cijfers aantonen. Bovenop de 18 procent jongeren die een baan zoeken, zijn nog rond de twee miljoen jongeren die zich terugtrekken van de arbeidsmarkt.

Ook in Nederland schrijven weinig universitair afgestudeerde werklozen zich in als werkzoekende bij het UWV Werkbedrijf om bijstand aan te vragen. Veel van hen verdwijnen daardoor van de werkloosheidsradar.

Volgens onderzoeker Frank Cörvers van het ROA, het onderzoeksinstituut op het gebied van opleiding en arbeidsmarkt aan de Universiteit Maastricht, is dit typisch iets voor academici. Zij hebben vaak geen zin om zich na een lange studie in te schrijven als werkzoekende, omdat ze in ruil voor een bijstandsuitkering verplicht zijn om werk onder hun niveau te accepteren. Bovendien wonen ze vaak nog thuis en worden ze onderhouden door hun ouders.

Is het echt zo erg? Ja, volgens de ILO. De organisatie waarschuwt dat er een nieuwe verloren generatie dreigt te ontstaan, net als in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Overheden zouden snel in actie moeten komen om goed werk voor jongeren te creëren. Want de gevolgen van werkloosheid aan het begin van je carrière blijven jaren zichtbaar, zegt de ILO. Het loon van de generatie hoger opgeleide jongeren die begin jaren negentig de arbeidsmarkt betrad, loopt zelfs na twintig jaar nog achter ten opzichte van andere generaties.

„Het stimuleren van hoger opgeleiden om door te studeren tijdens een crisis lijkt verstandig”, schrijven Erpelinck en Van Sonsbeek. Maar dit wordt moeilijker gemaakt, nu studenten meer moeten betalen voor een tweede studie. De toestroom van hoger opgeleiden op de arbeidsmarkt zal daardoor de komende jaren naar verwachting juist gaan toenemen.

Tijdens de laatste grote werkloosheidsgolf in de jaren tachtig bloeiden subculturen. Jongeren hadden geen werk, waren gefrustreerd en protesteerden.

Frank Cörvers verwacht voorlopig geen massale betogingen. „De hoeveelheid teleurgestelde jongeren is nog lang niet zo hoog als in de jaren tachtig. De stijging van werkloosheid is nog te overzien. In landen als Spanje loopt die veel verder op, en daar is dan ook meer opstand.”

Bovendien zal protest waarschijnlijk vooral aan de onderkant van de maatschappij te zien zijn. Doordat academici de banen van lager opgeleiden nemen, komen vooral lager opgeleiden straks in de problemen.

De jonge academici zelf zullen vooral teleurgesteld zijn dat ze misschien genoegen moeten nemen met een baan die minder ideaal is dan gehoopt. Ze zullen zich moeten aanpassen aan een tijd waarin ‘leuk’ niet langer genoeg is.