Tsipras en waarom hij gelijk heeft

Niet onzekerheid over de Griekse verkiezingen bedreigt de euro, maar gebrek aan ervaring bij de ministers van Financiën, betoogt Sweder van Wijnbergen.

Illustratie Rainer Hachfeld

Bij de jongste verkiezingen in Griekenland werden de grootste twee partijen vernietigend verslagen. De grote winnaar was een coalitie van linkse partijen, onder leiding van Alexis Tsipras. Hij wordt buiten Griekenland afgeschilderd als extreem-links en zijn verwerpen van het Trojka-akkoord als een populistische stunt die zal leiden tot chaos en een Griekse exit uit de euro. Een tour langs Europese hoofdsteden mislukte. Niemand wilde hem ontvangen.

Des te verrassender is het dat de ideeën van Tsipras naadloos passen in de economische orthodoxie over hoe om te gaan met debt overhang, een situatie van excessieve schuld.

In een interview tijdens die tour manqué gaf Tsipras de drie hoofdpunten van zijn programma: één, veel meer schuldreductie; twee, een investeringsprogramma dat de Griekse economie weer hoop moet geven op groei; en drie, doorzetten van het hervormingsprogramma.

Verrassend aan dit programma is dat het 100 procent overeenstemt met de klassieke tekstboekoplossing voor een situatie van debt overhang. Niks extreem-links, maar precies zoals zelfs de studenten in het door echt extreem-links zo gehate Chicago het onderwezen krijgen, al decennialang.

Deze tekstboekoplossing stamt uit de jaren zeventig, in de context van bedrijfsfinanciering. We spreken van debt overhang als een bedrijf zo veel schuld heeft dat het achterloopt op zijn verplichtingen en hiermee financiers voor nieuwe projecten wegjaagt, zelfs als die projecten op zich veelbelovend zijn. Die nieuwe financiers zien dan aankomen dat de oude schuldeisers de winst zullen afromen voordat zij aan de beurt komen.

De kern van dit verhaal is dat die situatie ook in het nadeel is van de oude crediteuren. Als ze zich konden committeren slechts een deel van hun openstaande claims te verhalen op het nieuwe project krijgen ze althans iets meer, terwijl ze dan de nieuwe financiers niet wegjagen en het project dus kan doorgaan. De enige manier om dit geloofwaardig te doen, is schuldreductie: alleen dan committeren de oude crediteuren zich onomkeerbaar om genoeg ruimte te laten voor het bedrijf om nieuwe projecten op te zetten die uiteindelijk in ieders voordeel zijn. Cruciaal is het inzicht dat een dergelijke schuldreductie ook in het belang is van de oude crediteuren. Het gaat hier niet om solidariteit, maar om goed begrepen eigenbelang.

Op landenniveau is de situatie niet anders. Natuurlijk kan Griekenland, met een schuld van bijna 200 procent van het nationaal product, zelfs na hervormingen en bezuinigingen een dergelijke schuld nooit aflossen. Wordt dit toch geëist, dan staan de Grieken slechts decennia van hoge belastingen te wachten, met alle opbrengsten voor de oude schuldeisers. Het resultaat is een permanent lage groei en uiteindelijk ook minder inkomsten voor diezelfde oude schuldeisers. Het volle pond eisen is dan ook slecht – niet alleen voor de Grieken, maar ook voor de Duitse en Nederlandse belastingbetalers, die meer gebaat zijn bij een groeiend Griekenland met een hanteerbare schuld dan bij een permanent in depressie verkerend land met een hoge schuld. Schuldreductie is ook in het belang van de crediteuren en heeft niets te maken met solidariteit.

Aanvankelijk wilden de Europese ministers niets horen over schuldreductie. Pas na ruim anderhalf jaar werd een aarzelend begin gemaakt met schuldreductie, maar alleen voor private crediteuren en dan nog voor veel minder dan beweerd: de helft van de reductie werd afgedwongen bij Griekse banken, die daarmee in feite bankroet gingen. Zij zullen ge moeten worden geherkapitaliseerd door de staat. Hierbij komt die schuld gewoon weer terug. Alleen schuldreductie door buitenlandse crediteuren was echt, waarmee de totale exercitie neerkwam op ongeveer 15 procent schuldreductie in totaal.

Ter vergelijking: bij het fameuze Bradyplan in de jaren negentig kregen tien emerging market-landen, met allemaal ongeveer de helft van de schuldenlast die Griekenland nu heeft, gemiddeld 50 procent reductie over hun totale schuld, dus ook over de schuld in handen van publieke crediteuren. Al deze landen kregen onmiddellijk daarna op eigen kracht toegang tot de kapitaalsmarkt en begonnen zonder uitzondering aan periodes van langdurige groei.

Natuurlijk heeft zo’n schuldreductie alleen zin als de oude situatie niet gewoon weer terugkeert. Een absolute voorwaarde voor serieuze schuldreductie moet dus zijn: doorzetten van de nodige hervormingen en bezuinigingen die het overheidstekort in lijn brengen met wat gezien de nieuwe schuldsituatie verantwoord kan worden gefinancierd. En, om perspectief te bieden aan de bevolking, die anders het nut niet zal zien van alle aanpassingen waartoe ze ook in dit scenario zullen worden gedwongen: een investeringsscenario dat perspectief biedt op een toekomstig herstel van welvaart. Zo zaten alle tien Bradydeals destijds in elkaar. Ze werden doorgedrukt door de Amerikaanse president George H.W. Bush en zijn minister Nicholas F. Brady (Financiën) – politici die niemand zal kunnen omschrijven als extreem-links.

Maar dit zijn precies de onderdelen die Tsipras naar voren schoof als de kern van zijn plannen. Met andere woorden, er is helemaal niets extreem-links aan die plannen. De blokkade voor een happy ending voor Griekenland ligt niet bij de onzekerheid over de Griekse verkiezingsuitslag, maar wordt veroorzaakt door economisch onbegrip in Brussel en gebrek aan ervaring en begrip bij de ministers van Financiën die tot nog toe een oplossing tegenhouden die voor iedereen beter zou zijn. Bij deze blokkade ligt ook de sleutel naar herstel in de rest van Europa: de huidige onzekerheid in Spanje – de enige deconfiture die vanwege haar omvang de euro echt bedreigt – kan grotendeels worden teruggevoerd op de ongeloofwaardigheid van een effectieve achtervang vanuit Brussel. Als ze het al niet intelligent in Griekenland kunnen oplossen, kunnen ze het helemaal niet in het veel grotere Spanje.

Sweder van Wijnbergen is hoogleraar economie aan de universiteit van Amsterdam.