Rupsen zijn zó gevoelig!

Het is volop rupsentijd. Als het windstil is, kun je dat ook hóren. Onder loofbomen klinkt het knagen, en het vrolijk tikken van poepjes die van blad op blad naar beneden springen. Als ze al niet door de gaten in de bladeren vallen, want het gaat nu hard. Om vlinder of mot te worden, moeten rupsen veel vers groen eten.

Rupsen eten niet alleen goed, ze letten ook goed op hun omgeving. Op hun manier. Horen en zien stellen bij rupsen niet veel voor, maar voelen doen ze des te beter. Met al hun poten tegelijk vangen ze trillingenin het blad op. En ze herkennen die.

Een soortgenoot? Niets doen, of je blad verdedigen. Een gevaarlijke roofkever? Vluchten.

En als het waait? De rupsen wapperen dan met hun blad heen en weer. Hun blad trilt als… nou ja, een blad. Soms regent het ook nog en roffelen de druppels om ze heen, als op een trommelvel. Horen en zien zouden je vergaan. Maar hoe vergaat het de gevoelige rups?

Amerikaanse onderzoekers gingen het na. Ze deden erg hun best om rupsen – gemaskerde berkenrupsen, van een Amerikaanse vlinder – in het lab van slag te brengen. Ze richtten ventilatoren op de bladeren– als de wind. Ze goten er water op met gieters – regen. En op de leukste onderzoeksdagen deden ze dat allemaal tegelijk.

Geniepig stuurden de onderzoekers natuurlijk ook nog rovers op ze af. Die kwamen aankruipen op het blad. En? Door alle natuurgeweld heen waren de rupsen toch nog opmerkzaam. Tussen alle getril en gebonk haalden ze het zachtere aanlopen van zo’n vijand er nog steeds uit. (Het staat allemaal in Journal of Comparative Physiology A, mei 2012.)

Het is alsof jij midden op een dreunende dansvloer vóelt dat iemand op je af komt. Bijzonder.

Het knappe van zo voelen is vooral het niet voelen. Een heleboel van wat je opvangt moet je filteren en weggooien – en je moet alleen letten op wat echt belangrijk is.

Kleine rupsjes kunnen dat. Denk daar eens aan, als er rupsenpoepjes naar beneden tikken. Respect!

Frans van der Helm