Rooney, de denker

SIMON: Ik kan het amper geloven. Jij bent zo ongeveer de enige journalist ooit die een echt interview met Wayne Rooney heeft gehad. Oké, ik ben stikjaloers. Maar er is één troost: hij kan nooit iets interessants hebben gezegd.

DAVID: Jawel, hoor. Hij bleek een echte denker over voetbal. Bijna Cruijffiaans, zelfs.

SIMON: Wacht even. Hebben we het over Wayne Rooney? Die Engelse voetballer met het nieuwe haar en de voorliefde voor oudere prostituées?

DAVID: Helaas denkt iedereen zoals jij. Maar toen ESPN het interview voor me regelde, dacht ik: Rooney is duidelijk een slimme voetballer, waarom niet vragen hoe hij over voetbal denkt?

SIMON: Dat zal iemand hem toch eens eerder hebben gevraagd? Die man is al sinds zijn zestiende het object van nationale hysterie in Engeland.

DAVID: Niemand had het hem ooit gevraagd. De weinigen die hem mogen spreken denken net als jij dat hij dom is. Net voordat ik hem ontmoette, sprak ik Alan Shearer, de oud-spits, die hem ook had gezien. Toen ik Shearer vertelde wat ik van plan was, zei hij: „O, dat kan hij niet.”

SIMON: Shearer had ongetwijfeld gelijk.

DAVID: Zelfs de makelaar van Rooney zei me: „Hij speelt op instinct en kan je dus niet vertellen wat hij doet.”

SIMON: En toen gingen jullie zitten…

DAVID: Met zijn hele vreselijke entourage: make-up-meisjes, een advocaat met stophorloge…

SIMON: En…

DAVID: Ik begon met de uitspraak van Dennis Bergkamp: „Achter elke bal moet een gedachte zitten.”

SIMON: Wat vond Wayne ervan?

DAVID: Hij vond het ook. Toen vertelde ik hem de definitie van Jorge Valdano van de genialiteit van Diego Maradona: het vermogen om op onvoorstelbare snelheid koel en nauwkeurig te calculeren. Ik zei: „Volgens mij doe jij dat ook.” Wayne zei „Ja!”, en daar gingen we.

SIMON: Waarheen?

DAVID: Eerst naar zijn jeugd. Hij vertelde dat hij als kind op straat besefte dat alleen hij een aantal zetten vooruit kon denken; de andere kinderen niet. Dus voetbalde hij elke dag urenlang alleen, en speelde wedstrijden in zijn verbeelding.

SIMON: In zijn verbeelding?

DAVID: ’s Nachts lag hij in bed en droomde en beeldde zich in wat hij de volgende dag op het veld ging doen. Dat doet hij nog steeds. Voor een wedstrijd vraagt hij aan de materiaalman: „Spelen we morgen in zwarte sokken en witte broeken?” Dan visualiseert hij de wedstrijd.

SIMON: Dat zal hij van een sportpsycholoog hebben geleerd.

DAVID: Nee. Dat heeft hij zelf bedacht.

SIMON: Bizar.

DAVID: Het wordt nog beter. Hij heeft weinig school gehad, en heeft een merkwaardige spreekstijl. Hij noemt zichzelf „you”, en zegt steeds „obviously” – een beetje Cruijffiaans, vind je niet?

SIMON: Ga door.

DAVID: Ik vroeg hem hoe hij had geleerd ruimte op het veld te vinden. Hij zei dat hij het zelf had geleerd door Jari Litmanen in zijn Ajax-jaren op tv te bekijken!

SIMON: Heeft hij alles zelf geleerd?

DAVID: Zonder hulp. Bij Everton, waar hij zogenaamd opgeleid werd, zeiden ze: „Die jongen is een genie, en genieën kan je niets leren.” Je weet, niemand in het Engelse voetbal denkt na over voetbal. Daarom denken ze dat Rooney het niet doet.

SIMON: Tsja, het had erger gekund. Als je in het Engelse voetbal creativiteit toont, wordt het er meestal snel door de coaches uitgeslagen.

DAVID: Rooney hebben ze in elk geval met rust gelaten. Nu calculeert en analyseert hij onafgebroken. Hij zegt dat hij na de wedstrijd mentaal vermoeider is dan fysiek.

SIMON: Hij lijkt wel een Nederlandse voetballer vermomd als Engelsman. Net als Cruijff heeft hij de basismysteries van het voetbal in zijn eentje ontdekt.

DAVID: Wat raar, hè? Een denker die door honderden miljoenen wordt gezien maar niet waargenomen.

SIMON: Weet je, na 14 maanden vind ik dit precies de juiste verheugende en inspirerende gedachte om onze laatste column mee te beëindigen.

DAVID: Inderdaad.

Simon kuper en david winner

Dit is de laatste aflevering van Tiki Taka.