Oranje kan het allemaal goedmaken Als op afspraak werd de houding egoïstischer, grimmiger en vijandiger tegenover vreemden

Na de unfaire karatetrap en het Polenmeldpunt kan Nederland met mooi Oranjevoetbal zijn reputatie herstellen, betoogt Auke Kok.

Foto Reuters, beeldbewerking NRC Fotodienst

Internationale reputaties laten zich moeilijk kwantificeren, maar het lijkt duidelijk dat er de laatste tijd iets aan de hand is met de positie van Nederland in de wereld. De afgelopen twee jaar zien diplomaten en vakantiegangers andere blikken. Ze horen een andere toon in het buitenland. De aloude sympathie voor het liberale landje bij de zee heeft plaatsgemaakt voor verbazing en soms voor afkeer.

Wat gebeurde er twee zomers geleden? De PVV schoot bij de verkiezingen naar 24 zetels en Nederland werd tweede op het wereldkampioenschap voetbal. Als op afspraak werd de houding grimmiger, egoïstischer en vijandiger tegenover vreemde elementen. Op het politieke toneel trok gedoger Geert Wilders de aandacht met vlammende betogen over moslims en later Oost-Europanen en de Europese Unie. Op de mondiale grasmat speelde het Nederlands elftal een spel dat abrupt een einde leek te willen maken aan de aantrekkelijke, ‘positieve’ aanpak van weleer.

Nederland was geen Gekke Henkie meer! We zouden voortaan van ons afbijten. Weg met al die goedgelovigheid die ons opzadelde met te veel leugenachtige vreemdelingen, te hoge EU-bijdragen en te weinig voetbalglorie. Frustraties over te veel moskeeën en te weinig bekers – daar kwam het tijdsgewricht zo ongeveer op neer.

De braafste jongen in de klas werd een deugniet die wilde scoren. Het deed niet ter zake hoe anderen over hem dachten, hoewel dit, uiteraard, altijd ter zake doet – zeker voor een betrekkelijk klein en afhankelijk exportland als Nederland.

Waartoe de obsessieve wil om te breken met ‘fouten’ uit het verleden leidde, hebben we gezien na de WK-finale in Johannesburg. In plaats van bewondering voor het halen van de tweede plek oogstte Oranje hoon in vele landen. Ineens stond Nederland te boek als cynisch en meedogenloos, en onherkenbaar voor wie ‘Oranje’ gewend was te associëren met initiatief, met attractief aanvalsvoetbal. Tot zijn ergernis moest bondscoach Bert van Marwijk zich herhaaldelijk verantwoorden voor de Nederlandse tackles en de beruchte karatetrap van middenvelder Nigel de Jong tegen een Spaanse borst.

Was het wereldzilver dan niet fantastisch? Natuurlijk wel, alleen had Oranje in zeven wedstrijden nauwelijks iets positiefs bijgedragen aan het toernooi. Zo afwachtend, taai en kleurloos had het gespeeld in Zuid-Afrika. Voor neutrale kijkers was het spel doorgaans niet om aan te zien geweest.

De eindeloos vertoonde trap van De Jong en de witte haardos van Wilders – was dit nu het nieuwe Nederland? Menigeen vroeg het zich af.

Zoals bekend zijn onze voetballers zoiets als Anne Frank, molens en de Keukenhof: een belangrijk nationaal visitekaartje. Voor een land met tussen de vijftien en zeventien miljoen inwoners presteert Oranje al decennia uitstekend, al won het dan ‘slechts’ een van zijn vier finales, in 1988. Kijkend naar het Nederlands elftal kregen miljoenen over de grens een goed gevoel. Dat landje van Johan Cruijff en Marco van Basten moest een fijn land zijn om naartoe te gaan, om zaken mee te doen, om producten van af te nemen. Ongetwijfeld versoepelde het diplomatieke verkeer als eerst even met twinkelende oogjes kon worden nagebabbeld over het heerlijke spel van Oranje.

Dit vervaagde in 2010 in hoog tempo, maar het prettige is natuurlijk dat alles betrekkelijk snel kan worden hersteld. Wilders lijkt na de val van het kabinet-Rutte voorlopig buitenspel te staan. Vanaf 9 juni kan Oranje goede sier maken door ouderwets goed te voetballen op het Europees kampioenschap. Wat had Nederland in 1974 nu helemaal gedaan waaraan over de hele wereld nog steeds blij wordt teruggedacht? Zeven potjes – nou ja, zes – aanvallend voetballen op basis van techniek en bluf. Zo veel is dit niet. Met dat toernooi in West-Duitsland als vertrekpunt is in Nederland een voetbalcultuur ontstaan die in tal van landen navolging kreeg. Om het Cruijffiaans te zeggen: met goed voetbal kun je winnen zonder uiteindelijk te winnen. Dit gaat om sympathie – de moeilijk aantoonbare, maar daarom niet onbelangrijke gunfactor.

Uiteraard draait het allemaal om de beker, maar niet gezegd is dat alleen vervelend resultaatvoetbal het gewenste resultaat oplevert. Spanje bewees dit door het EK 2008 en het WK 2010 te winnen met voetbal dat het bekijken meer dan waard was.

Zeg niet dat Nederland in het verleden te weinig won doordat het aanvallend speelde. Deze vaak gehoorde stelling is ten eerste onjuist en zou ten tweede een doodlopende straat vormen als ze structureel in de praktijk zou worden gebracht. Dankzij onze voetbalcultuur hebben wij zo vaak klassespelers. Hiermee begint alles. Een goede uitstraling is zowel moreel als commercieel veel interessanter dan eentje van karatetrappen en behoudzucht.

Hooguit is Nederland tot 2004 naïef geweest op het gebied van penalty’s. Te lang werd de strafschoppenserie om een wedstrijd te beslissen een loterij genoemd. Tussen 1996 en 2000 was Oranje drie keer kansloos wegens een tekort aan (getrainde) mentale hardheid op de witte stip. Oranje zal het moeten hebben van een combinatie van goed voetbal en doortastendheid als het er op aan komt.

Nu Nederland opnieuw een gooi doet naar het (Europese) goud, beschikt het opnieuw over internationale klasse. Met de juiste instelling kan Oranje de handen op elkaar krijgen en via dit wereldwijd bekeken toernooi goede gevoelens zaaien op alle continenten. Ook de plek zou ideaal zijn. Nergens beter dan in Oekraïne en Polen zou Oranje iets kunnen doen aan de gêne rond het Oost-Europeanenmeldpunt van de PVV – misschien niet met politieke statements, maar met het type voetbal dat de mensen zo lang van Nederland gewend zijn geweest. Een team dat blijdschap verspreidt in plaats van haat zou menig Oost-Europeaan doen beseffen dat wij toch niet zo geborneerd zijn als ze waren gaan denken.

Dit zou een treffend vervolg zijn op de meer toeschietelijke houding van de demissionaire regering aangaande de Europese schuldencrisis. Ja, we betalen mee aan noodfondsen en ja, we laten weer eens zien hoe het betere spel moet worden gespeeld. Zelfs zonder een Cruijff of een Van Basten kan Oranje iets moois realiseren waarover liefhebbers nog lang zullen napraten.

Eén zomer van constructief meedoen op het Europese toneel – politiek, sportief en diplomatiek – en Nederland staat weer helemaal op de kaart, als een land dat op een schitterende manier boven zichzelf kan uitstijgen.

Auke Kok is columnist en non-fictieschrijver. Zijn jongste boek is Holleeder. De jonge jaren.