Oerhonden? Nee, er bestaan nog louter jonge honden

Niemand weet waar en wanneer de hond precies is gedomesticeerd. Gebeurde het 12.000 jaar geleden in het Midden-Oosten? Of toch 31.000 jaar geleden, in België? Helaas, de onduidelijkheid houdt voorlopig aan. Het probleem: er bestaan geen oude hondenrassen meer (Proceedings of the National Academy of Sciences, 15 mei).

Dat blijkt uit de grootste genetische census onder wolven en honden tot nu toe. Een internationaal onderzoeksteam tapte bloed af bij bijna 1.400 honden en 19 wolven, en vergeleek hun DNA.

De meeste hondenrassen bleken hopeloos jong. Ze ontstonden pas 150 jaar geleden, toen de eerste kennel clubs werden opgericht. Golden Retriever, tekkel, poedel en Mastiff: ze zijn pas anderhalve eeuw oud.

Ook honden met een zogenaamd lange geschiedenis vielen door de mand. De Ierse wolfhond zou al duizenden jaren in Ierland worden gehouden, maar toen alle Ierse wolven rond 1786 waren uitgeroeid, stortte de vraag naar Ierse wolfhonden in. Het ras stierf bijna uit, totdat een Britse legerkapitein tegen het einde van de negentiende eeuw besloot het ras te ‘reconstrueren’ door Schotse deerhounds, Duitse doggen en Russische windhonden met elkaar te kruisen. De hond die daaruit ontstond, leek weliswaar op de wolfhonden van weleer, maar had een flinterdunne stamboom.

Slechts een handvol hondenrassen, waaronder de Husky, Samojeed, Shiba Inu, Chow Chow en Dingo, verdient op basis van hun genen een plekje aan de basis van de hondenstamboom. In eerdere genetische studies zijn deze honden ook al aangewezen als ‘oude rassen’. Met 3.000 jaar is de Dingo de oudste.

Maar, redeneerden de genetici, de oudste hondenrassen verwacht je in het hart van het gebied waar de wolf voor het eerst is gedomesticeerd. De meeste resten van vroege honden zijn in Eurazië en het Midden-Oosgevonden. Niet in Japan of Australië, of de uithoeken van Finland en Rusland, waar deze ‘oude’ honden vandaan komen. Deze lijken alleen maar aan de basis van de hondenstamboom staan, omdat ze tot voor kort alleen maar aan de randen van de bewoonde wereld leefden, ver weg van hun soortgenoten. Ze maakten geen deel uit van de wereldwijde smeltkroes waarin de genen van de meeste honden met elkaar vermengd raakten.

Is het dan toch aan de archeologen om het hondenraadsel op te lossen? Waarschijnlijk niet. De voorouders van schapen, geiten en koeien lieten zich nog makkelijk traceren. Zij kwamen elk maar uit één regio. Wolven zwierven daarentegen over de hele wereld. De kans is daarom groot dat er meerdere domesticaties zijn geweest.

De onderzoekers zetten in op de genetica. Voor deze studie hebben zee van elke hond ongeveer 48.000 genvarianten bepaald. Dat lijkt veel, maar samen vormen die varianten nog geen tweeduizendste procent van het totale genoom van de hond.

Lucas Brouwers