Ik stop pas met regisseren als ze mij afschieten

Sir Ridley Scott komt 33 jaar na zijn doorbraakfilm Alien met de proloog ervan: Prometheus. „Wat weten we eigenlijk van de geschiedenis van de aarde?”

Still uit Prometheus, de prequel van Alien

Twee keer klinkt er wat irritatie in de welbespraakte bonhomie van Ridley Scott. Als we hem met zijn titel ‘sir’ aanspreken. („Liever niet zeg!”) En als ik de 74-jarige cineast na een timide „Ik wil natuurlijk niet suggereren dat u met één been in het graf staat” vraag of hij soms behoefte heeft de losse eindjes van zijn loopbaan af te knopen. Want 33 jaar na zijn doorbraakfilm Alien komt regisseur Ridley Scott met de proloog(prequel) daarvan: Prometheus. En hij vertelde tijdens een gesprek in Londen dat hij komende week met scenarioschrijver Hampton Fancher gaat brainstormen over een vervolg op de cultklassieker Blade Runner uit 1982, waarin de androïde Rutger Hauer het opnam tegen agent Harrison Ford.

Een terugkeer naar de sciencefiction na dertig jaar van historisch spektakel, misdaad- en oorlogsfilms. Met ouderdom heeft deze ‘Return to the Future’ niets te maken, beklemtoont Scott. Staccato, maar met een twinkeling: „Nee, nee, NEE! Ik word 106 jaar oud en ik stop pas met regisseren als ze mij afschieten. Als deze film slaagt, maak ik gewoon Prometheus 2. Ik werk aan een totalitaire sf-film, Child 44. Aan een film met Angelina Jolie, Gertrude Bell, over een vrouw die in de jaren dertig koning Faisal aan de macht hielp in het huidige Irak. Ik doe dagelijks push-ups. Ik speel tennis. Moet ik doorgaan?”

Waarom niet? Scott bereidt ook de thriller The Counselor voor, en Brave New World met Leonardo diCaprio. Als producer is zijn naam verbonden aan een twintigtal andere speelfilms, documentaires en tv-series: sinds 1968 leidt hij met zijn broer Tony Scott – regisseur van onder meer Top Gun – het internationale productiebedrijf Ridley Scott Associates.

Bovendien dirigeert hij eigenhandig de reclamecampagne voor Prometheus. De wereld is er inmiddels aan gewend dat het op internet voor elke Hollywoodfilm een jaar lang teasers, trailers, features, featurettes, bloopers, speciale websites en behind the scenes druppelt. Om de interesse levend te houden en een hype te ontketenen. Maar Prometheus gaat ver: Scott lanceerde zelfs countdown trailers.

En zo veroorlooft Scott het zich de filmpers in Londen uit te nodigen voor een gesprek over slechts dertien minuten van zijn nieuwe film. Hij houdt de kaarten dicht tegen de borst: de hele film wordt pas één dag voor de première aan de pers getoond. Normaliter wijst dat op een waardeloze film, maar Scott maakte nog geen echt waardeloze film. Hij geniet van mystificatie, erkent hij. „Nieuwsgierigheid prikkelen is de basis van alle goede reclame.”

Als Ridley Scott je uitnodigt, dan kom je. Zijn cv is duizelingwekkend, met filmklassiekers die – stilistisch, niet zozeer inhoudelijk – extreem invloedrijk waren. Het gruizige futurisme van Alien en Blade Runner, Gladiator die in 2000 de klassieke spektakelfilm revitaliseerde, Black Hawk Down, een pionier in ‘chaos cinema’ .

Vaak kiest Scott sterke vrouwen in de hoofdrol: Sigourney Weaver in Alien (1979), Demi Moore als G.I. Jane (1997) Susan Saradon en Geena Davis als Thelma and Louise (1991). In Prometheus is Noomi Rapace aan de beurt, sinds de Millennium-reeks ’s werelds stoerste filmvrouw. Scott wijt zijn voorkeur aan een afwezige vader, zijn sterke moeder, en zijn echtgenote.

Maar waarom nu weer sciencefiction? Bij deel vier van de serie Alien-films, leek de tijd Scott rijp. „Ik kreeg in 1997 een idee voor een prequel. Herinnert u zich dat ze in het begin van Alien een buitenaards ruimteschip doorzoeken en daar een mummie met opengebarsten borstkas vinden die lijkt op een antropomorfe olifant? Ze noemen hem nu ‘Space Jockey’. Niemand die destijds de verrekte vraag stelde ‘Wie is dat eigenlijk? Wat deed hij op die kale planeet met dat schip vol alien-eieren? Gelukkig maar, want toen had ik daarop geen antwoord. Nu wel.”

George Lucas maakte proloogfilms van Star Wars, over de jeugd van Darth Vader. Een teleurstelling. Kunt u de Alien ook niet beter laten rusten?

„Oh, maar ik beloof u dat er geen enkele alien in te zien zal zijn. Het speelt wel in het universum van Alien, bevat als het ware zijn dna.

„Voor mij was Alien eind jaren zeventig een kant-en-klaar script voor een bloedige B-film. Hij kreeg de status van A-film voor vlekkeloze uitvoering. Sorry voor het opscheppen. Oké, door een briljante cast, een prachtig monster en een niet erg beroerde regisseur. Het was geen filosofische film, zoals Blade Runner. Prometheus zit daar ergens tussenin: een redelijk ruige en schokkende thriller met filosofische inslag. Waar komen wij vandaan? Waartoe dient geloof?”

U baseert zich naar verluidt op Erich von Dänikens idee dat goden buitenaardse kosmonauten waren. De titel Prometheus wijst op hoogmoed die voor de val komt.

„Prometheus was een halfgod die door de goden werd gestraft omdat hij de mensheid het vuur schonk, wat gelijk staat aan technologie. Elke dag kwam een adelaar op zijn lever kauwen. Het ruimteschip Prometheus heet zo omdat het zijn missie is de goden uit te dagen. Maar ze zijn misschien niet zo aardig als wij hopen.

„Wat weten we eigenlijk van de geschiedenis van de aarde? De dinosaurussen, die ontstonden zo’n 400 miljoen jaar geleden toch? Nog geen tiende van de 3,5 miljard jaar dat de aarde bestaat. Als er een miljard jaar geleden een beschaving bestond, is daar nu toch niks van over?”

Gelooft u dat, dat goden kosmonauten waren?

„Geloofwaardigheid is een interessant begrip in de film. Bij Alien had ik het geluk ontwerper H. R. Giger te ontdekken. Hij verzon die metamorfose van de alien: eerst Facehugger die een eitje legt in uw maag, dan Chestbuster die eruit breekt en ten slotte The Big Guy. En zo bevalt John Hurt van een baby-alien op de ontbijttafel. Maar nog geen dag later is die baby al groter dan zijn papa! Dat is een biologische quantumsprong, hoe doet hij dat toch zo snel?

„Niemand die dat vroeg. Maak je een spannende actiefilm, maalt niemand om logica. In een kleine karakterstudie wel, daar moet elke stap logisch zijn. Overigens weten we ook niks van exobiologie, en het is idioot te veronderstellen dat de aarde de enige planeet met leven is.”

Hoe houd je sciencefiction geloofwaardig?

„Door uit te gaan van wat je kent. In 1980 dacht ik bij Blade Runner aan Hong Kong. Die stad had een moderne, middeleeuwse grimmigheid, met glas, neon en antieke sampans in de haven. Viel je daar in het water, dan kon je beter gelijk verdrinken, want lang had je niet meer te leven. Ik dacht ook aan New York van de late jaren zeventig: een overbelaste, smerige stad, tegelijk vitaal en volstrekt in verval. Er zijn wonderen gedaan met Manhattan en dat breidt zich nu uit naar Brooklyn en Queens. Maar toen dacht ik: dit is de toekomst: Hong Kong en New York.

„Nu denk ik aan Dubai. Die enorme wolkenkrabbers, maar wie gaat daar straks wonen en wie gaat de ramen lappen? Wie wil er nog 5 miljoen dollar betalen voor een appartement op de tachtigste verdieping van de woestijn? Straks staat alles leeg, compleet met zandduinen, heel bizar. Dat is een film.”

Een film die u gaat maken?

„Welnee, maar sciencefiction moet wel in het heden zijn geworteld. Zo snel verandert alles niet. Ik wil u niet beledigen, maar uw shirt kon je 35 jaar geleden ook dragen. De kleding van Blade Runner was retro, maar ziet er nog steeds heel geloofwaardig uit.”

Bemoeit u zich erg met het design van uw films?

„Heel intensief, in mijn hart blijf ik een designer. Voor Prometheus gaf filmstudio Fox geld om een team van vijf digitale designers te huren. Nog voor de film het groene licht had en het script klaar was, hadden we al een hele wereld ontworpen in een fotorealistische superglossy. Ruimteschepen, architectuur, gebouwen, mode: roept u maar.”

In Alien bedreigt een inhalige multinational, de Weyland Corporation, de mensheid, in Prometheus ook.

„En dat doen ze ook! Het verschil met vroeger is wel dat ik nu zelf baas ben over een multinational met zestig directeuren en kantoren in Los Angeles, New York, Londen en Hongkong. Ik begrijp de logica van de multinational prima, daarom heb ik als regisseur ook geen producer meer nodig. Ik denk steeds aan het geld en haat mezelf als ik over budget ga. Ik weet waar elke dollar zich bevindt. Elke dollar!”