Hoe Arie Slob de (onzichtbare) man van de week kon worden

Het zijn rare dagen in Den Haag. Er gebeurt eigenlijk niet zoveel. Zo lijkt het tenminste. Onder de oppervlakte woedt de onrust over de wankele staat van het bestuur (en de wankele staat van de politieke carrières).

Deze week werd nog eens onderstreept hoe onheilspellend gemakkelijk het land na 12 september onregeerbaar kan worden. PVV en SP hebben goede kansen de Europese crisis tot hét verkiezingsthema van 2012 te maken, en zo de middenpartijen verder te marginaliseren. Vooral het gemak waarmee Wilders aandacht van media en collega-Kamerleden opeiste was onthullend.

Na de val van het kabinet waren ze het in de Kamer met elkaar eens: negeren die man. Dus zette hij extra grove middelen in om zichzelf weer in het middelpunt te plaatsen. Eerst dreigen met een kort geding inzake dat Europees noodfonds (ESM), daarna aanhoudend hoofdelijke stemmingen afdwingen, vervolgens eenpitter Moszkowicz de dagvaarding laten versturen. Daar gingen we weer: het draaide om hem.

Denk niet dat de rest van de Kamer dit serieus nam. Vóór de eerste van de vele hoofdelijke stemmingen zag je Kamerleden gelaten plaatsnemen in hun bankje. Sommigen kwamen met rollende koffer terugrennen van het station. Je kon zien dat ze erop neerkeken. Dit was show. Sarren als spektakel.

Wilders’ gedrag tijdens die eerste hoofdelijke stemming wekte eenzelfde indruk. Om de uitslag kon het hem niet gaan: zijn voorstel, opschorting van een besluit over het noodfonds, maakte nooit kans. En terwijl het ritueel zich voltrok – griffier leest namen van de leden op, één voor één galmt hun stem door de zaal: ‘Tégen!’ – had de aanstichter alleen aandacht voor zijn mobiele telefoon. Lichaamstaal voor: zal mij verder een zorg zijn.

Als je intussen de Kamer uitliep, de zon in, zag je meer politici wier zorgen over het landsbelang ogenschijnlijk niet correspondeerden met hun bezigheden. In zijn beginjaren als VVD-leider beklaagde Frits Bolkestein zich over het ene cafeetje op de hoek van het Plein, achter het Kamergebouw. Dat moest eigenlijk weg, een plein hoort een open ruimte te zijn, vond hij. Nu is het Plein volgebouwd met terrasstoelen, alsof Scheveningen in de binnenstad begint. Het halve kabinet zat er te lunchen c.q. zonnebaden, sommigen bleven uren hangen. En maar nieuwtjes doornemen.

Of Maxime inderdaad Wientjes kan opvolgen bij VNO-NCW, volgend jaar. Over de rijzende ster van Halbe Zijlstra, die lid van het VVD-campagneteam wordt. En fractievoorzitter Stef Blok die in een volgend kabinet-Rutte naar Sociale Zaken door zou schuiven. Over PVV-senatoren die naar de Tweede Kamer willen. Als de middenpartijen verder verkruimelen, en zie dat nog maar eens tegen te houden, wordt het dringen om de functies. Dat houdt ze bezig. Niet omdat het baantjesjagers zijn, maar omdat ze, net als andere mensen, hun carrièrekansen moeten taxeren.

Als je de bewindslieden zo zag, op die terrassen, kwam vanzelf de vraag op of het land nog geregeerd wordt. Ik sprak erover met een topambtenaar die een lange serie ministers diende, en zijn antwoord was treffend: dat zou best eens kunnen. Juist nu lopen lobbyisten op sommige departementen de deur plat om zogenoemde ‘uitvoeringsbesluiten’ aan te bevelen. Daar komt de Kamer niet aan te pas. Bij onderwerpen als infrastructuur en bedrijfssubsidies is het nu prima zaken doen. En slimme topambtenaren gebruiken deze periode voor interne reorganisaties; dan is het geregeld wanneer de nieuwe minister aantreedt. Dit kan helemaal makkelijk als bewindslieden zich, hij noemde één voorbeeld, door de val van het kabinet nog zelden op hun departement laten zien.

Ook hoor je verbluffend weinig over de grote inhoudelijke vragen waarover partijen zich nu buigen. Ze schrijven een verkiezingsprogramma, en daar praat niemand over. Gisteren was iedereen beschikbaar voor de eigen interpretatie van het Lenteakkoord, hoewel we dit al weken kennen. Dat wel. Maar een rondje langs partijvoorlichters leerde dat ze aandacht voor hun nieuwe programma even niet interessant vinden. Wie het schrijft bij de SP, de PVV, D66? Ze konden het niet zeggen. De PvdA houdt het simpel: de partijtop. Alleen het CDA heeft nog zo’n commissie uit alle maatschappelijke geledingen. De VVD laat het doen door een paar intrigerende namen (supertopambtenaar Tjibbe Joustra, pensioenbaas Dick Sluimers) en verder vooral assistenten van bewindslieden. Het geheel wekt niet de indruk dat ze er veel belang aan hechten.

Neem het ze eens kwalijk. Nog maar net was de nepstrijd om het CDA-leiderschap achter de rug (Buma’s vijf opponenten haalden samen nog geen 50 procent, ondanks al die peilingen), of bij GroenLinks dwongen twitterende partijprominenten een interne verkiezing af. Jolande tegen Tofik blijkt vooral een poging tot zelfverbranding van de laatste (zie deze krant donderdag), en dat trekt de aandacht.

Afgezien van spektakel en imago gaat de campagne straks dus vooral over Europa. En de ervaringen van één partij (en één omroep) gaven deze week een aardige indicatie van wat ons op dit punt te wachten staat. Ook Arie Slob van de ChristenUnie, geen man van theater, keerde zich op principiële gronden tegen goedkeuring van het Europese noodfonds. Hij wilde het recht in stand houden dat de Kamer ook over deze rijksuitgaven het laatste woord houdt. En wat vooral van belang was: hij had dit niet deze week bedacht. Zijn fractie (vijf zetels maar) bracht het punt eind vorig jaar al op toen niemand zich hierover opwond. Het kabinet-Rutte was toen nog missionair dankzij de PVV, de grote gedoger die dagen, „en toen hield Wilders zich muisstil’’, vertelde Slob donderdagavond, op zo’n leren bankje naast de vergaderzaal.

In februari had zijn fractie het nogmaals opgebracht. Deze keer werd de motie, ingediend met de SGP, aangenomen. Hij vertelde het zonder ophef. Sommigen zouden zeggen: hij vertelde het saai. Maar het leek me een elementair feit om deze week te begrijpen.

Vooral fascinerend was hoe Knevel & Van den Brink hiermee omging, de EO-versie van Pauw & Witteman. Een programma om op de voet te volgen: door een logica die ze alleen in Hilversum kunnen navertellen wordt daar tot en met 12 september het nationale gesprek nagebootst. Daarom vroeg ik ze deze week medewerking aan deze rubriek, maar dat vonden ze in Hilversum geen goed idee. Hun goed recht natuurlijk.

Ik zei tegen Arie Slob: vreemd dat dit programma u niet uitnodigde over dat noodfonds, en wel ‘financieel geograaf’ Ewald Engelen (over wie nooit wordt vermeld dat hij een bijzondere leerstoel van VNO-NCW bezet) en PVV-Kamerlid Teun van Dijck, Wilders’ assistent in het anti-Europees speltakel. Arie Slob wilde er niets over zeggen. Geen woord.

Toch was het een boeiende voorbode voor de campagne. De man wiens fractie het vraagstuk aankaartte toen het nog zin had, werd overgeslagen. En de lui die er spektakel van maakten toen het laat was, kregen een beloning. Ergo: ook bij de EO krijgen de schreeuwers voorrang – al zou het natuurlijk kunnen dat ze later tot bezinning komen.