Column

Generatiekloof

Omstreeks het jaar 2072 zit ergens in een zwaarbeveiligd vakantieoord een clubje oude mannen in een vrolijk gesprek gewikkeld. Ze zijn tussen de zeventig en de tachtig, en zoals alle ouwe mannen dat doen, praten ze over vroeger. Wat een geweldige tijden waren dat. Wat waren ze trots en wat hebben ze gelachen. De hele wereld hebben ze veranderd. Door hun tussenkomst zijn er toen honderdduizenden vriendschappen gesloten. Dat is later wel anders geworden, maar intussen waren ze al spelenderwijs rijk geworden. Gelukkig hebben ze hun kapitaal goed beheerd. Vandaar dat ze nu hier zitten te genieten. Mark Zuckerberg en Eduardo Saverin en nog een paar makkers, de oprichters van Facebook. Precies zestig jaar geleden zijn ze met hun onderneming naar de beurs gegaan. Het werd een wereldsucces, toen geschat op twintig miljard dollar, en dat zijn ze nu aan het vieren, niet voor de eerste keer, maar ze hebben het verdiend.

Facebook is het typische product van een generatie, de eerste die in de digitale versie van de beschaving is opgegroeid. Share with friends! Deel het met je vrienden! is een van de slagzinnen. Negen miljoen mensen hebben zich tot Facebook bekend, sturen elkaar de mails over hun avonturen, vondsten, geluk en ongeluk, wat een mens verder kan overkomen. Doen er een paar leuke foto’s bij. Voeg je bij Facebook, lees ik dagelijks in het scherm van mijn laptop. Ik moet er niet aan denken. Negen miljoen vrienden over de vloer. Ik kan mijn aantal vrienden op mijn vingers tellen. Dan heb ik nog een stuk of wat goede bekenden, aardige mensen en dat vind ik genoeg. Maar ik ben dan ook van de generatie van de kroontjespen. Wat is dat nou weer, een kroontjespen, vraagt Mark. Dat is een klein, spits toelopend stukje gereedschap, gemaakt van koper. Je stak het in de penhouder, doopte het in de inktpot en dan begon je te schrijven, op papier. Inktpot! roept Mark. Godbewaarme, wat is dat nou weer.

Zo ervaar je wat het woord generatiekloof betekent. Misschien weet ik meer van de digitale geschiedenis dan Mark, de whizzkid, de nerd. Nadat ik in de jaren tachtig met smart afscheid had genomen van mijn elektronische schrijfmachine, merk Canon, ben ik op mijn eerste laptop begonnen met het programma WordPerfect 3.1, verzonnen door een paar geniale jongelui die in Utah woonden en tot de mormoonse versie van het christendom hoorden. Al vlug werd de 3.1 vervangen door 5.1 en daarna is de digitale beschaving door de bandjir van uitvindingen, nieuwe programma’s, updates en wat heb je verder meegesleurd. Wilde je je hoofd boven water houden, dan was je verplicht je bij de meegesleurden te voegen. Wat dat aangaat ben ik een volgeling van Bill Gates, en dat zal ik wel tot mijn laatste snik blijven.

Denk niet dat ik de onmetelijke voordelen van het digitalisme ontken. Wat zou een mens in deze tijd moeten doen zonder de Wikipedia? Hoe zou je per seconde op de hoogte van al het nieuws blijven? Hoe zou ik dit stukje naar de krant moeten sturen? Had de Arabische lente zich zonder de sociale media kunnen voltrekken? Binnen een jaar of twintig heeft zich een wereldrevolutie voltrokken, zoals dat ook is gebeurd door de uitvinding van het buskruit en de explosiemotor. Het verschil is dat het deze keer allemaal ongelofelijk veel sneller is gegaan. Het wordt steeds duidelijker dat omstreeks 1980 de grondslag voor een nieuwe generatiekloof is gelegd.

Kijk om je heen, in het openbaar vervoer, in een café, desnoods op een verjaardagsfeestje. Er zijn altijd wel een paar mensen die aan een aparaatje zitten te frunniken, met hun vingers over een venstertje aaien, een dopje aan een draadje in hun oor proppen, zich met een afwezige blik van het gezelschap onthechten, besmuikt lachen. Hebben ze contact met hun honderdduizend vrienden? Boodschap uit Ulan Bator ontvangen? Hoe dan ook, ze zijn meegesleept in de nieuwe motoriek. Dat is het opmerkelijke van deze nieuwe generatie: ze breidt zich verticaal uit, tot degenen die voor 1980 zijn geboren.

Ik besef dat ik in dit opzicht een hopeloos geval ben. Ik heb leren lezen op het leesplankje, met Aap Noot Mies. Het begin van mijn puberteit wordt gemarkeerd door het bombardement op Rotterdam, nu 72 jaar geleden. Op 5 september 1944, Dolle Dinsdag, dachten we dat we zouden worden bevrijd, maar de Hongerwinter was aangebroken. Na een paar weken gingen de scholen dicht, geen openbaar vervoer meer, geen telefoon en geen elektriciteit. Alleen olielampen. Na zes uur mocht je niet meer de straat op. Dat heeft geduurd tot eind april 1945. Daar kwamen eerst de voedseldroppings. We werden gebombardeerd met gezonde eetwaren en sigaretten. Toen werden we echt bevrijd en niet lang daarna begonnen we onze eigen oorlog, tegen Indonesië. Ik beschouwde mijn puberteit als afgelopen.

Voor de facebookers horen wij nu tot de generatie van de dode bomen, het hout waarvan in de prehistorische tijd het papier werd gemaakt, het spul waarop je boeken en kranten drukte. Dode bomen. Leuk? Zet hier een kruisje.