Geen wachtlijst, mooi toch?

Wie: Martin van Rijn, voorzitter raad van bestuur pensioen uitvoeringsorganisatie PGGM (110 miljard euro)

Studeerde: economie

Was: directeur-generaal curatieve zorg op het ministerie van Volksgezondheid onder Hans Hoogervorst (tot 2006)

Invloed: Groot netwerk uit zijn tijd als dg en in zijn huidige baan. Lid adviesraad NZa, commissaris bij onder meer ziekenhuis Rijnland Zorggroep en bij bloedbank Sanquin.

Een scenario: een verpleegkundige begint te sparen voor de zorg die ze zal krijgen als ze oud is. Dat doet ze via pensioenuitvoerder PGGM. Als ze 65 is krijgt ze van PGGM een pensioen uitgekeerd. Eenmaal hulpbehoevend betaalt ze met het extra gespaarde geld voor de extra’s in haar verzorging.

Martin van Rijn (56) had dit scenario kunnen bedenken. Hij is bestuursvoorzitter van PGGM en beheert 110 miljard euro aan pensioenvermogen, onder meer de pensioenpremies van 2,2 miljoen mensen die in de zorg werken of er hebben gewerkt. Bijna twee keer zoveel als de jaarlijkse begroting voor gezondheidszorg (52 miljard euro).

PGGM belegt dat vermogen en kan dat vanaf volgend jaar ook beleggen in ziekenhuizen. Althans, als de Tweede Kamer dit wetsvoorstel goedkeurt. In opdracht van het Pensioenfonds Zorg en Welzijn experimenteert PGGM nu met een bedrag van 50 miljoen euro. Dan heeft de verpleegkundige er als pensioenpremiebetaler baat bij dat het ziekenhuis waar ze werkt winst maakt en uitkeert. En later als gepensioneerde mogelijk ook.

Maar heeft ze er als patiënt ook voordeel van dat het ziekenhuis winst uitkeert? Dat kan heel goed, vindt Van Rijn. Hij is óók de man die als directeur-generaal bij het ministerie van Volksgezondheid in 2006 met oud-minister Hans Hoogervorst (VVD) het zorgstelsel hervormde.

De Zorgverzekeringswet greep diep in. Het verschil tussen arme en rijke, ongezonde en gezonde verzekerden werd opgeheven. Iedereen betaalt hetzelfde verplichte bedrag voor de ‘basisverzekering’ waar alle essentiële zorg uit wordt betaald. Voor alle extra’s (fysiotherapie, de pil, borstvergroting) mag men zich bijverzekeren. En tegelijk moesten ziekenhuizen de concurrentie aangaan. Om de zorg beter én goedkoper te leveren.

Natuurlijk hoort Van Rijn de klachten over de marktwerking. Dat ziekenhuizen nu alleen maar méér omzet genereren: meer onderzoekjes, meer afspraken, meer operaties. Dat ze de patiënt zozeer als klant beschouwen dat ze geen ‘nee’ verkopen tegen de oneindige vraag. Terwijl de gemiddelde premiebetaler dat allemaal verplicht betaalt.

Marktwerking is geen ideologie, zegt Van Rijn, het is slechts een middel. „Dat ziekenhuizen geen wachtlijsten meer hebben, dat is toch mooi? Komt doordat de overheid niet meer bepaalt hoeveel ziekenhuizen mogen doen. Dat ziekenhuizen meer rekening houden met de patiënt, hen beter informeren en bijvoorbeeld alle afspraken op één dag plannen? Komt door de marktwerking. Ik vind het te makkelijk om marktwerking af te doen als een mislukking.”