Column

Geen nieuws

Ver van huis. San Francisco. De lobby van een hip hotel. Ik zoek nieuws op mijn iPad en vind het niet. Robben na gemiste penalty uitgefloten door zijn eigen supporters? Dat is geen nieuws. De Duitse supporters van Bayern München worden in de Nederlandse media hierom gehoond. Onsportief gedrag! Hebben het van ons geleerd. Wij deden met Clarence Seedorf jarenlang precies hetzelfde. In 1997 knalde hij een pingel tegen de Turken hoog over en na die tijd had die jongen binnen Oranje geen normaal leven meer. Tot op het bot vernederd. Won daarna wel alle belangrijke voetbalbekers die er te winnen waren en is inmiddels zo rijk dat hij in zijn eentje Griekenland kan redden.

Het mooiste zou het zijn als Arjen Robben er op 13 juni in het groepspotje tegen de Duitsers drie in knalt. Liefst drie pingels. Eerst zijn befaamde schwalbe en dan die elf meter! Drie keer! Vind ik grappig. En daarna terug naar Chelsea.

De groepswedstrijd tegen de Duitsers vindt plaats in Oekraïne. Zag in diezelfde hotellobby een schitterend filmpje over dat land. Knokpartij in het parlement. Massale knokpartij zelfs. Iedereen met iedereen. Ouderwets matten. Fors. Stevig. Beuken. Daar gaan we voetballen, dacht ik, en in zo’n land hoort het voetbal ook. De plaatselijke politici hebben dezelfde hobby als de gemiddelde supporter. Dat kweekt begrip. Maar nieuws was het niet.

Werd ondertussen door een vriend getipt dat ik even naar wat ontgroenende Leidse corpsteefjes moest kijken. Dus hup weer op mijn iPad. Sinds de roetkapaffaire ben ik niet meer verbaasd. Voor de jongere lezers: binnen het Utrechtse corpsballendispuut Tres, een clubje doorgefokte incestadel, liet in de jaren zestig van de vorige eeuw een jonkheer in de groentijd het leven door verstikking met een op zijn kaal geschoren hoofd geplaatste roetkap. Dood! Hartstikke dood. De straffen voor de daders waren mild omdat de oordelende rechters ook allemaal corpsballen waren geweest. Daardoor werd het toen een geruchtmakende affaire in ons land.

De fascismekiem zit in de kakker gebakken. Van huis uit. Ze vinden het lekker om te vernederen. Op dit filmpje zag ik domme meisjes een journalist verbieden te filmen op de openbare weg. Geen rechtenstudentjes dus. Wat de teefjes op die openbare weg deden? Ze hadden andere meisjes een luier met poepvlek aangetrokken en die werden met vla en hagelslag overgoten, waarna ze in een soort polonaise terug naar de sociëteit moesten. Lachen dus. Maar geen nieuws.

Al surfend raakte ik vanzelf verzeild in het onvermijdelijke Eurovisie Songfestival. Ik zag Franka verliezen. Onze Franka. Dat was ook geen nieuws. Ik bekeek dat nog steeds in die lobby. Daar bracht een ober mij mijn koffie. Waar ik naar keek? Ik legde de man uit wat het Eurovisie Songfestival was en vertelde hem dat deze mevrouw onze inzending was. Waar ik vandaan kwam? Holland. Amsterdam! De man keek me lang aan. Ik vertelde hem dat het Eurovisie songfestival een door belegen nichten geclaimd evenement was en…..

Hij was zelf ook gay en ook op leeftijd. Of ik wist dat ik in San Francisco was? Of ik zelf echt uit Amsterdam kwam? Waarom die indiaan? Ik wist het niet. Ik wist het echt niet. „Niemand weet het”, vertrouwde ik hem toe.

„Iedereen in ons land doet maar wat”, verexcuseerde ik me, „de indiaan had ook als pandabeer of zebra of windmolen naar het festival kunnen gaan. Er zit geen enkele gedachte achter”. De ober keek me doordringend aan en verdween toen radeloos door een deur. Even later kwam hij terug. Er werkte een stagiaire in het hotel, een Nederlands meisje uit Rotterdam en zij had hem uitgelegd dat ik een komiek was. En ik was volgens het meisje always joking! Ik bevestigde dat. Toen hebben we samen heel raar en zeer onwennig naar elkaar gelachen. De ober en ik. In die lobby. In Amerika. Gelachen om een indiaan.