'Elke drie dagen inspectie'

Naam: Marcel Levi, bestuursvoorzitter AMC

Studeerde: interne geneeskunde

Was en is: internist

Invloed: Spreekt geregeld op congressen en publiceert over de kosten van zorg. Is lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen.

Marcel Levi moest onlangs midden in de nacht naar zijn ziekenhuis. Hij was opgeroepen door een arts-assistent die zich geen raad wist met een patiënt. Een oude man met ernstige buikpijn. Zijn vrouw zat ernaast te huilen. Levi hielp de man en troostte de vrouw. „Onderweg naar huis dacht ik: zijn er echt politici die vinden dat ik net op de markt heb gestaan? Dit werk staat zo veraf van winst maken of marktwerking.”

Levi (47) is internist en sinds anderhalf jaar bestuursvoorzitter van het AMC in Amsterdam. Mensen die hem kennen zeggen: briljante jongen. Cum laude gepromoveerd op zijn 26ste. Nog steeds één dag per week arts, terwijl hij leiding geeft aan 8.000 medewerkers.

Levi valt op in de wereld van zorgbestuurders. Hij is onder de vijftig. Loopt (soms) op gympen. Komt elke dag op de racefiets naar het werk. Hij zegt wat hij vindt en geeft interviews zonder voorlichter.

Levi verbaast zich openlijk. Afgelopen jaar bijvoorbeeld had het AMC honderd inspecteurs over de vloer. „Elke drie dagen één!” Niet om de zorg en de hygiëne te controleren – „dat is noodzakelijk”. Nee, inspecteurs van de milieudienst, de brandweer, de arbeidsinspectie, de dierproeveninspectie, de kernenergie-inspectie. „Voor al die inspecties moet van alles geregistreerd worden. Daar heb je iemand voor nodig, met secretaresse. Dat kost veel geld.” Hij heeft een hekel aan dat type overhead . Hij noemt het de ‘afdeling piepschuim’.

Echt opvallend is dat Levi vindt dat gezondheidszorg niet in een markt hoort. Dat vindt driekwart van de artsen ook, maar tussen ziekenhuisbestuurders staat hij vrijwel alleen. Lastig in tijden van marktwerking. Sinds 2006 verlangt de overheid dat ziekenhuizen met elkaar concurreren en efficiënt werken.

Dát hij in een ‘markt’ werkt, merkt hij voortdurend. „Niet-academische ziekenhuizen sturen steeds vaker dure patiënten naar ons. Niet omdat ze de zorg niet kunnen leveren maar omdat het te veel kost. Wij mogen niemand weigeren.”

Het bevreemdt hem dat politici voortdurend praten over de ‘kosten in de gezondheidszorg’. „In absolute bedragen lijkt het veel. Twintig miljard euro per jaar in de ziekenhuiszorg. Maar je moet alleen praten over de vraag of elke euro goed wordt besteed. Wij zeggen steeds: u vindt ons te duur. Zeg dan wat we níét moeten doen. Als we 100 patiënten meer opnemen dan het jaar ervoor, zegt de overheid dat dat er 100 te veel zijn. Maar als ik ze laat zien wíe dat zijn en vraag: had ik deze patiënt met een maagbloeding niet moeten opnemen? Of deze leukemiepatiënt? Dan heeft Den Haag geen antwoord. Academische ziekenhuizen doen geen overbodige dingen als snotterpoli’s.”

De patiënt heeft mogelijk wat aan marktwerking bij eenvoudige ingrepen zoals staar- of knieoperaties, zegt Levi. „Die kun je plannen; de één plant beter dan de ander. Dus laat dat aan de beste ziekenhuizen op dat gebied. Maar als jij een ongeluk hebt op de A2 dan wil je gewoon in het dichtstbijzijnde ziekenhuis goed worden geholpen.”