Diabetes type I vermindert na aanleggen maag-bypass

Een maagverkleiningsoperatie die bij mensen veel wordt uitgevoerd om extreem overgewicht te bestrijden, maakt ratten met diabetes type I minder ziek. Onderzoekers in Toronto zagen het effect al twee dagen na de ingreep. Ze denken dat het komt doordat bepaalde darmhormonen geactiveerd worden nadat de voedselmassa via een aangelegde bypass eerder in de dunne darm terechtkomt. Die hormonen leggen de productie van glucose in de lever stil. Normaal zorgt insuline hiervoor, maar dat hormoon ontbreekt bij mensen of dieren met diabetes type I. De actie van de darmhormonen blijkt voldoende om het glucosegehalte van het bloed te normaliseren (Nature Medicine, online, 20 mei).

Tijdens een dikwijls uitgevoerde operatie bij mensen die veel te zwaar zijn wordt een klein deel van de maag losgemaakt en rechtstreeks aangesloten op de dunne darm. Die nieuwe maag kan maar weinig voedsel bevatten. De rest van de maag en de twaalfvingerige darm worden iets verderop op de dunne darm aangesloten. Dat is nodig omdat de aanvoer van spijsverteringsenzymen uit de alvleesklier via dit stuk darm verloopt. Door zo’n operatie kunnen mensen niet alleen minder eten; ook allerlei met het overgewicht samenhangende gezondheidsproblemen nemen af. Vorige maand nog rapporteerden Amerikaanse en Italiaanse chirurgen dat de diabetes type II, waar vrijwel alle patiënten mee kampen, door de operatie teruggedrongen wordt (New England Journal of Medicine, 26 april). Beter zelfs dan met de gebruikelijke medicatie. De Canadese onderzoekers laten nu bij proefdieren zien dat dit effect ook optreedt bij diabetes type I. Het verschil met de operatie bij mensen was dat de gebruikte ratten geen overgewicht hadden. Hun maag werd daarom niet verkleind en de maaguitgang werd op de dunne darm aangesloten.

Wil dit zeggen dat in de toekomst chirurgen diabetes zullen genezen? Misschien wel, en heel verrassend, voor diabetes type I. Voor diabetes type II is er misschien een andere mogelijkheid. Uit weer een ander onderzoek blijkt dat na zo’n operatie het gehalte van het eiwit ApoA4 toeneemt en dat deze toename parallel loopt met een afname van de symptomen van diabetes type II (Proceedings of the National Academy of Sciences, 21 mei). ApoA4 speelt een rol bij de opname van vetten door de dunne darm. Muizen waarin het gen voor dit eiwit ontbreekt, krijgen in hoog tempo diabetes als zij vetrijk voer krijgen. Na injecties met ApoA4 knappen zij op. Misschien werken zulke injecties bij mensen ook, zelfs zonder operatie. Deze nieuwe mogelijkheden voor de behandeling van beide typen diabetes vereisen nog veel onderzoek voordat het mogelijk geaccepteerde therapieën zijn. Huup Dassen