De realiteit van een crisis

Het Lenteakkoord dat het demissionaire minderheidskabinet van VVD en CDA heeft gesloten met de oppositiepartijen D66, GroenLinks en ChristenUnie, confronteert burgers en bedrijven met de harde realiteit die economische crisis heet. Het betekent ook dat de aanvankelijk breed gevoelde euforie, die er vooral was omdát het in Den Haag tot een onverwacht akkoord was gekomen, hoogstwaarschijnlijk zal plaatsmaken voor toenemende kritiek op de vele lastenverzwaringen.

Kwam het regeerakkoord van het kabinet-Rutte, toen nog gedoogd door de PVV, al tot bezuinigingen en lastenverzwaringen met een omvang van 18 miljard euro, het Lenteakkoord voegt daar 12 miljard aan toe. Het komt in financieel opzicht overeen met het gesneefde Catshuisakkoord en nam er veel van over. Het totaal van 30 miljard betekent een serie ombuigingen die zonder weerga is in de geschiedenis van achtereenvolgende kabinetten.

De financiële noodzaak daartoe is evident. De Voorjaarsnota die het kabinet gisteren uitgaf, bevatte nog eens een illustratie van de huidige crisis. Alleen al over het jaar 2012 liep het kabinet als gevolg van de lagere economische groei – die nu zelfs tot stilstand is gekomen – tegen een tegenvaller van 7,6 miljard aan verminderde inkomsten aan. De cijfers dreigden in 2013 en daarna alleen maar nog roder te kleuren. Ingrijpen was hoe dan ook geboden.

Het is moeilijk te verteren, maar ook moeilijk te voorkomen dat het Lenteakkoord, net als het Catshuisakkoord, vooral de lasten verzwaart (8,5 miljard) en veel minder op overheidsuitgaven bezuinigt (3,5 miljard). Ook het regeerakkoord uit 2010 bevatte veel tariefsverhogingen voor de burger, hetgeen voor het eerste kabinet uit de geschiedenis met een premier van VVD-huize opmerkelijk blijft. Maar de economische realiteit is niet anders, in een tijdvak dat ook nog eens wordt gekenmerkt door grote onzekerheid over de toekomst van onze munt, de euro.

Eerder het kabinet en nu de gelegenheidscoalitie van vijf partijen konden moeilijk anders dan op zoek te gaan naar ‘snel geld’. Dat bleek te vinden door bijvoorbeeld de btw te verhogen en reiskostenvergoedingen te belasten. Deze laatste maatregel, die ook onderdeel was van het Catshuisakkoord, trekt nu vooral de aandacht. Dat is verklaarbaar omdat hij veel forensen in hun portemonnee zal treffen. Het tweede kabinet-Lubbers (CDA en VVD) is in 1989 zelfs gevallen op een voorstel tot afschaffing van het reiskostenforfait, ook nadat het werd afgezwakt tot een onderzoek.

Het Lenteakkoord is niet meer dan het is: een afspraak tussen vijf fracties en kabinet over de begroting van 2013. Wat daarvan overblijft, staat te bezien. Niet alleen omdat vele maatregelen nog in wetgeving moeten worden omgezet, maar ook omdat de 12 september nieuw te kiezen Tweede Kamer na Prinsjesdag over deze begroting besluiten neemt. Dan is er een nieuwe politieke realiteit.

Toch kan het akkoord geen inzet zijn van de verkiezingen, die, als het goed is, een langere periode betreffen. Zij verschaffen de partijen het recht om hun eigen opvattingen te benadrukken, meer dan de compromissen die ze nu voorlopig hebben gesloten.

Het was de gelegenheidscoalitie kennelijk ook niet gegeven, in deze korte tijd en onder deze druk, om tot ingrijpender hervormingen te komen dan het Lenteakkoord bevat. Voor de woningmarkt, de AOW en de pensioenen en de WW en het ontslagrecht hebben de vijf partijen enkele stappen gezet die zeker een verbetering inhouden in vergelijking met de afspraken waartoe VVD, CDA en PVV in staat bleken. Aantasting van de hypotheekrente is niet langer een taboe. Op het gebied van WW en ontslagrecht kan van een doorbraak worden gesproken.

Maar structurele gezondmaking van de Nederlandse economie vergt grotere grepen, zoals radicalere verhoging van de AOW-leeftijd, dan waartoe de politiek nu in staat blijkt. De verkiezingen die dit jaar als gevolg van de kabinetscrisis worden gehouden, bieden partijen de kans om de moed te tonen die daarvoor nodig is.