De NAVO maakt de wereld zo geen jota veiliger

De NAVO moet uit het denkpatroon van de Koude Oorlog breken. Op de top vorige week is weer een kans gemist, stelt Jan Sampiemon.

De belangrijkste deelnemer liet het afweten: president Poetin van Rusland. De NAVO-top in Chicago vorige week moest het stellen zonder een afvaardiging van het land waarmee de Amerikaanse president Barack Obama kort na zijn aantreden in 2009 nog tot een reset in de onderlinge betrekkingen had willen komen. De spoken uit de tijd van de Koude Oorlog dienden voorgoed uitgedreven te worden, zo vertelde het nieuwe Amerikaanse staatshoofd zijn gehoor in Berlijn, Moskou en andere Europese steden. Maar die spoken rammelen nog steeds met hun kettingen.

De reden dat Poetin niet kwam, was gelegen in de NAVO-plannen om een raketschild in te richten. Het gaat daarbij om projectielen die aanvallende raketten in hun baan kunnen uitschakelen nog voor zij schade hebben aangericht. In de Amerikaanse voorstelling van zaken zal het een schild zijn dat NAVO-landen beschermt tegen aanvallen van bijvoorbeeld Iran. Dat land zou binnenkort over atoomwapens beschikken zodat een nucleaire ramp niet uitgesloten wordt geacht. Maar de Russen wantrouwen dit verhaal. Zo’n raketschild kan ook Russische raketten tegenhouden. Waarmee het evenwicht van de wederzijdse afschrikking zou zijn doorbroken en Rusland voorgoed de mindere van het Westen zou zijn geworden. Een reset waarvoor het Kremlin past.

Een goede gelegenheid voor een nieuw begin heeft de top in Chicago ongebruikt voorbij laten gaan. Obama heeft niet geleverd wat hij had beloofd en zijn Europese partners hebben niet aangedrongen om zijn beloftes waar te maken. François Hollande, de nieuwe Franse president, beperkte zich ertoe te wijzen op mogelijke consequenties voor de onafhankelijkheid van het Franse kernwapen. Van die kant evenmin een suggestie voor een nieuw begin.

Waar ging het op de NAVO-top dan wel over? Hoe het verder moet met de missie in Afghanistan bijvoorbeeld. Obama wond er geen doekjes om: Amerika is oorlogsmoe. Uiterlijk binnen twee jaar moeten de laatste Amerikaanse gevechtstroepen dat land hebben verlaten. En maar hopen dat de Afghanen dan, tegen hoge kosten, voor hun eigen veiligheid kunnen zorgen. Wat te denken van de serieus geuite verwachting dat de soldaten en politiemannen die nu door NAVO-teams worden opgeleid, straks, eenmaal brodeloos geworden, het reservoir aan geoefende mankracht zullen vormen waaruit corrupte bestuurders en drugsbendes naar hartelust zullen kunnen putten.

Maar waarom zouden we ons druk maken? Als Afghanistan toch een aflopende zaak is? Wie volgt tenslotte nog de zaken in Vietnam, eens een kwestie die de gemoederen pro en contra enkele decennia lang beheerste?

Van de Brits-Amerikaanse historicus Anatol Lieven is de vergelijking met de zendingsdrang van het christendom. Pas als die drang bevredigd is, iedereen bekeerd, iedereen een democraat naar Amerikaanse snit, is er veiligheid en kan er vrede zijn. Na Afghanistan, Jemen, na Jemen Somalië, na Somalië… etc. En vergeet de ‘Arabische Lente’ niet waarin de NAVO met bombardementen op Libië een burgeroorlog veranderde in een riskant internationaal conflict.

We hebben toch, zal menig Europeaan tegenwerpen, in het Witte Huis niet langer oorlogspresident George W. Bush?

We hebben toch niet voor niets geapplaudisseerd toen Obama aantrad? Wat is het verschil, kan men zich intussen afvragen. Obama’s ambassadeur bij de NAVO in Brussel, Ivo Daalder, in een vraaggesprek met NRC Handelsblad (18 mei): „We hadden een succesvolle operatie in Libië en in Chicago zullen de NAVO-landen duidelijk maken dat ze volledig betrokken blijven bij Afghanistan.”

En op de timide vraag van de journalist: „Wat gebeurt er als de Europese bondgenoten niet naar de VS luisteren? Wordt de economische crisis dan ook een veiligheidscrisis?”, antwoordde Daalder: „De vorige Amerikaanse minister van Defensie Gates sprak al van een onhoudbare situatie: de VS nemen nu 75 procent van alle defensie-uitgaven van de NAVO-landen voor hun rekening. Zo’n tien jaar geleden was dat nog 50 procent. We kunnen niet doorgaan tot 90 of 100 procent.”

Niemand vraagt, ook de pers niet, wat nu eigenlijk onder veiligheid moet worden verstaan. Is dat naar Amerikaans voorbeeld louter een kwestie van geld, van bommen en granaten? In zijn campagne vier jaar geleden wekte Obama de indruk dat hij naar andere formuleringen, naar een nieuwe aanpak zocht. Wat is er bijvoorbeeld terecht gekomen van zijn voorstel met Iran in gesprek te raken zonder voorwaarden vooraf? Dat land wordt omringd door landen en strijdkrachten uitgerust met atoomwapens. Hetzelfde geldt voor Noord-Korea. Biedt zo’n situatie geen aanknopingspunten voor vergelijk? Obama meende destijds van wel, of is hij verkeerd begrepen?

Chicago had een nieuw begin kunnen inluiden als daar het denkpatroon, het vocabulaire van de Koude Oorlog had kunnen worden doorbroken, met bovenaan een ingrijpend gewijzigde betekenis van het versleten begrip veiligheid en de erkenning dat zendingsdrang gevaarlijk is.

Laat Obama zijn eigen redevoeringen van vier jaar terug nog eens doorlezen, laten ook zijn Europese partners dat nog eens doen. Met al die voorgenomen en toegezegde defensie-uitgaven zal de wereld immers geen jota veiliger worden.

Jan Sampiemon is voormalig redacteur en commentator van NRC Handelsblad.