De hulpverlener vraagt straks hulp

De ECB is de voornaamste bestrijder van de eurocrisis. Na vijf jaar crisisbeleid nemen ook de risico’s toe voor de belangrijkste brandweerman in de eurozone. Bij verliezen zullen belastingbetalers moeten bijspringen.

Denkt u wel eens: hoe veilig is mijn bank? En dan niet de bank die uw spaargeld of vermogen beheert of die maandelijks de hypotheek int. Nee, de centrale banken daarboven. De instellingen die zorg moeten dragen dat de banken waar u uw geld heeft staan, gezond blijven: De Nederlandsche Bank en de Europese Centrale Bank.

De vraag is actueel. Griekenland is één verdeelde verkiezingsuitslag verwijderd van een vertrek uit de eurozone. Niemand die precies weet wat er dan gebeurt; zeker is dat de eurozone een sterke ECB nodig heeft. Maar deze zomer gaat de centrale bank van de eurozone het vijfde jaar van crisisbeleid in. Is de ECB wel solide genoeg om de euro door het donker te loodsen?

Bij de ECB hebben ze het niet over crisisbeleid. Ze houden het zelf liever op non-standard and temporary measures. Klinkt fijner. De wereld moet niet denken dat het normaal is dat de ECB miljardenleningen aan banken verstrekt en jarenlang ingrijpt op de Europese obligatiemarkt.

Toch smijt de ECB met duizelingwekkende bedragen. Alles om de eurozone bijeen te houden. In vijf jaar tijd is de balans van het eurosysteem (de ECB en de inmiddels 17 nationale centrale banken van de eurozone) geëxplodeerd. In mei 2007, voor de crisis, had het eurosysteem een balanstotaal van 1.180 miljard euro. De grootste post was 445 miljard euro. Zo veel geld had het stelsel van centrale banken in de eurozone geleend aan commerciële banken.

Vijf crisisjaren verder is het balanstotaal gezwollen tot 2.975 miljard euro. De belangrijkste bezittingen zijn nog steeds de verstrekte leningen aan commerciële banken in de eurozone. Inmiddels heeft het eurosysteem 1.127 miljard euro in de banksector gepompt. Ruim 1.000 miljard euro van dat totaalbedrag bestaat uit de praktisch gratis driejaarsleningen die banken sinds december ontvingen om kredietcrisis onder Europese banken te voorkomen. En de problemen worden snel groter, als Griekenland uit de euro stapt.

Een Grieks exit raakt de balans van het eurosysteem op meerdere manieren. Volgens schattingen van banken heeft de ECB de afgelopen twee jaar circa 40 miljard euro aan Griekse staatsleningen gekocht. Als Griekenland besluit na de verkiezingen de schuldenlast niet meer af te betalen, moet het eurosysteem een verlies nemen op die staatsleningen. Een exit betekent ook dat de Griekse banken in de problemen komen. Zij zullen verliezen lijden op hun eigen portefeuilles Griekse staatsleningen. Griekse spaarders zullen nog meer geld wegtrekken van hun rekening. Als Griekse banken, in het slechtste geval verstoken van Europese noodfinanciering, omvallen, zal het eurosysteem verliezen op in ieder geval een deel van deze bankleningen. Een Griekse exit kan escaleren tot crisis in heel Zuid-Europa. Het kan ertoe leiden dat zwakke Spaanse of Portugese banken via bankruns insolvabel worden. Als dat gebeurt, kunnen de verliezen voor de ECB verder toenemen.

Komt de ECB dan in problemen? Duidelijk is dat de ECB zo veel steun aan banken en overheden (via obligatieaankopen) heeft verleend, dat de balans is scheefgegroeid. Terwijl het balanstotaal van de ECB in vijf jaar is gestegen tot bijna 3.000 miljard, heeft het eurosysteem 85 miljard aan reserves, nauwelijks meer dan in 2007. „Dat bedrag is te laag”, zegt Harald Benink, hoogleraar bankwezen in Tilburg. „De ECB heeft betrekkelijk weinig vermogen.”

Dat betekent dat als er verliezen geleden worden, de ECB kapitaal moet ophalen bij nationale centrale banken.” Dat bijstorten gebeurt via de verdeelsleutel van de ECB. De Nederlandsche Bank zou zo’n 4 procent van het benodigde nieuwe kapitaal aandragen. De grootste donateur is de Duitse Bundesbank (19 procent), gevolgd door de Banque de France (14 procent). Italië (12 procent) is de derde grootste geldschieter, Spanje de vierde. Mocht het tot een Mediterrane crisis komen, is het de vraag of de laatste landen in staat zijn om miljarden over te maken naar Frankfurt.

Resulteert een Grieks uittreden of een Zuid-Europese bankrun in grote verliezen dan zal de Europese belastingbetaler altijd opdraaien voor de verliezen, zegt hoogleraar Benink. „Dat kan via de noodfondsen die gevuld worden door de nationale overheden of via de ECB, maar er zal hoe dan ook betaald moeten worden.”

Het bestuur van de ECB bestrijdt dat het bij verliezen snel met de pet rond moet. De ECB wijst op een potentiële zak geld waar ze op zit. Het eurosysteem bezit beleggingen (zoals goud en buitenlandse valuta). Als die in waarde stijgen, kan het eurosysteem een winst boeken door ze te verkopen. Vijf jaar geleden bezat het eurosysteem 125 miljard euro aan niet gerealiseerde winsten. Afgelopen week was dat gestegen tot bijna 400 miljard. Die toename lijkt vooral te komen door de gestegen goudprijs. Volgens de ECB kan dit gebruikt worden als buffer bij verliezen. Tegelijkertijd doet de ECB mee aan internationale afspraken die de verkoop van goudvoorraden beperken om de markt niet te verstoren.

Ondanks de beperkte buffers moet de ECB aan meer crisisbestrijding doen. De economen van de Amerikaanse bank Citigroup, onder leiding van Willem Buiter, voorspelden deze week hoe de eurocrisis zich zal ontwikkelen. Zij verwachten dat Griekenland volgend jaar uit de euro stapt. De ECB moet dan in actie komen om de paniek te bezweren. De rente moet omlaag naar 0,5 procent en de ECB moet nog meer langlopende leningen verstrekken aan banken. Citigroup denkt ook dat weer ingegrepen moet worden op de Spaanse en Italiaanse obligatiemarkten – een taak voor de Europese noodfondsen. Maar het is ook mogelijk dat uiteindelijk de ECB ervoor opdraait. Met andere woorden: de ECB zal nog veel meer van hetzelfde moeten doen.

Hoogleraar Benink: „Dat is juist de grap van een centrale bank. De ECB mag dan wel beperkte kapitaalreserves hebben, ze is nog altijd in staat geld te creëren. Financieel gezien kan de ECB de balans oneindig oprekken om steun te verlenen. Alleen groeien de kapitaalreserves niet mee. Het risico neemt dus toe.”

Daarin schuilt misschien wel het grootste gevaar van het crisisbeleid van de ECB en de nationale centrale banken. Het is bedoeld als tijdelijk medicijn. De noodleningen moeten Europese banken de tijd gunnen hun activiteiten te reorganiseren om weer op eigen benen te kunnen staan. Het opkopen van staatsobligaties moet probleemlanden de tijd gunnen hun economieën weer concurrerend te maken. Maar de patiënten raken verslaafd. Ze gebruiken de steun niet om te reorganiseren, maar louter om te overleven. Ze hebben meer en meer geld nodig. De balans van en de risico’s voor het eurosysteem nemen verder toe. Het gevolg? De ECB raakt verslaafd. Ze moet blijven uitdelen want afbouwen zou voor zo’n gevaarlijke crisis zorgen dat de redder in nood zelf de zwakste schakel wordt.