Brieven over cultuurbezuinigingen

Letterkundig Museum moet bescheiden zijn

Mijn beroep was bibliothecaresse. Ik heb gehouden van het boek, de bibliotheek en de sfeer rondom de wereld van het boek. Het Letterkundig Museum heeft een plaats in mijn hart. Nu moet het acht ton inleveren. De visie is te algemeen. Het mist de link met actuele maatschappelijke thema’s. Directeur Aad Meinderts voelt het als een frontale aanval: hij weet niet hoe het beter kan (NRC Handelsblad, 22 mei).

Meinderts is in februari 2010 langs de graven van honderd schrijvers gereisd. Hij bracht bij elke schrijver een witte roos op het graf en wilde de schrijvers ‘laten weten’ dat zij er nog steeds bijhoren – een woordje aan het graf, de witte roos en weer door. Het ging niet alleen om Ferdinand Bordewijk in Den Haag of Gerard Reve in Machelen. Er werd gereisd – met een cameraman – naar Jeruzalem, Parijs, Londen, Bazel, Formentera, Gaza en Ierland, een pelgrimage te land, ter zee en in de lucht. Ook de titel mocht er wezen: Een literaire roadtrip.

Ik heb de tentoonstelling gezien. De roadtrip had meer weg van een egotrip en gaf mij een ongemakkelijk gevoel in deze tijden van bezuinigen. Hebben de schrijvers geprofiteerd van deze opsteker? De literaire rozenman misschien? Beheer in de toekomst een culturele collectie, in alle bescheidenheid.

Cora Duin

Amsterdam

Raad voor Cultuur biedt bevlogenheid geen plek

Voorzitter Joop Daalmeijer van de Raad voor Cultuur is trots op het advies voor cultuurbezuinigingen. Dit getuigt van weinig begrip voor het verwoestende effect dat zijn advies zal hebben.

Hoe kun je in een bureaucratisch wanproduct als het „belastingformulier”, zoals Rijksmuseumdirecteur Wim Pijbes het formulier voor de subsidieaanvraag noemt (NRC Handelsblad, 22 mei), op bevlogen wijze je beleids- en activiteitenplan formuleren? Geef de instellingen een globaal schema op waarbinnen de plannen dienen te worden beschreven, opdat genoeg gelegenheid wordt geboden voor hemelbestormend enthousiasme.

Ten slotte nog de ergerlijke tegenspraken in het advies. Pijbes signaleerde al dat hij op advies van het ministerie de uitwerking van de ‘canon’ uit zijn aanvraag had weggelaten, waar de Raad vervolgens klaagde dat het er onvoldoende in zat. Een andere tegenspraak overkomt het Letterkundig Museum. In het ene document moet het presentatiedeel naar Beeld & Geluid en de archieffunctie naar de Koninklijke Bibliotheek, in het andere document wordt daarentegen aansluiting voorgesteld bij Museum Meermanno. Verwarrender kunnen we het niet maken, om in belastingtermen te blijven. Reden voor trots? Ik zou zeggen: gepaste bescheidenheid.

Niels Bokhove

Utrecht

Zet geen bureaucraten op culturele zaken

Directeur Wim Pijbes van het Rijksmuseum beklaagt zich over de toekenning van subsidies door de Raad voor Cultuur. Nu heb ik niet veel met musea. Ik bezoek er gemiddeld een per jaar. Als medisch specialist herken ik evenwel direct de ongewenste bemoeizucht van onbekwame mensen die zich tot doel stellen de kwaliteit te verbeteren van zaken waarvan zij weinig kennis hebben.

Als ik deze vergelijking kan maken – en ik vermoed dat deze symptomen niet alleen optreden in de gezondheidszorg – wil dat zeggen dat de verkregen resultaten niet langer ter zake doen als de formulieren van de bureaucraten niet wenselijk zijn ingevuld. Het doet er niet toe dat deze formulieren voor eenieder met verstand van zaken geen enkele waarde hebben. De bureaucratie heeft immers de benodigde cijfers om haar beleid op te baseren. Het rapport is belangrijker dan de inhoud. Pijbes heeft mij in elk geval overtuigd. Ik zal dit jaar het Rijksmuseum bezoeken.

Dr. O.B. Stroosma

Apeldoorn

Wij willen gitaren!

Jarenlang was Rotterdam in Nederland een van de belangrijkste steden voor popcultuur. In 1970 begon het met Exit, om in 2013 te eindigen met volkomen kaalslag.

Rotterdam had en heeft geen groot podium meer, terwijl Amsterdam er twee heeft en bijna alle provincieplaatsen in Nederland ten minste één. Wel koos het bestuur voor een Urban Podium. Dit slokte veel geld op. In het aanstormend segment is er genoeg gaande: RoTown, Worm, Heidegger, Grounds, Bird, Popunie, Music Matters en Baroeg. Met Urban Podium ging het minder. Uit het Cultuurplanadvies blijkt dan dat de meeste kleine podia ook zullen verdwijnen of de broekriem moeten aantrekken.

Het bestuur maakte verkeerde keuzes, ten koste van de rock-’n-roll, koos voor snel en goedkoop en neemt de popcultuur niet serieus. Pop is verreweg de grootste culturele uiting van deze eeuw. Wat nou violen en hobo’s? We willen gitaren! En dat in de stad met de meeste jonge bewoners van Nederland. Wanneer gaan we jongeren en hun cultuur serieus nemen?

Rotterdam verdient en heeft behoefte aan een groot, serieus podium, naast een aantal kleine podia voor het aanstormende talent en het experiment.

Theo Hensen

Rotterdam