BRIEVEN

Bruin vet

Het artikel van Sander Voormolen heeft bevestigd wat ik al jaren beweer en in de praktijk breng: ‘Wie slank wil zijn, moet kou lijden’ (Wetenschapsbijlage, 12 mei). Daarin leest men dat wij ons vaak te warm kleden of in een te hoge temperatuur verkeren. Niet genoemd, maar evenzeer van belang is dat wij geneigd zijn om te warm te slapen. Zouden wij bewust ’s nachts minder bedekking gebruiken, dan konden wij daardoor tijdens de slaap een behoorlijke hoeveelheid overtollig vet kwijtraken.

Ik heb zelf de proef op de som genomen, slaap onder een schapenwollen herderskleed met een ongebleekt-pitjeskatoenen overtrek. De eerste nacht deed ik bijna geen oog dicht, maar daarna ging het gaandeweg beter en tenslotte, na een paar dagen al, trotseerde ik de koude omgeving zonder probleem. En dagelijks verminderde mijn gewicht aanzienlijk tot een natuurlijke grens. Het is een goedkope en effectieve manier om af te vallen. Het idee is mede ontstaan door de waarneming dat paarden die te mager worden bevonden een dek overkrijgen waardoor ze snel in gewicht toenemen.

Gerhard A.Taatgen

Vries

Dure medicijnen (

1)

In het artikel over de dure geneesmiddelen (‘Een kwartaal langer leven voor € 84.000’, Wetenschapsbijlage, 19 mei) stond een storende versimpeling van deskundige Guchelaar. Hij vraagt zich af of er niet meer aan zorg uitgegeven mag worden, waarbij hij noemt dat hij met 1.050 euro voor een zorgverzekering minder betaalt dan voor zijn auto-onderhoud. Echter wat hij daarbij vergeet, maar waarschijnlijk wel weet, is dat er via een werkgeverspremie per werkende circa 3.000 euro wordt betaald en dat die werkende daarover ook weer loonbelasting betaald (meestal 42 procent). Dat is dan bij elkaar 1.050 + 3.000 + 1.200 = 5.250 euro. Dat is aanzienlijk meer dan de 1.050 euro premie die mensen zelf meestal beschouwen als de zorgkosten die ze betalen.

A. Derksen

Per e-mail

Dure medicijnen (

2)

Wat een interessant artikel van Wim Köhler over de kosten van peperdure kankerbehandelingen en de kans dat die je onthouden worden omdat je in een gebied woont waar het medicatiebudget op is. Voor mij is het begrijpelijk dat de discussie over de kosteneffectiviteit van medische behandelingen gevoerd wordt. Hoewel, ik blijf ontevreden dat mijn specifieke behandelvorm, de psychoanalyse, in 2011 de basisverzekering werd uitgeknikkerd omdat er geen wetenschappelijk onderzoek was uitgevoerd waarin cliënten op basis van het toeval aan een behandelingsvorm werden toegewezen. En dat ondanks kosteneffectiviteitsonderzoek dat laat zien dat de kosten van een psychoanalyse enkele jaren na beëindiging in economische zin al terugverdiend zijn door verminderd ziekteverzuim, verminderde medische kosten, en dergelijke. Gelukkig hoeven kankerpatiënten zich niet aan het toeval van dergelijke onderzoeksdesigns te onderwerpen.

Maar dat dankzij de liberalisering van de zorg je postcode ook een factor wordt in het wel of niet vergoed krijgen van medische zorg, was nieuw voor mij. Toch verbaasde het me niet, want in de geestelijke gezondheidszorg is eenzelfde effect van de liberalisering te signaleren. Zorgverzekeraars CZ neemt het voortouw in het bepalen van de grens van wie ggz-hulp krijgt. Op basis van het percentage verzekerden van CZ in een bepaald gebied (bijvoorbeeld in mijn postcodegebied 12,24 procent) krijgt de vrijgevestigd psychotherapeut een maximumbudget toegewezen. Hiermee bepaalt CZ dus feitelijk dat wie voor deze verzekeringsmaatschappij boventallig is in een regio geen psychotherapeutische hulp krijgt, hoewel deze wel in de basiszorgverzekering is opgenomen. Heb ik toevallig veel verzekerden met een collectieve ziektekostenverzekering bij een grote werkgever in mijn postcodegebied of melden zich bij toeval veel CZ-cliënten, dan moet ik hun de deur wijzen: vol is vol voor de verzekeraar. Ik vind dit een pervers, want onbedoeld en ongewenst gevolg van de liberalisering van de zorg.

Dr. Frans Schalkwijk, psychoanalyticus/psychotherapeut

Amsterdam

Antistolling (

2)

In het artikel ‘Kalm aan met antistolling’ van 15 mei en de reactie daar op door Prof. Verheugt van 22 mei lezen wij dat Nederland een uitstekende organisatie van trombosediensten heeft. Dat mag zo zijn, het perspectief van de patiënt mis ik in beide stukken. Zelf ben ik ‘volleerd patiënt’ na een paar ellendige jaren met een hardnekkige ritmestoornis. Wat mij uit die patiëntperiode het meest bijbleef was de zeer belastende aanslag op het dagelijks leven. Geen dag zonder zorg voor de juiste dosering, de agenda, de pilbevoorrading, de priksessies. Iedere keer opnieuw te worden afgetapt met de botte naald door lang niet altijd bekwame priksters. De zoektocht naar priklocaties tijdens de vakantie en de afwijkende methodes. Ook toen ik eindelijk het hogere stadium van zelfprikker bereikte bleef de stollingswaarde het dagelijks leven domineren. Vooral ook omdat ik als gepassioneerd klusser bijna dikwijls ‘lekkages’ opliep, die dan langdurig voor ergernis zorgden.

Ik ben diep dankbaar dat ik daar vanaf ben. Dus voor die nieuwe pil zou ik destijds een moord hebben gedaan, zelfs als ik hem zelf had moeten betalen.

Jan Asselbergs

Per e-mail

Brieven van maximaal 400 woorden zijn welkom op wetenschap@nrc.nl; tips over fraude op wetenschapsfraude@nrc.nl. We ontvangen meestal meer brieven dan we kunnen plaatsen. Als uw brief na drie weken nog niet is geplaatst, kunt u ervan uitgaan dat dit niet meer gebeurt.